‘Heel Livorno present, tot op de laatste bandiet!’

Nergens is de stedenrivaliteit zo groot als in Toscane. De derby in de Serie A tussen Livorno en Siena vormt het toppunt van grimmige, ironische en zelfs politieke strijd....

Vanaf de Via Salvador Allende komt de Siena-aanhang luid zingend het stadionplein op: ‘De droom van een Sienees is op te staan om twaalf uur, naar de zee te kijken en Livorno niet meer te zien!’

Boven de ingang van het Livornese stadion Armando Picchi hangt een welkomstdoek: ‘Siena, illumineer ons, steek jezelf in de fik!’ De rook van het Bengaalse vuurwerk wordt weggeveegd door de Libeccio, de straffe zeewind van Livorno.

Dit is een harde havenstad, zonder compromissen en zonder franje. Oorspronkelijk was Livorno een vluchtoord voor piraten, bajesklanten, prostituees en ketters. Niet voor niets werd in de wijk Ardenza, waar het hoekige en sobere stadion staat, in 1921 de Italiaanse communistische partij opgericht.

De gebouwen van de wijk zijn vervallen en vol bloedrode graffiti. Vanaf de tribunes van het Armando Picchi zijn de officiersacademie van de Italiaanse marine en de stalen geraamtes van de havenkranen te zien.

In de stadionbar, het hoofdkwartier van de Livorno-fans, hangt een geur van Toscaanse sigaren en talloze met Cubaanse rum gecorrigeerde espresso’s. De barman is omgeven door flessen, vergeelde voetbalfoto’s en communistische symbolen.

‘We zijn allemaal halve hoerenzonen, we houden van obsceniteit en provocaties,’ zegt Bobo Rondelli, Livorno-tifoso van het eerste uur. ‘Maar als we de vrouw van onze beste vriend versieren, doen we dat zonder kwade bedoelingen. De Sienezen zijn anders, veel slechter dan wij, zonder principes.’

Claudio Bartoli, een van de leiders van de amarantrode aanhang, bestelt een laatste rum voor de aftrap. ‘Onze club is als de haven. Zolang die er is, blijft Livorno bestaan en zal het superlinks zijn. De stofzuiger van de globalisering is hier nog niet langsgekomen.’ Op Bartoli’s shirt staat: ‘Er is veel onwetendheid in de wereld.’

Boven de bar klinkt een oorverdovend kabaal. Het zijn de trommels, voeten, handen en kelen van de BAL, de Autonome Brigades van Livorno, de enige stalinistische supportersbeweging in de Serie A.

In feite zijn de BAL-leden geen tifosi, maar politieke militanten. De Curva Nord, hun stadionvak, is een partijafdeling waar lange epistels tegen het fascisme en het kapitalisme worden uitgedeeld. Eskimojassen en Palestijnse sjaals zijn hun uniformen. De leiders dragen fosforescerende overalls van de Alto Fondale, de hoogovens van de stad.

Voor het beginsignaal zetten de Livorno-ultra’s een partizanenlied in. Een geel zeil met een dageraadzon, een rode ster en de hamer en sikkel erop wordt boven honderden hoofden uitgerold. ‘Heel Livorno present, tot op de laatste bandiet!’ scanderen de fans.

Als de ploegen het veld betreden, verschijnen in de Curva Nord spandoeken in cyrillisch schrift, Cubaanse vlaggen en portretten van Stalin, Lenin en Che Guevara. De grootste afbeelding is die van Aleksej Stachanov, de mythische Russische modelarbeider.

Nog geliefder dan Stachanov is Cristiano Lucarelli, aanvoerder en stormram van Livorno. Hij groeide op in Shanghai, de armste en roodste wijk van de Toscaanse havenstad. De held groet met gesloten vuist en drie kloppen op het hart het publiek. De verheerlijking van de BAL echoot in het stadion. ‘Viva Lucarelli, viva il comunismo!’

Lucarelli noemt zichzelf ‘proletariër’, draagt een Che Guevara-shirt onder zijn purperrode tenue en zag uit liefde voor Livorno af van een miljoenencontract bij een topclub. Zijn biografie is verplichte kost op de stadslycea en zijn rugnummer 99 is een eerbetoon aan het oprichtingsjaar van de BAL.

De held van de Siena-fans is Enrico Chiesa, een apolitieke, maar productieve spits. ‘Leve Chiesa, leve de Chianti-wijn!’ klinkt het vanuit het stadionvak van de gasten. Het enige portret dat de Sienezen hebben meegenomen is dat van Aceto, een jockey die veertien keer hun beroemde paardenrace, de Palio, won.

De wedstrijd op het veld is maar bijzaak: een zwoegpartij die eindigt in 0-0. Veel belangrijker is het spandoekduel op de tribunes. De teksten van de Livorno-aanhang zijn ruw en hard, die van de Siena-aanhang sarcastisch en ontheiligend.

Na de zoveelste strijdkreet van de BAL presenteert Siena een nieuw doek: ‘Hoezo communisten? Jullie zijn surfers en badmeesters!’

Terug in de stadionbar zegt Livornees Bobo Rondelli: ‘Eigenlijk zit ons communisme niet meer zo diep. De rituelen tellen meer dan de overtuiging.’ Alle aanwezigen kijken hem verontwaardigd aan. ‘Je bent nog erger dan een Sienees! Ben je soms trotskist geworden?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden