Reportage Nederlandse handballers

Handballers geïnspireerd door WK-goud van de vrouwen

Voor het eerst nemen de mannen deel aan het EK handbal, dat volgende week begint. De ploeg is geïnspireerd door de wereldtitel van de Nederlandse vrouwen. ‘We willen jongens enthousiast maken voor handbal.’

De handballers vieren feest. Dankzij een zege op Letland is Nederland geplaatst voor het EK. Beeld BSR Agency

Een maand na de wereldtitel van de handbalsters, maken de Nederlandse mannen zich op voor hun eerste deelname aan een Europees kampioenschap. Onder leiding van de IJslandse bondscoach Erlingur Richardsson debuteert de ploeg op het EK in Noorwegen, Zweden en Oostenrijk, dat wordt gehouden van 9 tot en met 26 januari.

Daarbij gebruiken de mannen het succes van de vrouwen als stimulans. ‘De handbalsters hebben veel meisjes geïnspireerd’, zegt doelman Gerrie Eijlers, met zijn 39 jaar de nestor van het team. ‘Het zou mooi zijn als wij met onze prestaties ervoor kunnen zorgen dat ook meer jongens enthousiast worden van deze sport.’ Het Nederlands Handbal Verbond telt ongeveer 50 duizend leden. Tweederde is vrouw.

De Nederlandse handballers haalden pas een keer eerder een eindtoernooi: op het WK van 1961 in Duitsland werden zij in de voorronde uitgeschakeld. Wat volgde was een lange periode van droogte. Tot afgelopen jaar. Terwijl de vrouwen zich de laatste jaren in de wereldtop nestelden, debuteren de mannen op het EK van 2020, waar voor het eerst 24 in plaats van 16 landen mogen meedoen.

‘Dit is het podium waarop je actief wilt zijn’, zegt Eijlers, die zag hoe de vrouwen op de laatste drie WK’s brons, zilver en goud veroverden. ‘De aandacht die zij krijgen, hebben ze zelf verdiend. Als wij goed presteren, komt die belangstelling er ook voor ons. Je moet het wel zelf verdienen.’

Handbalacademie

Niet alleen op het veld, maar ook in breder perspectief vormen de handbalsters het voorbeeld voor de mannenploeg. Twaalf jaar na de vrouwen, kregen ook de mannen in 2018 een handbalacademie op Papendal. Liefst 16 van de 18 handbalsters van de gouden ploeg trainden in hun jeugd op het nationale sportcentrum. De bond hoopt het succes bij de mannen te kopiëren.

‘Ik ben ervan overtuigd dat het programma over acht jaar staat als een huis en het zijn vruchten heeft afgeworpen’, zegt Monique Tijsterman, technisch directeur ad interim bij de handbalbond en vanaf het begin betrokken bij de academie. ‘Deelname aan een EK helpt daarbij. Hoe beter de handballers presteren, hoe meer jonge jongens geïnteresseerd raken in de sport. Dat was bij de vrouwen ook zo.’

De handbalbond probeerde het al eens met een soortgelijke handbalschool voor mannen in Sittard. Maar na vier jaar trok het NHV in 2016 de stekker uit het project. Zonder steun van de nationale sportkoepel NOCNSF kostte de academie te veel geld. Bovendien bracht het te weinig toptalenten voort. Tijsterman: ‘De studie en trainingen sloten niet goed op elkaar aan. Ook moesten we zelf op zoek naar experts die ons op allerlei vlakken konden helpen.’

Het contrast met de huidige academie op Papendal is groot. Het NHV krijgt sinds 2018 drie jaar lang een bijdrage van ruim 50 duizend euro per jaar van NOCNSF. Daarnaast zijn studieloopbaanbegeleiders, diëtisten en lifestylecoaches beschikbaar voor de zestien talenten (onder 18 en onder 20 jaar) die van maandag tot en met donderdag op het sportcentrum wonen en trainen en in het weekeinde de wedstrijden bij hun club spelen. De talenten betalen ongeveer 300 euro per maand om op Papendal te kunnen wonen. Eten en drinken is voor eigen rekening.

Tijsterman: ‘Deze jongens trainen met de grootste talenten van hun leeftijd en leven als een topsporter. Wanneer zij bij hun club trainen hebben we daar veel minder zicht op. Op Papendal kunnen we ze opleiden naar internationale maatstaven. We hebben hier de faciliteiten en de coaches en stafleden weten wat nodig is om op topniveau mee te kunnen.’

Volgens haar dient de handbalacademie als springplank om als talent de stap te maken naar de Bene-League, waarin de zes sterkste ploegen van Nederland het opnemen tegen de zes beste teams uit België. Of nog liever: om de stap naar het buitenland te maken. De Bene-League, die in 2008 in het leven werd geroepen en het niveau van de mannen in Nederland vooruit heeft geholpen, kan nog altijd niet op tegen het handbalgeweld uit het buitenland.

Sterke EK-tegenstanders

Hoewel de meeste internationals tegenwoordig actief zijn over de landsgrenzen, is het volgens Eijlers geen uitgemaakte zaak dat de mannen het succes van de vrouwen even kopiëren. De doelman wijst erop dat de top bij de mannen veel breder is. ‘In landen als Duitsland, Frankrijk, Spanje en in het Oostblok is handbal volkssport nummer twee, na voetbal. Al veertig jaar worden kleine jongens daar geïnspireerd door handbal dat op televisie uitgezonden wordt.’

Als debutant op het EK hoopt Eijlers met zijn teamgenoten hetzelfde voor elkaar te krijgen in Nederland. De ploeg van bondscoach Richardsson moet in de poule zien af te rekenen met Duitsland, Letland en titelverdediger Spanje. ‘Het EK is een belangrijk ijkpunt: als ploeg doen we ervaringen op en we kunnen het handbal in Nederland een nieuwe boost geven.’

En Tijsterman: ‘Het is een heel zware poule, daar moeten we niet moeilijk over doen. We willen een goed toernooi spelen en stappen zetten, zodat we de stijgende lijn van de afgelopen jaren ook de komende jaren kunnen doortrekken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden