Gooise garage bakermat van racetalent

Van Amersfoort Racing verschijnt dit weekeinde bij de Masters of Formula 3 met twee nieuwe, jonge coureurs aan de start: Jeroen Bleekemolen en de Belg Tom van Bavel....

Voor de klanten van voormalig Suzuki-dealer Kavam in Laren (NH) was het altijd een beetje een geheimzinnig hoekje, daar achter in de werkplaats. Wat deden die vlaggen, grote bekers en sigaarvormige race-auto's bij hun garagebedrijf? Ze vroegen het wel eens aan de garagehouder, de broer van Nederlands meest succesvolle teameigenaar Frits van Amersfoort: 'Als nou blijkt dat die monteurs het heel goed doen bij dat raceteam, mogen ze dan in de garage komen werken?'

Dat het eigenlijk andersom is werd verstandig genoeg verzwegen. De klant is koning. Die wat ongemakkelijke situatie is overigens sinds twee jaar verleden tijd. Toen betrok Van Amersfoort Racing voor het eerst in zijn bestaan een eigen pand, ergens op een industrieterrein in Eemnes.

'Mijn broer runt voorlopig de garage. Toen ik dertig was, zei ik dat ik er over tien jaar mee zou stoppen. Dat was vijf jaar geleden, ik ben nu 45.'

De autosportcarrière van Van Amersfoort heeft wel zijn wortels in het familiebedrijf. Halverwege de jaren zeventig liep er met enige regelmaat een dorpsgenoot binnen met wat spuitwerk aan zijn Formule Fordje. Huub Rothengatter heette hij, een talent volgens de kenners. Of een van de jongens Van Amersfoort geen zin had om hem een beetje te helpen sleutelen op het circuit van Zandvoort, vroeg de jonge coureur op een bepaald moment.

Dat had Frits wel. Zandvoort werd al snel Europa en in een oude Transit trokken de twee van Frankrijk naar Denemarken en via Duitsland weer terug naar Nederland. 'We leefden op een paar blikken knakworst. Vaak wisten we niet eens of we de benzine voor de race konden betalen, laat staan voor de terugweg. Soms kregen we van een rijker team een paar oude banden toegespeeld en daar reed Huub dan de race op.'

Het zijn herinneringen uit de oude doos, maar Van Amersfoort is geen man om daarin te zwelgen. Integendeel. De ambitie brandt nog steeds. Hij vindt het erger als zijn coureurs een halve seconde per ronde verliezen op de snelste concurrent dan dat ze door een stuurfoutje in een training een raceauto afschrijven. 'Dat hoort erbij', zegt hij schouderophalend. 'Leuk is het niet, maar het is het risico van het vak. In de Formule 3 gaat het om tienden van seconden.'

Misschien wel dankzij die instelling heeft Van Amersfoort de laatste jaren de ene na de andere kampioen afgeleverd. Het grote succes kwam met Jos Verstappen, die in 1992 de titel in de Formule Opel won, maar Verstappen is lang niet het enige talent dat onder de vleugels van Van Amersfoort tot wasdom is gekomen. Ook voor de in 1992 bij een Britse Formule 3-race omgekomen Marcel Albers, Tom en Tim Coronel en de Belg Bas Leinders vormde het team de springplank voor latere successen.

Van Amersfoort heeft oog voor coureurs. Wat hem precies in een rijder bevalt, kan hij vaak niet uitleggen, hij ziet het gewoon. Als iemand een seconde langzamer is bij een eerste test, kan hij zeggen: 'Die heeft drie dagen nodig en dan heeft hij het te pakken.' De specifieke manier waarop Van Amersfoort zijn team heeft ingericht, is ook helemaal afgestemd op de ontwikkeling van de jonge coureurs.

Het systeem is even simpel als doeltreffend: Van Amersfoort probeert de coureurs voor twee jaar aan zijn team te binden. Door elk jaar één rijder te vervangen, heeft hij een ervaren jongen die voor de resultaten kan zorgen en een talent dat alle circuits voor het eerst bezoekt en de fijne kneepjes van zijn collega kan leren.

Dat het de laatste twee jaren iets minder gaat met Van Amersfoort Racing is niet toevallig in belangrijke mate te wijten aan de doorkruising van zijn rijderspolitiek. Het Nederlandse talent Christijan Albers werd na een seizoen in de Duitse Formule 3 weggekaapt door concurrent Bertram Schäfer.

Sindsdien heeft Van Amersfoort moeite met de bezetting van zijn team. 'Als we het systeem weer op kunnen pakken, zitten we zo weer in het ritme', is de heilige overtuiging van de teambaas. 'Maar de tendens is dat de druk om te presteren vanaf het eerste seizoen veel te hoog is. De blik is meteen op de Formule 1 gericht. Ik zou het heel erg vinden als dat de maatstaf wordt. De carrières worden in veel te korte tijd naar de top gejaagd.

'Kijk naar Jenson Button, die reed vorig jaar voor de eerste keer de Masters. Hij presteerde heel aardig in de Formule 3 en meteen wordt hij bij Williams in een Formule 1 gezet. Maar inmiddels zit hij wel op de schopstoel. En dat terwijl hij het goed doet. Maar hij is zeker niet de enige die te vroeg affikt. Met de Zuid-Afrikaan Etienne van der Linde hadden we vorig jaar ook een getalenteerde jongen in ons team, maar ook hij kreeg geen tijd om te rijpen.'

Onbegrijpelijk, vindt Van Amersfoort. De waarde van de Formule 3 wordt schromelijk onderschat. 'Het is geen verlengstuk van de juniorenklassen, het is de eerste opstap naar het grote werk.' Hij ziet zijn idee bevestigd in de ontwikkeling van zijn huidige rijders, Jeroen Bleekemolen - de zoon van Michael - en de Belg Tom van Bavel, beiden achttien jaar oud. 'Ze worden voor het eerst geconfronteerd met het niveau van de internationale autosport en daar hebben ze toch moeite mee.

'Maar ze mogen absoluut niet afgerekend worden op hun eerste seizoen. Wat ze nu leren, komt er - hopelijk - volgend jaar uit. Als ze maar de tijd krijgen.' Wat dat betreft is Van Amersfoort blij met de benadering van zijn nieuwe engineer, de Belg Ludo Loots, die de naar de Formule 1 vertrokken John McGill is opgevolgd. 'Hij laat ze gewoon in een schriftje opschrijven hoe de auto zich gedraagt, wat ze voelen. Daar leren ze van.'

De verwachtingen voor de Masters of Formula 3, de internationale Formule 3-race dit weekeinde in Zandvoort, zijn daarom niet te hoog gespannen. Bleekemolen en Van Bavel moeten zich meten met rijders als Antonio Pizzonia en Toby Scheckter, op dit moment de wereldtop. 'Ze kunnen natuurlijk een beetje profiteren van hun kennis van de baan, maar ze zullen wel op hun tenen moeten lopen', zegt Van Amersfoort. 'In Duitsland hebben we altijd voldoende tijd om ons geweer te poetsen. Dat is bij de Masters echt onmogelijk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.