Hand(tekening)

JE HOORT wielrenners wel eens klagen dat ze het voor aanvang van de koers zo druk hebben. Vooral met handtekeningen zetten....

Wij volgers hebben het 's ochtends anders ook niet makkelijk. In het Village du Départ, een dagelijks tentenkamp vlakbij de start, zijn de meesten van ons ongelooflijk druk. De rechterhand moet steeds een andere rechterhand schudden, de vrije linkerhand is voor de neringdoenden.

Er hangt vaak een plastic tasje met streekinformatie aan de linkerhand. Of een tasje met aanbiedingen van de sponsors van de Tour. Heel vaak omklemt de linkerhand een glas.

Mijn bezoeken aan het village hebben me in één week Tour vijf kilo doen aankomen. In papieren ballast uiteraard, want wij journalisten drinken niet. Alleen 's avonds laat, na het werk.

Het wordt nu echt te veel, al die tasjes. Ik versleep ze nu al een week lang van hotel naar hotel. Ik denk dat ik morgenochtend in Bordeaux een kamermeisje van Novotel ga verrassen met folders over worsten van Vire, de kathedraal van Lisieux en Astra-satellieten.

Vijf kilo! En dan ben ik nog iemand die weinig in het village te vinden is. Mijn dag begint vaak bij het wagenpark van de volgers van de Tour. Ik doe daar elke dag weer een wonderlijke ontdekking: geen auto is gebutst. Onbegrijpelijk.

Chûte!

Elke dag waren er in het peloton valpartijen, maar geen auto met een schrammetje. Terwijl vrijwel alle volgers een rijstijl hebben die mij doet denken aan die van de 48-jarige insecticiden-vertegenwoordiger uit de Tarn die net op achthonderd meter hoogte heeft geluncht en met zijn Renault-5 op een klant in de vallei aanstuurt, dat dal waar ik nu juist vandaan kom.

In zeven dagen Tour heb ik me één keer echt veilig gevoeld op het parkoers. Dat was de dag van de proloog toen ik met TVM-ploegleider Priem mocht meerijden achter Blijlevens aan. Acht kilometer draaien en keren door een haag van mensen in Rouen. Verder niemand op de weg.

Mooie rit. Ik zat achterin, chauffeur Priem zweeg en luisterde naar de man naast hem, iemand van Den Bosch-wielerpromotie of zoiets. Om de anderhalve kilometer ging de ploegleider even uit het raam hangen: 'Hup Jeroen, hup Jeroen! Hup-hup-hup'

Aan het eind van de rit begreep ik ineens heel goed waarom wielrenners klagen over de drukte voor aanvang van een rit. Iedereen schreeuwt tegen je en kijkt je aan. Een handtekening heb ik nog niet hoeven zetten. Mogelijk omdat er met grote letters op mijn perskaart staat (goed zichtbaar, hangt in een etui om mijn nek) wie ik ben.

Marcel van Lieshout

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden