sport Handbalprof Van Olphen

Handbalprof Van Olphen zit tijdens WK op het puntje van zijn stoel: ‘Het is hier in Duitsland een mannensport’

Hij is geveld door de griep. Maar woensdag knapte handbalprof Fabian van Olphen, al zestien jaar actief in Duitsland, zienderogen op dankzij de wedstrijden van het WK in Duitsland en Denemarken op de tv. ‘Drie WK-wedstrijden op één dag, inclusief Duitsland - Spanje. Dan kom je de dag wel door.’

Fabian van Olphen schiet op doel tijdens de kwalificatiewedstrijd Nederland-Hongarije. Beeld Jiri Buller

Van Olphen was niet de enige die voor de tv zat. ‘Handbal is met ijshockey de tweede sport van Duitsland, achter voetbal. Vanaf wedstrijd één is er dit WK veel belangstelling voor de nationale mannenploeg. Die speelt goed. Zo gaan er steeds meer kijken.’

Woensdag tegen Spanje waren het er 10 miljoen, heeft hij gehoord. Het record van 2007, toen 16 miljoen Duitsers de gewonnen WK-finale in eigen land volgden, is rijp om te worden gebroken. Misschien gebeurt het dit weekeinde bij de halve finale in Hamburg, dan wel op de slotdag in het Deense Herning. 

In Nederland is handbal een vrouwensport, in Duitsland het tegengestelde. ‘Het is hier een mannensport. Het wordt ze met de paplepel ingegoten. Veel kinderen groeien op met handbal. Het wordt veel op school gespeeld. Het is met recht een volkssport.’

Het Duitse handbal is hard. In de hoofdronde deze week was in het duel met Kroatië, ook geen lieverdjes, te zien dat Duits beton was gestort in het gebied rond de cirkel. ‘Dit is een sport voor echt grote mannen. Als je Nederlandse jongens van 22 vergelijkt met Duitsers van hun leeftijd, op het handbalveld dan, dan zijn die Duitse talenten volwassen kerels. Aan de Nederlanders moet nog heel wat gebeuren.’

Hij zelf beleefde dat, toen hij naar Duitsland vertrok. ‘Ik was 1.94 lang en 93 kilo zwaar. Maar dat was niet genoeg om me hier staande te houden. In het krachthonk ging het vervolgens heel snel. Ik trainde in Nederland al veel, maar hier nog veel meer. Ik at veel. De ontwikkeling van mijn spierstelsel ging snel. Vet werd spier. Ik ben nu 102 kilogram zwaar, ideaal voor het werk in de dekking wat nu, bij mijn huidige club Lemgo, mijn hoofdtaak is. Er waren tijden dat ik nog zwaarder was dan 102. Het is bewust leven, op de voeding letten en van fysieke training houden. Dat hield ik. En nog steeds trouwens.’

Zo werd hij de buitenlandse reus, de grote meneer die in Maagdenburg, elf jaar lang, op handen werd gedragen. Van Olphen was de Tulp, zijn bijnaam. ‘Ik speel in Lemgo, maar ik ben door speciale afspraken nog drie dagen per week bij mijn vrouw en twee dochters in Maagdenburg. Ja, daar kennen ze me allemaal. Willen ze van alles van me weten. Maar in Hamburg of München hoef ik niet halt te houden, hoor.’

Als hij, waarschijnlijk Nederlands beste handballer uit de geschiedenis, van nationaliteit was veranderd, dan was hij misschien een BD’er geworden, zoals Duitse tophandballers als Heiner Brand, Pascal Hens en Stefan Kretzschmar. Dan had de geboren Hagenaar, een krachtige atleet in de opbouwrij, ook een WK of een EK kunnen spelen, iets wat hem met het Nederlands team, een Europese middenmoter, nooit is gelukt.

‘Ik heb er over nagedacht, ja. Maar of het mogelijk was geweest, dat heb ik nooit uitgezocht, Maar die beslissing Duitser te worden had ik dan tien of veertien jaar geleden moeten nemen. Toen ik bij SC Magdeburg, een topclub, aansloot en daar zelfs aanvoerder werd. Nu is het allemaal veel te laat. In maart word ik 38. Ik heb mijn contract met Lemgo nog met een extra jaar verlengd. Ik ben 39 als dat klaar is. Maar over dat paspoort gesproken: ik heb geen actie ondernomen, niemand heeft mij aangemoedigd, ook mijn Duitse vrouw of schoonfamilie niet. De gedachte is er geweest, maar het is nooit tot daden gekomen.’

Fabian van Olphen, een nakomer uit een befaamd handbalgezin, is officieel nog Nederlands international. De vorige bondscoach Joop Fiege wilde hem erbij houden, als beperkt inzetbare routinier, maar technisch directeur Paul van Gestel was het daar niet mee eens. Dat leidde tot het opstappen van Fiege en het aantreden van de IJslander Richardsson. ‘Er waren afspraken gemaakt door Fiege, maar een paar dagen later bestonden die niet meer. Toen was Joop weg.’

Als ze hem zouden oproepen, voor het EK van volgend jaar dat Nederland denkt te kunnen halen, dan doet hij dat slechts in noodgevallen. Hij wil het vervullen van zijn grote wens niet ten koste laten gaan van een jonge speler die alles heeft gespeeld in de kwalificatie. ‘Want draai ’t eens om. Jij zal alles gespeeld hebben en dan, als het zover is en je denkt die grote eindronde te spelen, dan halen ze een ouwe lul terug. Omdat die zo nodig nog moet. Dat zou ik heel onterecht vinden.’

Dus kijkt hij vrijdag als oprecht geïnteresseerde naar het WK in Duitsland. ‘Hamburg, de Barclaycard Arena, 13.200 plaatsen. De andere drie toplanden in de halve finales zullen ook hun fans hebben, maar ik mag hopen dat het Duitse publiek de overhand heeft en voor het team, net als in Berlijn en Keulen, de achtste man is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.