ReportageHandbal in Rusland

Handballen in Rusland: een dagje Rostov met vedette Lois Abbingh

Zo gooi je Nederland naar de wereldtitel om even later als een pupil te worden behandeld bij je club Rostov. Handbalster Lois Abbingh legt uit hoe ze zich staande houdt in Rusland. 

Lois Abbigh in actie tijdens een wedstrijd tegen Club Universitet uit Ishevsk.Beeld Emile Ducke

Het is alweer een maand geleden dat Lois Abbingh met een strafworp Nederland de eerste wereldtitel handbal bezorgde en haar aandacht is weer helemaal terug bij een dagelijks ritueel: zorgen dat ze niet geramd wordt door een of andere Lada.

De rammelbakken proberen haar links en rechts in te halen, maar na anderhalf jaar in het Russische Rostov aan de Don laat Abbingh zich niet zomaar aan de kant zetten. Ze behoudt knap haar positie bij de kruising met het tankmonument, slaat behendig een zijstraatje in, ontwijkt de kuilen in het wegdek en voilà, weer ongehavend aangekomen bij de trainingshal van haar club.

In 2018 bekeek Abbingh met haar vriend een promotiefilmpje van Rostov, een stad in het zuidwesten van Rusland. Ze zagen schitterende dronebeelden. Een levendige boulevard, statige kerken, rivierboten op de kronkels van de Don. Wauw, dachten ze. Abbingh gaf haar leven in Parijs op, waar ze twee jaar had gespeeld, en tekende voor twee jaar bij Rostov-Don, een club die sinds een jaar of vijf meedraait in de Europese top.

Ze klikt haar witte Kia op slot bij de trainingshal. Ze heeft geen idee waarom ze vanochtend opgeroepen is voor een krachttraining. Julia Behnke, haar Duitse teamgenoot die meegereden is, snapt er ook niks van.

‘We hebben vanavond een wedstrijd’, zegt Abbingh. ‘Zo raar weer, dit.’

Behnke: ‘En dat we pas gistermiddag geïnformeerd zijn over de training.’

Abbingh: ‘Dan heb je een club met zulke ambities…’

Behnke: ‘Ik denk dat het een straf is, omdat we drie dagen vrij hebben gehad.’

Abbingh: ‘Denk het ook, ja, haha.’

Niemand van de 21 speelsters zal die dag aan de trainer vragen waarom er vlak voor de wedstrijd een krachttraining ingepland stond. Dat doe je niet in Rusland. Daar is Abbingh nu wel achter. Een keer vroeg ze de trainer wanneer de laatste training van het seizoen zou zijn. Dan kon ze eindelijk een vakantie plannen. Sindsdien komen haar Russische teamgenoten naar haar toe. Of Abbingh aan de trainer kan vragen wanneer de laatste training is. Dan kunnen ze eindelijk een vakantie plannen.

Nee, Rostov aan de Don is niet helemaal geworden wat de Groningse topscorer van het gewonnen WK ervan verwacht had.

Het is een dag voor de krachttraining en Abbingh zit aan de keukentafel. Ze geeft een inleiding van haar leven in de Russische provincie. Op het aanrecht staat het potje pesto dat meegaat naar uitwedstrijden. Anders is de pasta zo droog. Naast haar zit haar vriend, Joost Lieder uit Purmerend.

Trainen, reizen, spelen. Het leven van Lois Abbingh staat sinds ze voor Rostov speelt nog meer in het teken van handbal dan voorheen.Beeld Emile Ducke

Russische luxe

Hun appartement op de vijfde verdieping ligt aan de rand van het centrum van Rostov (miljoen inwoners) en ademt Russische luxe: behang met een printje van rotsen, goudkleurige deurklinken, glimmend mozaïek in de vloer.

‘De stijl had ik nooit uitgekozen’, zegt Abbingh. ‘Maar het is een prima appartement. Het is fijn dat we een boiler hebben, de rest van het team zit regelmatig zonder warm water. Ik heb alleen de bank vervangen. Want de bank die er stond, daar ga ik echt niet op chillen.’

Chillen, dat is meteen een van de zaken waar het al anderhalf jaar aan ontbreekt. Een weekendje Moskou (‘daar heb je nog het gevoel dat je in een wereldstad bent’), dat was het qua vakantie in Rusland. Een vrije dag, zoals vandaag, heeft Abbingh bijna nooit. En dat ligt niet alleen aan de vele trainingen. Het programma in de Russische competitie is overvol, de afstanden zijn groot en de buitenlandse reizen voor de Champions League komen er nog bij.

Die topwedstrijden zijn de belangrijkste reden geweest voor Abbingh om naar Rostov te verhuizen. En die heeft ze toch maar mooi gespeeld. Vorig seizoen de ­Final Four van de Champions League, ­hoger kan niet. Rostov verloor de finale op één punt. Jammer, maar dit jaar komt de revanche.

Uitputtend, dat is het wel. ‘Zondag speel je in Parijs voor 12 duizend man, dinsdag sta je in Oefa voor 30 mensen’, zegt Abbingh. ‘In een schooltje, op een vloer van beton.’

‘Je bent tien dagen weg, zes dagen hier, en dan weer tien dagen weg’, zegt haar vriend Lieder, die dankzij zijn sportopleiding een baan vond als jeugdtrainer bij voetbalclub FC Rostov. ‘Vooral de nachtvluchten zijn killing’, zegt Abbingh. Wisten zij veel dat vliegtuigen in Rostov vaak ’s nachts landen. ‘Dat soort dingen bedenk je niet van tevoren’, zegt Lieder.

Ook niet te voorspellen: dat er nog altijd een pilaar met een hamer en sikkel voor de wedstrijdhal staat. Dat de sovjetcultuur binnen de club ook nog overeind is. En dat de trainer, tevens bondscoach van Rusland, Abbingh doelbewust buiten de clubopstelling liet met de bedoeling het Russische nationale team te helpen bij het WK handbal. 

Rustig hoekje

Rostov is altijd een ruig hoekje Rusland geweest. Russen kennen de havenstad als boevencentrum in het tsarenrijk en het communisme. Nog steeds heeft de stad trekjes van de jaren negentig.  Gasten worden in hotelkamers verwelkomd door een foldertje met de tekst ‘cheeky girls’ en een telefoonnummer. ‘Daar wonen dus echt mensen’, zegt ­Lieder op weg naar een favoriet uitgaansgebied vanachter het stuur. Hij wijst naar een grijze sovjetkolos. ‘Dan denk ik: hoe dan?’ 

Dan bereiken we de boulevard uit het promotiefilmpje, dat ook getoond wordt voor thuiswedstrijden in de oude wedstrijdhal. De boulevard is leuk in de zomer en zou nog leuker zijn als er dan wat terrasjes zouden staan langs de waterkant. ‘Dat kennen ze hier niet echt’, zegt Abbingh. Vlakbij staat de nieuwe voetbalarena, gebouwd voor het WK van 2018. Dat toernooi heeft de stad nieuwe infrastructuur opgeleverd, zoals het ­hypermoderne vliegveld.

Maar de handbalcultuur is nog steeds traditioneel Russisch, zegt Abbingh. ‘Als ik niet van mezelf een harde werker was, dan had ik dit niet overleefd. Ik ben nu 27. Blijf ik hier, dan ben ik op mijn 29ste op denk ik.’

Ook mentaal is het zwaar. Het duurde lang voordat Abbingh zich onderdeel voelde van het team en dat komt niet alleen door de taalbarrière – weinig spelers spreken Engels en Abbingh spreekt geen Russisch. ‘Het eerste halfjaar speelde niemand mij een bal aan. Dat heeft ook te maken met de keiharde onderlinge concurrentie hier. Russen denken: als je scoort krijg je respect van de trainer. Dus ze spelen weinig af.’

Nog iets waar ze aan moest wennen: de verplichte hotelovernachtingen met het team voor belangrijke thuiswedstrijden. Terwijl ze zelf in Rostov woont. Nog minder tijd thuis.

En dan is er de teamarts die met middeltjes rondgaat om spelers op te lappen. ‘Als je je slecht voelt, zeggen ze hier vrij makkelijk: neem dit middeltje maar. Ik neem niets waarvan ik niet weet wat het is. Daarvoor heb ik in Nederland te veel anti-dopingvoorlichting gehad. Maar de Russische mentaliteit is: neem wat je baas je aanreikt.’

Niet dat ze echt verdachte dingen gezien heeft bij Rostov, maar door de ­hiërarchische cultuur komt de recentelijk uitgesproken dopingschorsing van vier jaar voor Rusland (geen vlag en volkslied op WK’s en Olympische Spelen) voor haar niet uit de lucht vallen. ‘Er zal wel een reden zijn waarom zo’n straf wordt opgelegd’, zegt ze in een koffietentje vol kerstversieringen – die blijven in Rusland nog een paar maanden hangen.

Abbinghs vriend Joost Lieder op de tribune.Beeld Emile Ducke

De volgende uitgaansplek is La ­Fabbrica, haar favoriet. Een Italiaans restaurant van een Moskouse topkok met levende kreeften en oesters die je kunt aanwijzen voor de obers, en met jazz uit New Orleans op de achtergrond. ­Abbingh kan zich deze plek wel veroorloven; Rostov-Don is de club waar je kan sparen als handbalster.

Maar Abbingh wil ook handballen, en dat komt er steeds minder van sinds de trainer, de Spanjaard Ambros Martin, ook trainer is van het Russische nationale team. De meeste Russische internationals spelen voor Rostov-Don. ‘Ik speelde plots minder dan voorheen’, zegt Abbingh. Zonder opgaaf van reden. Ze hield haar mond en dacht: zolang ik maar opgesteld word in de Champions League. Maar dat gebeurde niet. ‘Het zit niet in mijn aard om dan direct naar de trainer te stappen.’

Abbinghs wraak kwam op het WK met Nederland. Ze scoorde achtmaal in de halve finale tegen Rusland, dat met 33-32 werd uitgeschakeld. Zo stuurde ze haar eigen trainer naar huis. ‘Wel lekker ja’, noemt ze dat.

‘Weer een sociaal leven’

En toch waren de afgelopen maanden ‘niet leuk’. Volgend seizoen verhuist ze naar Denemarken, waar ze begin januari een driejarig contract heeft getekend bij Odense. De club waar Nycke Groot en Abbinghs goede vriendin Tess Wester spelen. Leuk ook voor Abbinghs vriend, want diens broer is samen met Wester en woont er ook.

Lieder: ‘Weer een sociaal leven.’

Abbingh: ‘Het is daar meer zoals we gewend zijn.’

Na de quattro stagioni in het Italiaanse restaurant blijkt de parkeerplek van hun Kia gebarricadeerd door een SUV die op de weg is achtergelaten met een telefoonnummer onder de voorruit. Zonder zich te excuseren zet een man later traagjes zijn auto weg. ‘Beetje een nors volk, hoor’, zegt Lieder.

Als Abbingh een dag later opgesteld wordt en het eerste doelpunt maakt in de thuiswedstrijd tegen een team uit Izjevsk, zit Lieder op de houten tribune tussen de Russen. ‘Rostov heeft ons veel gebracht’, zegt hij. ‘Als je samen anderhalf jaar in Rostov kan overleven, dan kun je overal ter wereld overleven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden