Haan: 'Onze kansen waren in 1978 groter dan vier jaar eerder'

Het immense River Plate-stadion van Buenos Aires zinderde van spanning en emotie op de dag van de WK-finale in 1978....

Het was de krankzinnige ontknoping van een bizar toernooi, dat Nederland voor de tweede achtereenvolgende keer niet meer dan een zilveren medaille opleverde. In de slotminuten raakte Rob Rensenbrink in kansrijke positie nog de doelpaal. ‘Dát was hét moment’, zei Arie Haan veel later. ‘Wij hadden van Argentinië moeten winnen, want in feite waren onze kansen daar groter dan vier jaar eerder in München tegen de op de counter spelende Duitsers.’

Maar Nederland sneuvelde, nadat het acht minuten voor tijd via invaller Dick Nanninga een 1-0-achterstand had weggewerkt, in de verlenging van een spijkerhard, zelfs bloedig duel waarin de Italiaanse scheidsrechter Sergio Gonella niet berekend bleek voor zijn opdracht.

Het rumoer om de ploeg was in Nederland al begonnen, met de actie van Freek de Jonge en Bram Vermeulen (‘Bloed aan de paal’) om het elftal te weerhouden van een optreden in een land waarin de rechten van de mens door het militaire regime, met moord en gruwel, werden geschonden. Sportief was er de weigering van Johan Cruijff en Willem van Hanegem naar Zuid-Amerika te reizen en het besluit van de KNVB Ernst Happel aan te stellen als supervisor boven bondscoach Jan Zwartkruis.

In Mendoza kwam Oranje met moeite op gang. Op de zege op Iran (3-0), volgde een gelijkspel (0-0) tegen Peru. Tegen Schotland balanceerde het elftal op de rand van de uitschakeling, maar een schot van Johnny Rep behoedde Nederland voor een vroegtijdige aftocht. Door zijn treffer bleef de ploeg, ondanks de 3-2-nederlaag, dankzij een beter doelsaldo in de race.

Hoop was er nauwelijks, zeker niet omdat ook de wrijvingen tussen Ernst Happel en Jan Zwartkruis tot steeds grotere spanningen in de ploeg leidden. Zwartkruis’ besluit om tussentijds te verjongen en Ernie Brandts, Jan Poortvliet en Piet Wildschut een kans te geven, pakte goed uit. De weg naar de finale werd geplaveid via 5-1-winst op Oostenrijk, een gelijkspel (2-2) tegen West-Duitsland en een 2-1-zege op Italië.

Een Argentijnse provocatie voltrok zich vlak voor de finale. Aanvoerder Passarella maakte bezwaar tegen de manchet van gips, die René van de Kerkhof na zijn val in de wedstrijd tegen Iran, om zijn pols droeg. Passarella zei tegen scheidsrechter dat hij de bandage te gevaarlijk vond, Gonella tuinde erin, deed mee aan het vooropgezette spel van de Argentijnen en stuurde Van de Kerkhof terug naar de kleedkamer. ‘Het was puur getreiter vanuit het idee om ons in verwarring te brengen’, meent ook Haan nu nog.

Langer dan de Argentijnen lief was, hield de Nederlandse ploeg stand. Zelfs na de openingstreffer van Kempes, in de 38ste minuut, kreeg Oranje kansen. Maar net als vier jaar eerder in München, waar de Duitse doelman Sepp Maier weergaloos optrad, bleek ook de Argentijnse keeper Fillol onpasseerbaar in een finale die nooit door Nederland gewonnen had kunnen worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden