Essay De videoscheidsrechter

Gelukkig is ook de VAR niet onfeilbaar

Als voetbal emotie is, is de VAR (video assistant referee) het nieuwe emotiekanon. Al was het maar omdat ook de videoscheidsrechter verre van volmaakt is, schrijft correspondent en voetballiefhebber Arie Elshout.

Beeld Jasper Rietman

Voetbal is zo belangrijk voor me dat ik voor mijn leven stiekem een parallelle tijdrekening hanteer. Ik tel niet alleen de jaren maar hop ook van WK naar WK. De toernooien die eruit springen zijn die van 1974, 1978, 1998, 2010 en 2014. Nederland was al die ­keren dicht bij de wereldtitel, maar steeds tastten we net mis. De tijd dringt: hoeveel WK’s heb ik nog te gaan? Eindig ik straks in mijn graf zonder te hebben meegemaakt dat we wereldkampioen werden?

Een onverdraaglijke gedachte, vooral als je bedenkt hoe weinig het vaak heeft gescheeld. Een Duits hotelzwembad, een Argentijnse doelpaal, een Spaanse keepersteen stonden de ultieme glorie in de weg. In ’98 was er de scheidsrechter die in de blessuretijd van de halve finale weigerde ­Nederland een penalty te geven tegen Brazilië nadat Pierre van Hooijdonk naar de grond was getrokken. Met de VAR waren we toen misschien wel wereldkampioen geworden…

De VAR! De Video Assistant Referee, de videoscheidsrechter. Zijn naam worde geheiligd. Of verketterd. Er is geroepen om zijn komst. Verlos ons van arbitrale dwalingen die we nooit meer vergeten en die ons tot in lengte van dagen achtervolgen en pijnigen; het blote oog volstaat niet meer, geef de scheidsrechter op het veld de hulp van een videoscherm met een assistent daarvoor. Die smeekbede is nu verhoord. Videotechnologie is omarmd als opmaat tot een betere, zo niet volmaakte (voetbal)wereld. Maar helaas, ook in dit geval brengt moderne technologie niet alleen maar heil. Soms lijkt het alsof we er niks mee opgeschoten zijn. We hebben er zelfs een nieuw tijdverdrijf bij: het bespreken van VAR-momenten als vast onderdeel in voetbalprogramma’s. Bij de aankondiging van dit moderne volksgericht word ik steevast chagrijnig: zo oeverloos als de gesprekken zijn en zo eindeloos de herhalingen, zo vruchteloos zijn de pogingen het eens te worden.

Geëmmer

Het geëmmer over scheidsrechterlijke beslissingen is niet uitgebannen maar erger dan ooit. Die tegenvaller moet te maken hebben met de verwachting dat met technologie de perfectie kan worden bereikt. Nu dat niet zo is, voelen we ons net zo ­verraden als wanneer het navigatiesysteem in de auto ons steeds dezelfde doodlopende straat instuurt. Mensen mogen falen, machines niet. We mopperen dat de VAR het spel berooft van drama, spontaniteit en snelheid: mogelijk historische blunders worden gecorrigeerd, spelers aarzelen na een doelpunt met juichen en de wedstrijd ligt soms lang stil. Ook opereert hij willekeurig, de ene keer grijpt hij wel in, de andere keer niet. De VAR heeft het, kortom, zwaar te verduren, alle verandering is moeilijk. Of het nu de eerste stoommachine betreft, of de videoscheids.

Sommige verwijten zijn onzin. Wie de wedstrijden in de Champions League tussen Paris Saint-Germain en Manchester United en tussen Manchester City en Tottenham Hotspur heeft gezien, kan onmogelijk volhouden dat de VAR afbreuk doet aan het voetbaldrama. Er was sensatie, en die was puur VAR-made. Hij zette met discutabele beslissingen een streep door zekere overwinningen van PSG en City en kegelde zo in blessuretijd twee favorieten voor de eindzege uit het toernooi. En hoe bloedspannend wachten kan zijn, ondervonden we bij Real Madrid – Ajax toen de VAR er tergend lang over deed om vast te stellen dat aan de derde Amsterdamse goal geen uitbal vooraf was gegaan. Het was zo’n moment dat God door veel afvalligen wordt herontdekt en om assistentie gevraagd.

De VAR smoort het drama niet, integendeel, hij geeft er een nieuwe ­dimensie aan, met een heel eigen beeldtaal. Een arbiter die met zijn vinger naar zijn telefoonoortje gaat en daarna in de lucht het VAR-teken maakt, zaait tegelijk angst en hoop, afhankelijk van welke club de toeschouwer steunt. Als voetbal emotie is, is de VAR het nieuwe emotiekanon. Al was het maar omdat ook hijzelf verre van volmaakt is.

Scheidsrechter Nicolas Laforge bekijkt een beeld terug op het VAR (video assistant referee) beeldscherm tijdens de Jupiler Pro League. Beeld Belga

Fatale penalty

De techniek die alles registreert wat in de wedstrijd gebeurt, suggereert precisie. Zien is weten, denken we. Fout. Niet elk beeld verschaft zekerheid. Televisieanalisten vragen vaak om herhaling van een specifiek beeld, omdat het ertoe doet vanuit welke hoek een spelsituatie is geregistreerd. Hoe meer invalshoeken, hoe beter, en dan kan het verschil maken of zich in het ene stadion meer camera’s bevinden dan in het andere. Daar zit al een eerste element van willekeur.

Nog willekeuriger wordt het als beelden moeten worden geduid. Eerst door de videoscheidsrechter, daarna door de scheids op het veld. Er zijn de evidente gevallen, zoals de handsbal van de Fransman Thierry Henry in de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Ierland in 2009. De beslissende goal die daaruit voortkwam zou met de VAR zonder enige discussie zijn afgekeurd. Buitenspel laat zich ook goed vaststellen, lijntje trekken, klaar. Maar: veelal is de situatie niet zwart-wit maar grijs en komt het aan op het menselijk beoordelingsvermogen. Daar begint de ellende.

Toen een speler van Manchester United een wanhoopsschot loste dat in het strafschopgebied tegen de arm van een PSG-verdediger aankwam, leek dat aangeschoten hands, dus niet strafbaar. De scheids oordeelde na tussenkomst van de VAR dat het opzettelijk hands was en gaf een voor PSG fatale penalty. Oud-scheidsrechters waren er achteraf over verdeeld. Nooit zullen ze het eens worden, hoe vaak de beelden ook worden herhaald.

Objectiviteit

De VAR-camera’s staan voor objec­tiviteit. Maar bij veel doelpunten, ­penalty’s en rode kaarten geven de beelden an sich geen uitsluitsel en moeten zij door mensen worden geïnterpreteerd. Dat is het moment dat het systeem subjectief wordt en een debat begint dat nooit eindigt.

Weg met de VAR dan maar? Nee!

Hij zal niet meer verdwijnen. Je ziet nu al hoe op de tribunes toeschouwers zelf het VAR-teken maken als ze denken dat een check in het voordeel is van hun club.

Hoe dan ook betekent de VAR vooruitgang. Volgens een onderzoek van de ­internationale spelregelcommissie IFAB en de Katholieke Universiteit Leuven was voorheen 93 procent van de scheidsrechterlijke beslissingen goed. Met de ­videoscheidsrechter is die score 98,8 procent. Dat is niet perfect, maar perfectie is ­alleen weggelegd voor doellijntechnologie. Daar beslist de techniek ­alleen. Dat is niet zo bij de VAR. Die blijft grotendeels mensenwerk – en is dus per definitie onvolmaakt. Scheidsrechters, op het veld en achter het scherm, zullen verbaal gevierendeeld blijven worden. Alleen ietsje minder, dat is wel winst.

De verleiding is groot het voetbalverleden te corrigeren voor VAR-invloeden. Van Hooijdonk had in 1998 met de videoscheids de penalty waarschijnlijk gehad en mogelijk de weg geopend naar de felbegeerde wereldtitel. Daar staat tegenover dat we misschien geen Europees kampioen ­waren geworden in 1988, omdat de kopbal van Kieft tegen Ierland erg naar buitenspel rook.

Zo blijft er altijd wat, en zo hoort het ook. Toeval, pech, geluk en menselijke feilbaarheid zullen blijven ­bestaan in het voetbal en voor stil ­levensleed zorgen. Gelukkig maar. Een perfecte wereld is een enge ­wereld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.