Volleybal Olympisch kwalificatietoernooi

Haast in het volleybal; vizier op het WK 2022 in Nederland

De olympische droom van 2020 is voor de Nederlandse volleybalsters voltooid verleden tijd. Het wordt, na het echec van Apeldoorn, tijd om naar de toekomst te kijken.

De Nederlandse vrouwen grijpen mis, het olympisch kwalificatietoernooi in Apeldoorn eindigde in een deceptie. Beeld Ronald Hoogendoorn

Terugkijken wordt als wijs beschouwd. Van je geschiedenis moet je immers leren. Er zal een serieuze evaluatie volgen bij de volleybalbond Nevobo dat 1,25 miljoen euro uitgaf voor het OKT, het olympisch kwalificatietoernooi met thuisvoordeel. Maar vooruitzien, perspectief schetsen, is nu harder nodig. Want over ruim twee jaar begint het WK volleybal in Nederland.

De nationale vrouwenploeg is automatisch geplaatst voor dat toernooi dat met 103 wedstrijden het grootste zaalsportevenement uit de Nederlandse geschiedenis gaat worden. Er is 22 miljoen euro voor uitgetrokken, met een bijdrage van 5,5 miljoen van het rijk. Het evenementenfonds van het ministerie van VWS (Sport) is daartoe verdubbeld.

De WK-finale is in het Gelredome van Arnhem, omdat de sportlievende provincie Gelderland meer dan 4 miljoen bijlegt en de stad Arnhem 4 ton fourneert. Het toernooi, gedeeld met Polen overigens, trekt een wereldwijd tv-publiek van 2 miljard kijkers en internetters. In 2018 was dat 1,7 miljard.

Bij dat zo veelbekeken WK dient een serieuze Nederlandse vrouwenploeg aan de start te staan. Dat had, zo luidde de stille hoop, de olympische ploeg van 2020 kunnen zijn, de ‘generatie-Slöetjes’, vernoemd naar de topscorer van de nationale ploeg van de voorbije jaren. Maar dat team is na het rampjaar 2019 en het daarop volgende mislukte OKT van 2020 min of meer verwezen naar de schroothoop.

De generatie 1990-91 lijkt op en versleten. Een enkeling zal de renovatie overleven. Maar vrouwen van in de dertig, zoals Maret Balkestein, Floortje Meijners, Myrthe Schoot en over een maand Laura Dijkema, weten dat hun pensioen eraan zit te komen. Al die speelsters moesten zaterdag, na de fatale 3-0-nederlaag tegen Duitsland, iets zeggen over hun directe toekomst bij de Nederlandse ploeg. Een ieder hield haar gedachte daarover voor zich. De meesten lieten zich zelfs niet zien voor de beantwoording van die vraag.

Het bouwen van een nieuwe, in elk geval hevig gerenoveerde ploeg zal in de handen van een bondscoach worden gelegd. Technisch directeur Joop Alberda zal de aanstelling van zo’n bouwcoach mogelijk als zijn laatste karwei voor 2020 zien. Daarna loopt zijn contract af.

Alberda is de man die de voorbije dertien maanden twee bondscoaches, Gido Vermeulen en Jamie Morrison, verving door twee Italianen: Roberto Piazza bij de mannen en Gianni Caprara bij de vrouwen. Het waren ervaren kerels, recht uit de hoog aangeschreven Poolse en Italiaanse clubcompetities, die vooral het eigen heilige doel hadden toch eens op de Olympische Spelen werkzaam te kunnen zijn.

Beide mannen grepen naast hun doel. De misgreep van Caprara was de pijnlijkste. Hij achtte zijn vrouwenteam wegens hun professionaliteit geschikt voor een ticket naar Tokio. Hij kwam bedrogen uit. De Italiaan, op 27 december begonnen aan zijn uiteindelijk op 11 januari onhaalbare karwei, lijkt toch de eerste keuze te zijn voor het traject tot 2022.

De eventuele aanstelling van Caprara is de onderstreping van de gebrekkige trainersopleiding in het Nederlandse volleybal. Waar in sporten als voetbal en schaatsen Nederlandse kennis tegen de plinten klotst, is in volleybal nauwelijks een ervaren coach met Nederlands paspoort beschikbaar. Avital Selinger is een van de weinigen, maar hij heeft zijn tijd met de vrouwenploeg al royaal achter de rug en richt zich nu op de opleiding van jong talent. Peter Blangé is naar Rotterdam Topsport vertrokken, Ron Zwerver net terug van drie jaar universiteitsvolleybal in Oregon (VS).

Wie een jonge ploeg gaat opbouwen, met oog voor nieuw en gerijpt talent, zal de tijd moeten hebben om rond te reizen. Nederlandse speelsters gaan snel na hun opleiding bij de Volleybal Academie van Papendal naar het buitenland. Caprara zou zijn baan bij het clubteam van Firenze moeten opzeggen. Wat zijn aanstelling minder aantrekkelijk maakt, is de taalkloof. Alle communicatie gaat in Italo-Engels. In de sport denken sommigen nog wel eens aan het debacle Maugeri in het waterpolo. De taalbarrière bleek daar echt een hobbel voor sterk presteren.

Het Nederlands volleybal is ambitieus, haalt toernooi na toernooi binnen. Alberda sprak onlangs nog van een WK voor junioren en zelfs een WK 2026 voor de mannen is een doel. Maar in Zeist werd onlangs door de Nederlandse teamsporten vastgesteld dat de eerste zorg is om voor sterkere clubcompetities te zorgen. In een professionele omgeving, in geschikte hallen, met ruimte voor publiek en sponsors. Zodat al die beloftevolle spelers en speelsters eens in eigen land zijn te bewonderen en er niet gewacht hoeft te worden op een WK

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden