Sport Zwemmen

Goud op de kortebaan zwemmen is allerminst een garantie voor olympisch succes

Met twee nieuwe Europees kampioenen in zijn ploeg heeft zwemcoach Mark Faber werk aan de winkel. De trainer van Arno Kamminga en Kira Toussaint, de dubbele gouden medaillewinnaars op de EK kortebaan in Glasgow, moet ze nu klaarstomen voor de Spelen van Tokio.

Kira Toussaint viert de overwinning op goud. Beeld BSR Agency

Om over zeven maanden in Japan op het podium te komen, moet nog een hoop gebeuren, denkt Faber. ‘Kira en Arno winnen hier hun eerste individuele titels. Dit zijn pas de eerste stappen. In het mondiale veld komen er nog wel een paar koppen bij. Dat verschil is groot.’

De zwemcoach kijkt al een aantal jaar met grote interesse naar Adam Peaty, de Brit die van het schoolslagzwemmen een sensatie maakte. Op de rugslag is er ook zo’n fenomeen opgestaan: de pas 17-jarige Regan Smith uit Amerika. ‘Ik weet niet hoe zij het doet. Maar ze zwom 57,57 op de 100 meter rugslag. Als je in Tokio een medaille wil winnen, moet je nu echt wel rond de 58-laag kunnen zwemmen.’

Dat doet Toussaint nog niet. Zij blinkt vooral uit op de kortebaan omdat ze heel goed onder water kan zwemmen. In het niet olympische 25-meterbad heeft ze daar veel profijt van omdat ze na elk van de drie keerpunten weer 15 meter onder water mag zwemmen en daar veel tijdwinst pakt. In een zwembad van 50 meter keert ze slechts eenmaal.

Echte sprinter

Toussaint is een echte sprinter, maar de 50 meter rugslag is niet olympisch. Rugslagfenomeen Smith zette het wereldrecord op de 100 meter rugslag dit jaar op 57,57. Dat is ruim anderhalve seconde sneller dan de beste tijd van Toussaint: 59,14. Het WK-podium van dit jaar had ze wel bijna gehaald als zij haar persoonlijke record in Korea had gezwommen, maar ze bleef steken op de 13de plek. De bronzen plak werd gewonnen in 58,91.

Op de 200 meter is het wereldrecord van Smith 2.03,35. De Nederlandse heeft 2.11,79 staan. Voor haar is de dubbele afstand simpelweg te lang.

Arno Kamminga zegt niet meer bang te zijn voor Adam Peaty. Als hij net zoveel progressie boekt als in de afgelopen drie jaar, is het olympisch podium wellicht haalbaar. Hij haalde de afgelopen jaren seconden van zijn toptijden af. Onlangs ging er op de 100 meter weer 0,41 seconde vanaf. Op de 200 meter verbeterde hij zich de laatste keer met iets meer dan een halve seconde.

Sterke Brit

Op de kortebaan komt de schoolslagzwemmer in de buurt van de sterke Brit, die weinig wedstrijden doet in een 25-meterbad en ook de EK in Glasgow aan zich voorbij liet gaan. Op de langebaan is het verschil nog groot. Kamminga werd deze zomer op de WK 13de op de 100 meter schoolslag en 10de op de 200 meter schoolslag. Peaty won alleen de niet olympische 50 meter en de 100 meter schoolslag. De 200 meter zwemt hij niet.

Kamminga’s persoonlijke record op de 100 meter is nu 58,98. Met die tijd had hij op de Spelen in Rio de Janeiro 0,11 van het brons af gezeten. Maar op de WK zwemmen in Korea ging het dit jaar alweer veel sneller. Daar won de Chinees Yan Zibei brons in 58,63, ver achter de onverslaanbare Peaty, die won in 57,14.

De beste afstand van Kamminga is de 200 meter schoolslag. Kamminga heeft nu een persoonlijk record van 2.07,96 staan. Op Op de WK werd het brons gewonnen in 2.06,73.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden