reportage wk handboogschieten

‘Handboogschieten is geen voetbal of Formule 1, je moet de sport naar de mensen toe halen’

De organisatie is complex, maar de WK handboogschieten op de Parade in Den Bosch – hartje centrum – vormt een fraaie etalage voor de sport.

De finales voor handboogschutters met een beperking, zaterdag aan de voet van de Sint-Janskathedraal. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

‘Kijk nou eens, dit is toch hartstikke gaaf man’, zegt Eric Kersten, de dol­enthousiaste toernooidirecteur van de WK handboogschieten in Den Bosch. Vanaf het ereterras wijst hij op de Sint-Janskathedraal als indrukwekkend decor voor de finalewedstrijden en de goed gevulde tribunes tegenover hem.

De Brabantse hoofdstad is van 3 tot en met 16 juni gastheer van het grootste sportevenement dat dit jaar in Nederland wordt gehouden. Ruim duizend atleten uit bijna honderd landen doen mee aan de WK en de WK Para voor sporters met een beperking. De wedstrijden vinden grotendeels plaats op de Parade – midden in de stad. Kersten: ‘Handboogschieten is geen voetbal of Formule 1. Je moet de sport naar de mensen toe halen.’

De WK handboogschieten zijn niet het eerste sportevenement dat midden in een stad wordt gehouden. Het past in een trend die al langer gaande is. De beste beachvolleyballers ter wereld streden tijdens de WK in 2015 tegen elkaar op pontons in de Haagse Hofvijver. In 2017 was het Museumplein in Amsterdam de locatie voor de EK atletiek. En vorig jaar zorgde de Domtoren in Utrecht voor bijzondere plaatjes ­tijdens de NK polsstokhoogspringen.

In Den Bosch dient de Parade als het toneel om handboogschieten aan de man te brengen. ‘Natuurlijk staan de sportieve prestaties voorop’, zegt directeur Arnoud Strijbis van de Nederlandse Handboog Bond (NHB). ‘Maar we willen ook laten zien dat deze sport zich heeft ontwikkeld van een kroegsport naar een volwaardige olympische sport.’

Met schutters als Sjef van den Berg, Rick van der Ven, Steve Wijler (allen recurve) en Mike Schloesser (compound) heeft Nederland komende week kanshebbers op eremetaal in een sport die wereldwijd wordt beoefend. Volgens Strijbis zijn concentratie, discipline en talent vereist om de pijl over een afstand van 70 meter in de roos met een diameter van een euromunt te mikken.

Op de Parade, aan de voet van de St. Jan Kathedraal in Den Bosch vinden de finales plaats van het WK Handboogschieten voor mindervalide deelnemers. Hier het team van Iran in actie. Zij zouden wereldkampioen worden op dit onderdeel. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Voorwaarden

Het was toernooidirecteur Kersten die vier jaar geleden het idee opperde om met zijn sportevenementenbureau Team TOC de WK naar Nederland te halen. Hij zag er een uitdaging in om een relatief onbekende sport onder de aandacht van het publiek te brengen. Kersten stelde drie voorwaarden: hij wilde een gecombineerde WK voor atleten met en zonder beperking, het moest grotendeels gratis toegankelijk zijn en op een aansprekende locatie worden gehouden.

Hij bedacht concepten voor het ­Museumplein in Amsterdam, Paleis Het Loo in Apeldoorn, Het Vrijthof in Maastricht, de Erasmusbrug in Rotterdam en de Parade in Den Bosch. Den Bosch en Rotterdam bleven over. Maar laatstgenoemde moest zich terugtrekken vanwege werkzaamheden aan de Erasmusbrug ten tijde van de WK.

Als directeur van de NHB is Strijbis in zijn nopjes met de Brabantse hoofdstad als schietplaats. Zuidoost-Nederland geldt als de bakermat van het handboogschieten in Nederland. Vierduizend van de in totaal 10.500 leden van de NHB wonen in Oost-Brabant en Limburg. De schutterijen en gildes die van oudsher in deze regio’s actief waren, liggen eraan ten grondslag. Vanuit hier zijn veel handboogverenigingen ontstaan.

Met de Sint-Janskathedraal in het vizier en winkelend publiek dat nieuwsgierig plaatsneemt op de tijdelijke tribunes, willen de Nederlandse mannen op de WK op het onderdeel recurve (olympische discipline) drie tickets bemachtigen voor Tokio 2020. De top-8 in Den Bosch kwalificeert zich rechtstreeks voor de Spelen. Strijbis: ‘Als de tickets voor de Spelen binnen zijn, kunnen ze voor een WK-medaille gaan schieten. Als we geen medaille halen, hebben we het gewoon slecht gedaan.’

Daar sluit schutter Sjef van den Berg zich bij aan. De nummer vier van de Spelen in Rio werd geboren in Heeswijk-Dinther onder de rook van Den Bosch. Volgens hem is het een voordeel dat ze op bekend terrein schieten. ‘We schieten over de hele wereld. Telkens moet je rekening houden met de gewoontes van een land en je aanpassen aan de omstandigheden. Nu weet je wat je te wachten staat en kun je je volledig focussen op je pijl en boog.’

Vanaf het ereterras kijkt toernooidirecteur Kersten tevreden toe. Het viel nog niet mee de WK midden in de stad te organiseren. Het is volgens hem veel leuker, maar ook complexer. Op Eerste Pinksterdag moest hij rekening houden met de dienst in de kerk. Daar kwamen meer dan duizend mensen op af. ‘We hadden de WK ook op een voetbalveld ergens achteraf kunnen houden, maar dan was er waarschijnlijk niemand komen kijken. Nu gebruiken we de WK als etalage voor de handboogsport.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden