ReportageHandbal

Halters aan huis: handbalsters blij

Samen trainen is op dit moment vrijwel onmogelijk. De tophandbalsters hebben dan ook deze week fitnessapparatuur ontvangen om thuis aan de conditie te werken.

Performance coach Auke Klarenbeek levert gewichten af bij handbal international Lois Abbingh in Emmen, zodat zij thuis kan trainen.Beeld Klaas Jan van der Weij

Auke Klarenbeek is de krachttrainer van de handbalwereldkampioenen van Nederland, maar nu even niet. Dezer dagen is hij ook pakjesbezorger, chauffeur van een transportbus waarmee hij heel Nederland doorkruist om fitnessspullen en krachtapparaten rond te brengen. De handbalsters, die coronagedwongen niet naar hun buitenlandse clubs kunnen, zitten te springen om zulk materiaal.

Klarenbeek spreekt van zijn Ronde door Nederland. Het reed op de eerste dag van Utrecht, zijn woonplaats, naar Papendal, om in te laden, toen door naar Bunschoten-Spakenburg (Angela Malestein), Almere (Martine Smeets), Heerhugowaard (Delaila Amega en Bo van Wetering), toch maar geen Zijdewind (Jessy Kramer vloog naar Frankrijk), daarna Pijnacker (Danick Snelder) om te eindigen in Schiedam, bij Kelly Dulfer.

Hij was nog niet klaar. De andere dag werd het een rit via Zwolle (Annick Lipman), de Achterhoek (Dione Housheer) naar Emmen, waar Merel Freriks terug is bij haar ouders. Toen Klarenbeek dacht dat hij klaar was, kreeg hij er woensdag nog een tweede rit naar Emmen bij. Lois Abbingh, de vrouw die Nederland met een rake strafworp het wereldkampioenschap bezorgde, was toch uit Rusland teruggekomen en wilde ook graag fit blijven, in de achtertuin van haar ouders.

Klarenbeek wisselde die dag de bus in voor de auto. ‘Er begonnen wel heel veel oranje lampjes op het dashboard te flikkeren. En ik ken die bus van het handbalverbond niet goed. Ben ik toch maar met de eigen auto naar de familie Abbingh gegaan’, zegt hij, als zijn derde dag bij de boodschappendienst erop zit.

Klarenbeek deed de klus met liefde. Alleen een pakket wegbrengen naar Denemarken, naar Estavana Polman in Esbjerg, dat was toch echt onhaalbaar in deze tijden van moeizame grenspassages.

De oud-atleet (43) kent alle Nederlandse tophandbalsters uit zijn jaren bij de Handbal Academie op Papendal. Hij prijst hen als ‘een stel volwassen zelfkritische sportvrouwen’ die op eigen kracht, met een klein zetje in de rug van de academische opleiding, een buitenlandse loopbaan hebben verworven.

Maar nu zijn de meesten even teruggeworpen op hun Nederlandse uitvalbasis, thuis bij moeder. Delaila Amega, speelster van het Duitse TuS Metzingen, is bij mama Martine in Heerhugowaard terug. ‘Ik train in de kamer, met de apparatuur die Auke heeft gebracht. Nu met het mooie weer kan het ook in de tuin. De schuur van ons huis staat helaas vol met fietsen. Soms ga ik met Bo van Wetering die hier twee minuten verderop woont. We hebben gerend, maar ook even een bal gegooid. Om de schouder te laten wennen. Wel een gedesinfecteerde bal hoor. En daarna de handen gewassen.’

De apparaten die Klarenbeek heeft rondgebracht komen van het CTO Papendal, het nationale trainingscentrum waar in normale tijden 500 sporters actief zijn. ‘Dat stond daar allemaal maar werkeloos, want werkelijk alles is gesloten. Het CTO en NOCNSF hebben dat spul vrij gegeven. Om rond te brengen naar sporters die daar behoefte aan hadden. In de groepsapp van de handbalploeg peilde ik de behoefte en die was groot. Ik kreeg heel veel respons.’

Het gaat om de olympische halterstang (15 kilo), met de schijven. Dumbbells, kettlebells, medicine ballen, elastieken banden. ‘Maar geen matjes om op te liggen’, zegt Klarenbeek. Crosstrainers en hometrainers regelen speelsters zelf.

In Emmen zegt Lois Abbingh haar eerste dag in Nederland nog even niet aan trainen te hebben gedacht. Maar nu Klarenbeek met zijn wagen voor de deur staat, zal zij zich weer met haar fitheid kunnen bezighouden. ‘Het fijnste is dat ik in Nederland weer naar buiten mag. Mijn ouders wonen aan het water. Heerlijk. En ik oefen mijn pass in de tuin. Die moet je echt onderhouden.’

In Rostov moest Abbingh veertien dagen in quarantaine, nadat ze in maart, na een afgezegde interland tegen Spanje, uit Nederland was teruggekeerd. ‘Het binnenblijven was zwaar. Gelukkig had ik Julia Behnke, onze Duitse cirkelloper, aan de overkant wonen. In het begin hielden we ons nog fanatiek bezig met onze fitheid, met training in het eigen appartement, maar het werd steeds moeilijker. Je hebt veel minder energie.’

Klarenbeek schrijft trainingsprogramma’s voor de handbalsters die deze zomer eigenlijk voor olympisch goud dachten te gaan spelen. Er zit veel variatie in. ‘Je moet de oefeningen aantrekkelijk houden. Dit zijn spelsporters, hè. Die zijn gaan handballen, omdat ze van spel houden. Ik laat ze ook lopen. Kort werk, normaal, maar nu iets meer omvang. Maar daar moet je ook weer mee opletten. Deze speelsters hebben een zwaar jaar achter de rug en mogelijk een heel zwaar jaar voor de boeg, met een EK in december en de Olympische Spelen in de zomer.’

Delaila Amega weet dat zij eigenlijk vakantie heeft. De Bundesligacompetitie is afgesloten. ‘Ik was na mijn kruisbandoperatie weer helemaal terug. Handballen gingen steeds beter. Officieel moet ik begin juli in Dortmund beginnen. Bij mijn nieuwe club. Maar niets is zeker.’

Abbingh stapt over naar Odense in Denemarken. ‘Maar de Russische competitie wordt mogelijk in de zomermaanden afgerond. Wat dat voor mij betekent, niet echt een idee. Per 1 juli ben ik in Deense dienst. Dit voelt vooralsnog als de zomervakantie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden