God en duivel, Rambo en Rimbaud

Een bestuurslid van de Franse voetbalbond verklaarde ooit dat hij de geur van zwavel rook als hij Eric Daniel Pierre Cantona ontmoette....

Maar waarom dragen honderden jongens in Manchester dan T-shirts met simpele opschriften, God of Dieu, en daaronder een afbeelding van Cantona?

Niet één voetballer, zelfs Maradona niet, roept zoveel uiteenlopende reacties op als Cantona. De tegenstellingen liggen voor het grijpen: hij is de duivel, maar ook God, hij is slecht, maar ook goed. Hij pendelt tussen de hel en de hemel, maar nooit verblijft hij ergens lang. Cantona is altijd onderweg.

Vandaag is hij kil en meedogenloos, morgen warm en schuchter. Cantona is, zo schreef Ian Ridley in de prachtige, niet geautoriseerde biografie Cantona, The Red and the black, deels Rambo, deels Rimbaud. Het is een magistrale vondst van een schrijver die ondanks een lange speurtocht niet de waarheid over Cantona heeft kunnen vinden, maar wel in de buurt is gekomen.

Arthur Rimbaud was een virtuoze dichter die voortdurend rebelleerde, een klassiek voorbeeld van het onbegrepen genie die zich overal onmogelijk maakte. Hij schreef over licht en duisternis, schoonheid en kwaadaardigheid en stierf in 1891 waar Cantona in 1966 werd geboren, in Marseille, de Zuid-Franse stad waar goed en kwaad elkaar op iedere straathoek ontmoeten.

Cantona is een grote bewonderaar van Rimbaud, hoe kan het ook anders, maar er is meer. In de biografie waaraan hij wel meewerkte, Cantona - My Story, zegt hij:

'Een artiest is volgens mij iemand die een donkere kamer kan verlichten. Ik heb nooit een verschil ontdekt, en zal dat ook nooit doen, tussen de pass van Pelé naar Carlos Alberto in de WK-finale van 1970 in Mexico en de poëzie van de jonge Rimbaud die koorden van toren tot toren en kransen van raam tot raam spande. In elke van deze menselijke uitingen schuilt een expressie van schoonheid die ons beroert en ons een gevoel van onsterfelijkheid geeft.'

In de keuze van idolen weerspiegelt zich het karakter van Cantona. Op zijn kamer in Marseille had hij posters hangen van Bruce Lee, de koning van de kung-fu, en, vanwege diens meesterschap als voetballer, Johan Cruijff. Later ging hij Rimbaud en Baudelaire, eveneens gemarteld door een ontembare neiging tot zelfkwelling, bewonderen.

Verwonderlijk is het evenmin dat hij Marlon Brando en Mickey Rourke tot zijn favoriete acteurs rekent, en Jim Morrison van The Doors en David Bowie tot zijn favoriete muzikanten. Allen zijn of waren het gecompliceerde persoonlijkheden, virtuozen maar vaak onbegrepen, en onbemind.

Brando ging op de vlucht voor de werkelijkheid, Rourke staat bekend om zijn drankzucht en driftaanvallen, Morrison pleegde op jonge leeftijd zelfmoord. Bowie schreef en zong 'Rebel, Rebel' en 'Heroes' en Cantona, de rebelse held, knikte instemmend.

Voetbal is kunst, meent hij, hijzelf een artiest die verscheurd wordt door emoties en voortdurend overhoop ligt met zijn talent. Het kost hem de grootste moeite zichzelf in bedwang te houden.

Talloze lijsten zijn gepubliceerd van zijn wandaden. In het boek van Ripley staat een aanvaring met bondscoach Michel op de zevende plaats. Michel werd in 1988 door hem vergeleken met un sac à merde -een zak stront. Cantona werd voor straf een jaar niet gekozen in de nationale ploeg.

Niet in die Top-10, maar ook aangenaam spraakmakend was zijn gedrag in 1991 in het bijzijn van de tuchtcommissie van de Franse bond. Nadat hij de bal naar een scheidsrechter had gegooid, werd hij voor drie wedstrijden geschorst.

Op de hoogte gebracht van de uitspraak, liep hij rustig naar de leden van de tuchtcommissie. Eén voor één kregen ze te horen dat ze een idioot waren. De schorsing werd verlengd tot drie maanden en een enkeling in het zaaltje meende de geur van zwavel te ruiken.

Alles werd echter overtroffen op de avond van 25 januari 1995 toen hij, nadat hij uit het veld was gestuurd, een scheldende supporter van Crystal Palace met een kung fu-trap (Bruce Lee!) attaqueerde. Ripley gebruikt het incident in Selhurst Park als startpunt voor zijn boek, om begrijpelijke redenen. Hij noemt het hoofdstuk, veelbetekenend, De nacht van de Kameleon, en leidt het in met een flard uit een gedicht van Rimbaud, Angry Caesar.

Nooit was Cantona controversiëler dan in de week na de aanval op de man die, zo bleek, connecties had met ultra-rechtse groepen.

Tegen de politie verklaarde het slachtoffer, Matthew Simmons, dat hij slechts tegen Cantona had gezegd dat hij weg moest wezen en vroeger dan verwacht mocht gaan douchen. In werkelijkheid schold hij Cantona uit voor Franse bastaard, fuck off back to France, you motherfucker. Het volk eiste wraak omdat The Beauty weer eens, heftiger dan ooit tevoren, The Beast was geworden. Slechts in Manchester was hij nog Dieu, terwijl hij alleen maar zichzelf was gebleven.

Vandaag, een week nadat hij liet weten dat hij zijn voetballoopbaan heeft beëindigd, is Eric Cantona 31 jaar geworden. 'Ik wil sterven aan een overdosis liefde', verklaarde hij in 1993. Waarschijnlijk wilde hij er maar mee zeggen dat God ooit het gevecht met de duivel zal winnen.

Paul Onkenhout

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden