Handbal Angela Malestein

Handbalster Angela Malenstein, de tovenaar uit Spakenburg: ‘Keepsters denken: ha, daar is Ans met haar draaibal’

Ze wordt door de speaker in Almere aangekondigd als ‘onze tovenaar’. Omdat handbalster Angela Malestein toverballen gooit. Zelf noemt zij het ‘draaiballen’. Vrijdagavond verschalkte de 133-voudige international de keepster van olympisch kampioen Rusland vanaf de strafworpstreep met zo’n effectbal. Zaterdagmiddag, identieke tegenstander, deed ze hetzelfde vanuit de rechterhoek. Ze maakte dertien doelpunten in het tweeluik met Rusland.

Angela Malestein neemt in de halve finale het doel van Frankrijk onder vuur op de Spelen van Rio, 18 augustus 2016. Beeld Getty

De bal met stuit via een onderhandse beweging zoveel draai meegeven dat die met een bijna haakse hoek om de keeper in het doel draait. Rechte lijn wordt geknikte lijn. Het is als kunststoten op het biljart. Publiek op de banken. Speelster met een brede lach terug naar haar eigen verdediging. Kunstje gelukt.

Na de royale overwinning van zaterdag (33-26) verduidelijkt Malestein nog even hoe zij vrijdagavond bij 26-27 die ‘pingel’ benutte. ‘Al bij de eerste strafworp die Estavana Polman miste, zei ik tegen onze fysiotherapeut Jelle: die had ik om haar been heen gedraaid. Ik nam vervolgens de strafworpen. Toen de eerste keepster van Rusland terugkwam onder de lat, dacht ik: jij bent aan de beurt. Dan moet je natuurlijk niet naast schieten. Want dat sta je glad voor schut.’

Niet dat Malestein daar moeite mee heeft. ‘Als ie een keer mis gaat, kijkt iedereen wel met een scheef gezicht. Ik heb daar schijt aan.’

Ondertussen staat zij, zeker na een weekend in Almere met twee oefeninterlands tegen Rusland (30-31 en 33-26), te boek als de kleine tovenares. ‘De mensen vinden die draaiballen bijzonder. Een draaibal gaat er bij mij vaker in dan een gewoon schot. Ik schoot zaterdag de eerste bal hard langs de grond, op het been van de keeper. Mijn enige misser.’

Het lijkt alsof zij zich voorneemt de doelvrouw van de tegenpartij te misleiden met de gedraaide bal via de grond. Het zit anders. ‘Ik doe het puur op gevoel. Allemaal gevoel. Ik spring de cirkel in en zie dat de keeper bij de eerste paal blijft staan. Dan draai ik ’m eromheen. Of zij trekt haar rechterbeen op. Zelfde recept. Ik bedenk dat niet tevoren. Het gaat automatisch. Ik kan hem dromen.’

Zij, meisje uit vissersdorp Spakenburg, begon ermee als jonge speelster bij de vermaarde Handbal Academie van Papendal, naar het voorbeeld van de Hongaarse sterspeelster Anita Görbicz, in 2005 gekozen tot wereldhandbalster van het jaar. ‘Ik keek altijd filmpjes over haar op YouTube. Zij is rechtshandig, ik links. Maar dat maakt niet uit.

‘Peter Portengen, een van mijn bondscoaches in die jaren, hield ook van die creativiteit. Ik heb veel van hem geleerd. Ik heb er ook veel tijd in geïnvesteerd. Alsmaar rechtuit schieten, dat is ook zo saai. En toen zijn we het gaan doen in wedstrijden. Misschien heb ik het wat sneller opgepakt dan anderen. Want er zijn er meer hè, die dit kunnen.’

Keepsters weten internationaal dat die vermaledijde Nederlandse van de Duitse kampioen Bietigheim het gedraaide hoekschot in het wapenarsenaal heeft. ‘Zo’n keepster die mij kent, denkt: ha, daar hebben we Ans met haar draaibal. Dat gaat mij niet gebeuren. Die gaat al op de grond zitten, laag, om de stuit te voorkomen. Want die stuit heb ik nodig. En dan gooi ik de bal over haar hoofd in de bovenhoek. Haha.’

De truc staat in Nederland bekend als een Malesteintje. Speelsters van Jong Oranje trainen erop. Eén voorwaarde: ‘Het gaat alleen met een geharste bal, een harsbal. Waar onze vingers met hars aan hebben gezeten. Die bal is plakkerig en pakt via de stuit op de grond het benodigde effect. Zonder dat kan het niet. Trouwens ik kan niet eens handballen zonder hars.’

Ze wil er best wel eens een zomerse clinic over geven, de Angela Malestein Hoektechniek training, maar dat is voor later. Ze is 26. ‘Nog hartstikke jong toch.’ Ze speelt al sinds haar 16de in de nationale ploeg. ‘Henk Groener en Peter Portengen hadden me op de training van de academie gezien en misten een hoekspeelster.

‘Ik werd meegenomen voor een oefeninterland in Duitsland. Ik dacht lekker op de bank te kunnen zitten, maar na de rust moest ik Debbie Bont aflossen. Huh, dat wil ik helemaal niet, dacht ik. Na die wedstrijd heb ik nooit meer zenuwen gehad in Oranje.’

Haar lichting, de nummer twee van Europa in 2011, is na het stoppen van de sterspelers Nycke Groot en Yvette Broch de basis van de nationale ploeg geworden. Malestein dreunt ze op: Tess Wester, Estavana Polman, Lois Abbingh, Lynn Knippenborg. Ze komt ermee als het gaat over de nieuwelingen die nu aansluiten bij de nationale ploeg.

‘Er is een gat tussen onze lichting en wat er achter komt. Wij waren een heel goede, unieke lichting. Als je samen traint, werpt dat vruchten af. Mijn conclusie is dat de jonge meiden bij een goede club moeten gaan spelen en dan ook echt spelen. Ga niet naar een club met te veel goede, volwassen speelsters. Zoals bij ons, bij Bietigheim. Dan beland je op de bank. Je moet spelen als je jong bent.’

Als dat achter de rug is, lonken de grote clubs, de topvijf van Europa. Malestein was heel ver met een transfer naar een club die zij niet wil noemen. ‘Het was er niet een van de Final Four van de Champions League dit jaar.’ Boekarest lijkt de geïnteresseerde partij.

Malestein tekende daarom voor slechts een jaar bij in Duitsland. ‘We gaan dan weer kijken. De grote clubs willen ervaring. Mijn plek, de rechterhoek, is overal sterk bezet. Er moet wat vrijkomen. Want ik ga niet als derde hoek naar een club.’ Zeker niet als je de tovenaar van Spakenburg wordt genoemd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden