InterviewSchaakgrootmeester Jan Timman

Grootmeester Jan Timman: twee mensen aan het schaakbord, dat is het echte werk

Noem hem gerust een fenomeen, al is hij dan wat uit beeld geraakt. Jan Timman is nog altijd met schaken bezig. Vijftig jaar geleden nam hij voor het eerst deel aan het Hoogovenstoernooi, dat zaterdag onder de naam Tata Steel Chess Tournament van start gaat.  

Jan Timman, schaakgrootmeester.
 Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Jan Timman, schaakgrootmeester.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Schaakgrootmeester Jan Timman (69) geeft de voorkeur aan telefonisch contact vanuit zijn appartement boven een autovrije winkelstraat in Arnhem. Hij heeft zijn redenen: angst voor coronabesmetting.

‘In principe ontvang ik thuis niemand. Ik heb snel iets aan mijn luchtwegen. Ik heb bijvoorbeeld last van een stofallergie. Een beetje stof leidt al tot ademhalingsproblemen.’ Om overgewicht tegen te gaan – nog zo’n risicofactor – staat er een crosstrainer in huis. Maar daar kan hij even geen gebruik van maken. Een blessure aan de knie speelt op. ‘Maar als die over is, begin ik meteen weer, drie kwartier per dag. Ik neem alle denkbare voorzorgsmaatregelen in acht.’

Precies vijftig jaar geleden maakte Timman, net geslaagd voor zijn eindexamen, voor het eerst zijn opwachting in het Hoogovens Schaaktoernooi, het huidige Tata Steel Chess Tournament, dat deze zaterdag in Wijk aan Zee begint, zonder publiek en alleen veertien grootmeesters aan het bord. Hij won destijds als 19-jarige de meestergroep. ‘Eerder meedoen mocht niet. Het viel onder schooltijd.’ Vier jaar eerder had schaakgrootmeester en schrijver Jan Hein Donner zijn talent in een column in Elsevier genoteerd. ‘Hij is 15. Het kan wat worden.’

Timman zou in de decennia daarna doorgroeien tot de wereldtop in het schaken: hij was The Best of the West, de grootmeester uit Amsterdam die het de twee onaantastbaar lijkende kampioenen uit Rusland moeilijk kon maken, Anatoli Karpov en Garri Kasparov. In 1982 stond hij tweede op de wereldranglijst. Tegen Karpov streed hij in 1993 om de wereldtitel; hij verloor.

Met zijn uitbundige krullenbos, de uitstraling van een bohemien, zijn kalme en precieze dictie en een actieve deelname aan het nachtleven in de steden waar hij speelde, trok hij ook de aandacht van degenen die niet a priori waren geïnteresseerd in de geheimen van het Nimzo-Indisch. Hij droeg bij aan de populariteit van de sport, hij presenteerde in 1997 een zesdelige Teleac-cursus, die gemiddeld driehonderdduizend kijkers trok.

Timman bewaart warme gevoelens aan het evenement onder de rook van de Hoogovens. Hij was in 1981 gedeeld winnaar, met Genna Sosonko, en zegevierde in 1985. ‘De strandwandelingen staan me natuurlijk bij. De sfeer is er altijd prettig. Die eerste keer waren de wedstrijden in hetzelfde hotelletje waar we verbleven. Ik geloof dat er later nog Vietnamese bootvluchtelingen zijn opgevangen. Het waren gebrekkige kamertjes. Maar in die tijd waren we snel tevreden.’ 

Jan Timman tijdens een partij tegen de Hongaarse Judit Polgar in een eerdere editie van het Tata Steel Chess Tournement in Wijk aan Zee.  Beeld ANP FOTO/KOEN SUYK
Jan Timman tijdens een partij tegen de Hongaarse Judit Polgar in een eerdere editie van het Tata Steel Chess Tournement in Wijk aan Zee.Beeld ANP FOTO/KOEN SUYK

In hotel Sonnevanck ontmoette hij in 2002 zijn latere tweede vrouw, Geertje Dirkse, ze bleken beiden liefhebber van Bob Dylan. Enkele jaren eerder was hij gescheiden van de psychologe Ilse Marie Dorff, met wie hij een zoon en een dochter heeft.

In 2015 was hij voor het laatst in Wijk aan Zee.

Zou u nog meekunnen?

‘In de hoofdgroep zeker niet. Daar heb ik de energie niet meer voor. Het begrip van het spel is zeker niet minder geworden, sterker, ik denk dat het doorgronden ervan door het veelvuldig gebruik van de computer juist beter is dan voorheen. Maar die langdurige concentratie kan je op een gegeven moment niet meer opbrengen. Het is zwaar. Zelfs in mijn beste jaren was ik ontzettend moe na een partij. Het denken en de spanning vormen samen een enorme aanslag op je gestel. Iedere schaker kampt ermee. Bij Bobby Fischer, de Amerikaanse wereldkampioen, zag je dat hij in wedstrijden na zo’n zes partijen wat inzakte. Pas verderop in het toernooi herstelde hij weer.’

De aandacht voor het schaken is weer opgeleefd. Het noodgedwongen thuisblijven als gevolg van de coronabeperkingen doet velen naar de stukken grijpen. Misschien nog meer telt het succes van The Queen’s Gambit, de Netflixserie over het Amerikaanse weesmeisje Beth Harmon dat zich ontpopt als een genie op de 64 velden. Schaakclubs noteren al enige tijd een forse ledenaanwas. Er wordt vooral online gespeeld.

Heeft u gekeken?

‘Met heel veel plezier. Het is goed en professioneel gedaan. Zo’n sfeer van een open toernooi in de Verenigde Staten was uitstekend getroffen. Ik begrijp het succes wel.’

Keek u met het oog van de vakman? Klopten de stellingen, de zetten?

‘Dat was nog niet zo makkelijk te volgen. Ik zag betrouwbare stellingbeelden – Kasparov was adviseur van de makers. Maar je kon niet zo snel aflezen hoe het vervolg eruit zag. Er waren kleine irritaties. Elkaar lang aankijken, dat gebeurt in werkelijkheid nauwelijks, zeker niet zo extreem als in de serie. Kasparov heeft me een keer een tijdje verstoord aangestaard, toen ik de klok indrukte en de knop bleef vastzitten, waardoor ik mijn hand niet terugtrok. 

‘Het klopte zeker niet dat een tegenstander van het meisje in een afgebroken partij tegen haar zegt dat hij een zet gaat afgeven, onder couvert. Dat doe je niet. Dat meld je aan de wedstrijdleider. Daar had Kasparov zich wat meer mee moeten bemoeien. Ik miste de bedachtzaamheid aan het bord, vaak juist het mooie van het spel. Die had je beter in beeld kunnen brengen. De Tsjechische regisseur Milos Forman wilde een keer een film maken over het duel tussen Bobby Fischer en Boris Spasski, onder voorwaarde dat ze zelf de hoofdrollen speelden. Hij wist dat niemand beter dan zij konden laten zien wat je doormaakt, hoe het werkt.’


Deed hoofdrolspeler Anya Taylor-Joy u wellicht denken aan Judit Polgár, het wonderkind uit Hongarije?

‘Ik ken Judit goed, ik ben geregeld in Boedapest geweest, ik was nog te gast op haar bruiloft in een stijlvol hotel op een eiland in de Donau. Maar het is nogal hachelijk een vergelijking te maken tussen een fictief en bestaand persoon. Beth Harmon kampte met drugs- en alcoholverslaving, Judit is geheelonthouder. Zij heeft wel gezegd dat serie te rooskleurig is over de positie van een vrouw in de schaakwereld.  De mannen zijn hoffelijk, ze delen handkussen uit en tonen respect. In werkelijkheid hadden sommigen destijds moeite een verlies toe te geven. Ze gaven dan geen hand of ze zeiden dat ze een slechte dag hadden. Het zag er grimmiger uit dan in de serie wordt gesuggereerd. Ik heb ook verloren van haar, en gewonnen. Mij maakte het weinig uit dat ze een vrouw was. Ze was heel goed, ze kon heel aanvallend spelen. In 2003 stond ze in de top-10 van de wereldranglijst.’

Ziet u een vrouw ooit wereldkampioen worden door de mannen te verslaan?

‘Judit is tot nu toe de enige die echt ver is gekomen. De Chinese Hou Yifan is erg sterk, ze was al een paar keer wereldkampioen bij de vrouwen, ze behoort tot de beste spelers in haar eigen land. Waarom zou het niet kunnen?  Zo groot zijn de geestelijke verschillen niet. Ik hoop dat meer vrouwen door The Queen's Gambit  zijn gaan schaken. Ik zou het  toejuichen als het tot een wereldtitel komt. Maar het zal nog enige tijd vergen.’

Dat er nu veel online wordt geschaakt, wat vindt u daarvan?

‘Dat gaat eerlijk gezegd langs me heen. Het boeit me niet. Het niveau van de partijen is niet bijzonder hoog. Het tempo is te snel. Er is misschien te veel afleiding. Nee, mensen aan het bord, dat is het echte werk, het serieuze werk.’

Wat is de precieze meerwaarde?

‘Je let bijvoorbeeld op houdingen, op gezichtsuitdrukkingen. Wat dat betreft was Kasparov een open boek. Als hij zich zorgen maakte, zat hij in opperste concentratie achter het bord. Als hij goed stond, was hij grimassen aan het trekken. Karpov had een pokerface. Daar zag je niks aan.’

Zal het succes bestendig blijken?

‘Ik sla de opleving met enthousiasme gade, maar of het beklijft, daar heb ik werkelijk geen idee van. Eind jaren negentig was het ook ineens veel minder.’

Wat was volgens u daar de oorzaak van?

‘Een belangrijke reden is dat Kasparov van de computer verloor, van Deep Blue. Dat was een pijnlijk moment. De gedachte was, hoe onterecht ook, dat het schaken hiermee was opgelost. Wat verder speelde was dat bijzondere figuren ontbraken. Spelers als Fischer of Kasparov spraken iedereen aan. Maar daarna kwamen minder kleurrijke karakters. Ik geloof dat de maatschappij wat oppervlakkiger is geworden, wat vluchtiger.’

Is de huidige schaakwereld nog uw wereld?

‘Zoals ik net opmerkte, ik hou niet van online, ik doe er niet aan mee, ik volg het met hooguit een half oog. Ik ben nog lid van schaakclubs, in Wageningen en Düsseldorf, maar het accent is verschoven. Ik schrijf boeken, het zijn er meer dan twintig intussen, en artikelen voor tijdschriften, ik verdiep me in de wetenschappelijke kanten van het spel met de computer. Het is allemaal wat verder van me af komen te staan, dat gevoel heb ik wel, ja. Maar wat er in Wijk aan Zee gaat gebeuren, daar kijk ik echt naar uit. Dat is het klassieke schaken, dat houdt mijn enorme interesse.’

Let u dan ook speciaal op de verrichtingen van de tegenwoordige lichting Nederlandse schakers?

‘O ja, zeker.’

Hoe schat u hun mogelijkheden in?

‘Anish Giri haalt constant een hoog niveau. Jorden van Foreest is nog jong, hij ontwikkelt zich goed, hij zal wel de top-20 kunnen halen. Maar de absolute top? Nee, voor beiden zie ik dat niet gebeuren.’

In uw vorig jaar verschenen boek, Timmans Triumphs, selecteerde u uw honderd beste partijen. Hoe was het om daarin weer in te duiken?

‘Ik heb er eerst duizend uitgekozen, een tweede filtering leidde snel tot 200 en daarna werd het lastiger. Wonderlijk hoeveel er weer tot leven komt. Dat je weet: o ja, over die zet heb ik toen heel lang nagedacht. Het zit er nog, kennelijk. Het was soms confronterend. Er liep voortdurend een computerprogramma mee. Dat maakt geen fouten. Dan zie je dat het toch anders had gemoeten – ik speelde veel op intuïtie. Er kwamen partijen voorbij waarvan ik dacht dat ik heel sterk had gespeeld, maar dat bleek dan helemaal niet zo te zijn. Andersom kwam eveneens voor. Ik vind het mijn interessantste boek.’

U bekende erin faalangst te hebben, met name in de laatste fase.

‘Het was meer nervositeit. Menigeen heeft er last van. Heel precies speel je naar het einde, maar als je eenmaal gewonnen staat, kunnen er zomaar onzuiverheden in je spel sluipen. Je bent niet meer in staat dezelfde nauwkeurigheid te betrachten. Dat kan gevaarlijk zijn. Ik heb er eigenlijk nooit een oplossing voor gevonden.’

De anekdotes eromheen ademen een zekere weemoedigheid. Veelvuldig bezoek aan cafés, nachtclubs, hoogoplopende discussies, onderweg in een VW-busje. Verlangt u er naar terug?

‘Het zijn voor mij vooral mooie en dierbare herinneringen. Het is het soort romantiek dat in deze maatschappij nog maar sporadisch te vinden is. Maar het hoeft van mij niet nog een keer te gebeuren. Ik ben er niet op zoek naar.’

Was het in terugblik soms valse romantiek?

‘Want?’

U wordt nogal eens achtervolgd met de opvatting dat een gedisciplineerder leven meer succes had opgeleverd.

‘Dat zou goed mogelijk zijn geweest. Je kunt niet alles hebben. Zoals Karpov, die echt alles opzij zette voor het schaken, wilde ik niet leven. Zoiets is nooit mijn streven geweest. Dan zou ik te veel hebben gemist. Ik heb het wel eens geprobeerd, de wijn laten staan, op tijd naar bed, regelmaat, maar het leverde weinig op. Wat ik ervan leerde is dat je niet te veel moet afwijken van je levenspatroon. Maar vergeet niet: ik heb wel degelijk heel serieus geleefd als het er echt om ging. Ik vind dat ik ver genoeg ben gekomen.’

Is het mislopen van de wereldtitel misschien toch nog een frustratie?

‘Ik was twee keer dichtbij, in 1990 haalde ik de finale van de kandidatenmatches en verloor van Karpov, drie jaar later speelde ik tegen hem om de wereldtitel. Daar ging telkens een hele cyclus van wedstrijden aan vooraf. Max Euwe, de enige Nederlandse wereldkampioen, heeft nooit allerlei toernooien hoeven te winnen om zover te komen. Hij werd in 1935 uitgedaagd door Aleksander Aljechin. Dat ik om de titel kon strijden, was al een hele prestatie op zich. Ik heb heel veel sterk bezette toernooien gewonnen. Ik kijk er met tevredenheid op terug, in alle opzichten.’

U schrijft dat in de jaren na de laatste tweekamp ‘de grootste ambities achter de horizon verdwenen’. Waarom gaf u het zo’n beetje op?

‘Ik was de 40 voorbij. Er zijn er niet zoveel die op de leeftijd nog om een wereldtitel kunnen strijden. Je voelt dat je aan kracht verliest. Je wordt met de neus op de feiten gedrukt. Zo is het leven. Het was tijd om doelen te veranderen. Ik ben meer gaan schrijven. Na 37 jaar ben ik weggegaan uit Amsterdam en naar Arnhem verhuisd. Die aandacht van toen, ook voor mijn privéleven, begon wat vermoeiend te worden. Hier heb ik een rustig leven. Hier ben ik gelukkig.’

CV Jan Timman

1951: Geboren in Amsterdam, als zoon van twee wiskundigen.

1967: Derde op het WK voor junioren.

1971: Internationaal schaakmeester

1974: Grootmeester

1974-1996 Negen keer Nederlands schaakkampioen

1981, 1985: Winst op Hoogovens Schaaktoernooi

1982 :Tweede op de wereldranglijst, achter Anatoli Karpov

1990: Verlies finale kandidatenmatch tegen Karpov

1991-1996: Drager van de Euwe Ring

1993: Verlies tweekamp om wereldtitel tegen Karpov

1997: Presentator Teleac-cursus Schaken met Jan Timman

2005: Met Nederlands team Europees kampioen op de Olympiade

2015: Laatste deelname aan Tata Steel Chess Tournament

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden