Head first met 120 per uur naar beneden

Met een snelheid van meer dan 120 kilometer per uur op een sleetje van fiberglass, het hoofd naar voren, luttele centimeters boven de ijslaag. Kimberley Bos (23), fysiotherapeute uit Ede, kent geen angst.

Bos stuitert naar beneden. 'Elke beweging van je lichaam heeft effect.' Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Ze sleutelt na de eerste trainingsrun onder de overkapping van de Veltins Eis Arena in Winterberg nog zeker tien minuten aan haar slee. De bril die ze bij de afdaling had afgezet, staat weer op de neus - precisie vereist een scherpe blik. Twee zwenkingen van de sleutel naar links, een halve slag terug.

De bolling van de ijzers bevalt kennelijk nog niet, maar gelieve geen aanspraak tussen de runs, het is tijd voor concentratie. Ademwolkjes in de vrieskou, daar moet het even bij blijven.

Het is de eeuwige speurtocht naar het compromis tussen bestuurbaarheid en snelheid. Te veel ronding betekent vrijwel zeker een onzachte aanraking met de wanden van de bobbaan. Maar het schiet wel lekker op, met een snelheid van meer dan 120 kilometer per uur op een plankje van fiberglass en het hoofd naar voren, luttele centimeters boven de ijslaag.

Haar naam gonst opeens in het circuitje van bobbers en skeletonners: Kimberley Bos (23), fysiotherapeute uit Ede, haalt voor iemand uit de lage landen verdraaid goede uitslagen. Vorig jaar werd ze achtste op het WK en tweede op het WK Junioren. Eerder deze maand gleed ze met een vijfde tijd over de streep bij het EK, afgelopen vrijdag was er een vijfde plek bij de World Cup in Sankt Moritz. Vol ambitie verschijnt ze komend weekeinde aan de start voor het WK Junioren in Sigulda, Letland.

Zo lang beoefent ze deze discipline nog niet, waarbij de atleet een felle sprint trekt met het sleetje aan de hand en zich vervolgens tussen de grepen op de skeleton werpt , door de bobbers minzaam het dienblad genoemd. Bos, weer terug in de kleedkamer, kan weten waar die houding op stoelt: ze heeft het enkele jaren eerst als piloot in de tweemansbob geprobeerd.

Blauwe plekken

'Dat ging eigenlijk best aardig, totdat de coach een keer vroeg of ik het zou aandurven op een slee naar beneden te gaan. Ik ben niet zo groot en vrij licht, dat is toch wat minder geschikt voor het bobben. De eerste keer was in Lillehammer in 2013. Dat ging niet zo best, ik zat onder de blauwe plekken toen ik beneden kwam. Maar ik wilde het wel onder de knie krijgen. Ik vond het steeds gaver worden. Je hebt veel meer invloed dan bobbers op wat er gebeurt. Elke beweging van je lichaam heeft effect.' De manier waarop de messen, die zijn verwerkt in de ijzers, in het ijs snijden, bepaalt de route en de snelheid van de slee.

Dat er bobbers zijn die de skeleton wat minder serieus nemen, deert haar niet. 'Die zeggen nogal eens dat het te makkelijk is. Ik denk eerder dat ze gewoon een beetje bang zijn.' Zelf zegt ze geen angst te hebben. 'Ja, toen ik in Altenberg naar beneden keek, dacht ik wel even: wow. Die baan is wel heftig. Ik voel spanning ja, maar ik denk nooit: was ik maar thuis gebleven.'

De ervaring met de bob heeft wel bijgedragen aan de snelle resultaten, denkt ze. 'Ik kende de banen al.' Ook haar verleden als turnster speelt een rol. 'Je moet bijna gebukt kunnen sprinten. Mijn lichaam is gelukkig heel flexibel, dat lukt me wel.' Verder is timing alles: de beste strategie is op de slee te springen zodra die sneller gaat glijden dan de atleet kan bijhouden.

Kimberley Bos Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Winterspelen in Peyongchang

Bos arriveerde bij de bobbaan in Winterberg in een bestelautootje, samen met Joska Le Conté (29) uit Soesterberg, en twee skeletons achterin. Vergeleken bij Bos is Le Conté een veteraan. Die suist en stuitert al sinds 2006 naar de dalen in Europa en Noord-Amerika, waarbij ze meestal buiten de toptien eindigde. Maar beiden zetten alles op alles om volgend jaar de Winterspelen in Peyongchang te halen. Sinds Le Conté twee jaar geleden van slee wisselde, zijn de tijden en resultaten beter en is er hernieuwde motivatie. 'Die Spelen zijn toch het hoogste haalbare. Daar wil je gewoon bij zijn.' Le Conté is vol lof over Bos. 'Ze is fysiek heel sterk en ze snapt de principes.'

In de wedstrijden zijn ze concurrenten, maar daarbuiten proberen ze elkaar te helpen. Ze trekken met z'n tweeën langs de wedstrijden voor de World Cup, verblijven dan in appartementjes waar ze zelf kunnen koken, en bespreken de runs. Van het Internationaal Olympisch Comité krijgen ze een beurs - zo'n 1.400 euro per maand. De gehoopte prestatie is in januari volgend jaar een plek bij de eerste twaalf in de Worldcup. Dat betekent kwalificatie.

Eigen zak

Ze komen met de toelage net de winter door, mede omdat er geregeld nog uit eigen zak wordt betaald. In de zomer werkt Bos als fysiotherapeute en is Le Conté beleidsmedewerker bij de motorsportbond KNMV.

Dat de concurrentie uit landen als Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Duitsland en Canada over veel meer faciliteiten beschikt, beschouwt Bos als gegeven. 'Om één skeletonner staan daar teams van soms wel vijf, zes man. Coaches, fysiotherapeuten. Die staan ook langs de baan op verschillende plekken te filmen om zo te kunnen vertellen waar de fouten worden gemaakt. Ik maak me er niet druk over. Het is niet anders.'

Dan rest soms de improvisatie. Waar atletes uit de skeletontop zich na een run kunnen onderdompelen in een ijsbad om de doorbloeding te stimuleren en de blauwe plekken kwijt te raken, is Bos wel eens gewoon in een koud meertje gaan staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.