TourcolumnPeter Winnen

Guillaume Martin, mijn nieuwe oogappel in de Tour

Er zit er altijd wel eentje tussen die ik als oogappel adopteer. Het hoeft niet iemand uit het hoogste echelon te zijn. Het hoeft ook geen Nederlander te zijn of iemand die voor een Nederlandse ploeg rijdt. Het moet wel iemand zijn die mijn hartje verwarmt, al is het maar voor een paar seconden. Die volg ik dan de rest van de Tour. Een paar jaar geleden adopteerde ik Primoz Roglic als oogappel, dus die is aan de beurt geweest.

Dit jaar is het Guillaume Martin van Cofidis. Voor het moment van adoptie moet ik terug naar de vierde etappe, aankomst op Orcières Merlette. Een dooie rit tot aan de voet van de col. Daar schreef Wout van Aert – oogappel 2019 – geschiedenis door in dienst van Roglic een tempo op te leggen dat elke concurrent de darmen deed legen. Sepp Kuss nam het over. O, de koppen der kopmannen: niet geschikt voor een datingsite, of het moet er een voor 50-plussers zijn. Bernal hing als een grijsaard tussen het frame. Niemand, niemand die ook maar kon dromen van een aanval. Behalve Guillaume Martin dan, op 500 meter van de streep.

Er was een Roglic voor nodig om zijn karretje in de poep te rijden. Ik dacht: Martin ploft terug op zijn poef om op een minuut binnen te komen. Niet. Hij ging de sprint aan. Hij ging dus ook nog eens de sprint aan? Zijn benen lagen er niet af? Hij werd derde, maar dat sloeg ik veel hoger aan dan de ritwinst van Roglic. Het waren 500 meter om nooit te vergeten. Mijn oogappel had zich bekendgemaakt.

Guillaume Martin deed drie keer eerder mee aan de Tour. Hij eindigde respectievelijk als 23ste, 21ste en 12de. Er zit dus progressie in. Toptien moet haalbaar zijn, maar dat is geen eis die ik oogappels opleg. Ze mogen dramatisch slechte dagen hebben.

Kort voor zijn eerste Tour, die van 2017, haalde Guillaume Martin zijn master filosofie aan de universiteit Paris Nanterre. Tijdens de Ronde schreef hij stukjes voor Le Monde. Ik heb er toen een paar gelezen, maar ik herinner me er niet een. Ik noteerde voor mezelf de on-filosofische gedachte: ‘Niet verstandig van deze Guillaume.’ Waarmee ik stiekem toch mijn bewondering uitdrukte. Wie filosofische bespiegelingen schrijft tijdens de Tour, moet met een overschot aan energie zitten.

Andere notitie: ‘Als een filosoof besluit de Tour te gaan rijden, dan moet de enige zin van leven wel het rijden van de Tour zijn.’

Een paar maanden geleden verscheen de Nederlandse vertaling van zijn boek Socrates op de fiets, met als ondertitel Een filosofische Tour de France. Ik heb het nog niet gelezen; ik was al bekaf toen ik in besprekingen las over de opzet van het werk.

Nu hij mijn oogappel is, moet ik wel. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden