Profielen

Groenewegen en Jakobsen: een gruwelijke val zal ze voor altijd met elkaar verbinden

Fabio Jakobsen (links) en Dylan Groenewegen (in het geel) bij hun desastreuze val.Beeld AP

De een (Dylan Groenewegen) geldt al jaren als een van de snelste sprinters ter wereld. De ander (Fabio Jakobsen) was bezig om bij dat selecte gezelschap aan te haken. Een gruwelijke val zal hun levens en carrières voor altijd met elkaar verbinden. Wie zijn zij? 

Fabio Jakobsen.Beeld Klaas Jan van der Weij

Fabio Jakobsen

In juli 2018 ontmoette Fabio Jakobsen familie van de wielrenner naar wie hij is vernoemd, de Italiaan Fabio Casartelli. Het was in de Pyreneeën, bij een wit monument op de Col de Portet-d’Aspet. Op die plek was de voormalig olympisch kampioen op 18 juli 1995 tijdens de Tour de France dodelijk verongelukt. Hij ging tijdens de afdaling onderuit, zijn hoofd raakte een betonblok. Toen de moeder van Casartelli er met de tranen in de ogen stond, kreeg Jakobsen, bekende hij achteraf, het ook te kwaad.

In de nacht van woensdag op donderdag vocht de 23-jarige renner uit Heukelum zelf enige tijd voor zijn leven - volgens zijn koersarts is hij stabiel en wordt zijn leven niet langer bedreigd. Hij is vijf uur aan zijn gezicht geopereerd en wordt zeker tot vrijdagochtend in kunstmatige coma gehouden. In het nauw gedreven door de zich breed makende topsprinter Dylan Groenewegen raakte hij in de openingsetappe van de Ronde in Polen in de problemen en schoot door de dranghekken. Op het licht aflopende parcours tikten de snelheden de 80 kilometer per uur aan. 

De  sprinter in dienst van Deceuninck-Quickstep was bezig zich een plek te verwerven in de absolute top van de specialisten op de laatste meters. Nadat hij zich bij de beloften in de kijker had gereden, viste de Belgische ploeg hem al op 21-jarige leeftijd op. Daar baarde hij meteen opzien door in trainingen de Italiaanse eliterenner Elia Viviani er geregeld op te leggen. Hij won in zijn debuutjaar onder meer Nokere Koerse en de Scheldeprijs, een wedstrijd met hoog aanzien onder sprinters. In 2019 ging het helemaal crescendo: weer de Scheldeprijs, Nederlands kampioen op de weg, twee etappezeges in de Vuelta.

De Hurricane van Heukelum – hij test zichzelf daar veelvuldig door eindeloos een oprit naar een dijk in de Betuwe op te vliegen - is een goedlachse flapuit. Hij klapte onlangs in een podcast uit de school over onderlinge rivaliteit in zijn ploeg en over renners die in elkaars waszak pisten. Achteraf vond hij het kijkje in de keuken ook wat minder geslaagd: sorry, het was het allemaal niet zo bedoeld en uit zijn context gehaald.

Hij kent zijn capaciteiten als afmaker. ‘Ik zou ook niet graag met mezelf naar de meet gaan’, sprak hij zelfverzekerd na zijn Nederlands kampioenschap in Ede. Hij rekent zichzelf inmiddels tot de top tien van het sprintersgilde. Van zijn ambities maakt hij geen geheim: na de Vuelta nu ook maar ritzeges in de Tour de France en de Giro d’Italia (waar hij dit jaar zou debuteren), klassiekers als Milaan-San Remo en Gent-Wevelgem en wie weet een Wereldkampioenschap, als het parcours vlak is. Hij woont nog bij zijn ouders, maar speculeerde in De Gelderlander eind vorige maand al over een verhuizing met zijn vriendin naar Monaco, waar veel goedbetaalde profs verblijven.

De gevaren in het peloton kent hij ook. ‘Er is onderling respect, maar je moet ook je mannetje staan. Af en toe met het mes tussen de tanden durven rijden. Ik ga niet over lijken, maar knijp ook zeker niet snel in de remmen. Dat moet ook niet als je wilt winnen.’ In Katowice kwam hij er woensdag achter dat een uitgestoken elleboog  volstaat om onderling respect in te wisselen voor te tomeloze dadendrang.

Dylan Groenewegen.Beeld Klaas Jan van der Weij

Dylan Groenewegen

Wat bezielde spurtbom Dylan Groenewegen woensdag in de Ronde van Polen door in de allerlaatste meters de deur dicht te gooien voor de naast hem opstomende Fabio Jakobsen? Besefte hij dat dit een poging was om hem van de troon te stoten?

De 27-jarige Amsterdammer geldt nog altijd als de snelste sprinter van Nederland, zo niet van het hele profpeloton. Maar aan het begin van dit jaar had Jakobsen hem in de Ronde van de Algarve in de laatste etappe verslagen, al waren de rollen in dezelfde koers twee keer omgekeerd geweest.

Misschien speelde ook mee dat dit voor beiden de eerste wedstrijd was na de coronapauze in het wielrennen. De gretigheid is groot, net als de nieuwsgierigheid naar de vorm na maanden training rondom het huis. Het virus kan alsnog de hele kalender stilleggen. Dan is het devies: pakken wat je pakken kan.
Groenewegen noemde zichzelf in 2018 in de Volkskrant ‘een arrogante klootzak’. Het was de uitkomst van een karaktertest geweest. Vreemd vond hij het niet. Een sprinter moet kunnen bluffen als hij wil winnen. Je laat je niet opzij zetten. In zijn ploeg Jumbo-Visma wordt veel aandacht besteed aan de sprinttrein, de renners die voor hem de weg banen naar de laatste meters. Maar zijn eindschot is zo sterk dat hij het geregeld geheel op eigen kracht redt.

Het leverde hem klinkende resultaten op. Zijn misschien wel mooiste overwinning, de winst op de Champs-Élysees in de Tour de France van 2017, zijn eerste van vier zeges in Frankrijk, behaalde hij nadat hij enige tijd schouder-aan-schouder reed met de Noor Alexander Kristoff. Hij sprak grijnzend van een partijtje ‘boksen’. Uitdelen, incasseren – het is een deel van het vak. Twee jaar later maakte hij in de Tour de grootste teleurstelling in zijn carrière mee. Hij was voorzien voor de winst in de openingsetappe in Brussel en zou daarmee de eerste Nederlander zijn die na 30 jaar na Erik Breukink weer een gele trui kon aantrekken. Hij viel, op anderhalve kilometer van de finish. 

Enige provocatie behoort ook tot het oeuvre. In de Tour van 2018 kwam er kritiek toen hij telkens misgreep. Maar in Chartres sloeg hij wel toe en plaatste bij het passeren van de streep uitdagend zijn vinger verticaal op de lippen. Ssst. De buitenwacht moest maar even zwijgen.

In zijn ploeg is hij de showman. Op sociale media verschenen vorig jaar beelden van de witte Porsche Panamera die hij zichzelf cadeau deed na zijn zestien overwinningen in het seizoen. Hij draagt dure horloges en houdt van prijzige tassen. Tegen het AD in april: ‘Ik werk er hard voor, vind het mooi om kotsend langs de weg te staan bij trainingen - en beloon mezelf af en toe.’ Toen op een trainingskamp in Spanje het tv’je op de kamer aan de kleine kant bleek, verving hij die snel door een imposante flatscreen. Hij etaleert ook zijn beminnelijke kant: tijdens de lockdown bezorgde hij enkele keren op de fiets boodschappen bij zorgmedewerkers en ouderen. Eind juli maakte hij bekend dat hij vader wordt, in februari volgend jaar. Maar als het om sprinten gaat, bestaat de kans dat de show voor onbepaalde tijd voorbij is.

‘In de finale komt de arrogante klootzak in mij naar boven’

In 2017 won hij de slotsprint op de Champs-­Elysées en sindsdien telt hij mee. Dylan Groenewegen, sprinter bij Lotto-Jumbo, hoopte in 2018 in de eerste rit van de Tour de France toe te slaan. Lees dit interview, gemaakt voorafgaand aan de Tour de France van 2018. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden