wielersport de gele trui

Geletruidragers over hun relikwie: ‘Geniet ervan, Mike. Het overkomt je misschien maar één keer’

Rini Wagtmans. Beeld EPA

Mike Teunissen is de achttiende Nederlander in de gele trui. Drie van zijn voorgangers vertellen over het korte succes waar ze al lang van nagenieten.

Per ongeluk in het geel

Rini Wagtmans (72)

Renner van Molteni

Reed in 1971 één etappe in de gele trui

‘Het mooiste aan mijn gele trui vind ik de zak aan de voorkant. Rechtsvoor deed je het routeschema. Links zat het adres van het hotel, want in die tijd stonden er nog geen luxe vip-bussen op je te wachten. Achter, in de middelste zak, zat je bidon. Rechts: het voedsel, meestal gekookte kip en een krentenbol met suiker. En links wat fruit. Nooit anders. Je moest het zonder nadenken kunnen pakken.

‘Die gele trui heb ik niet veroverd, zeg ik altijd. Ik werd ermee geconfronteerd. Destijds reed ik in dienst van Eddy Merckx. Op dag 1 wonnen we de ploegentijdrit, waardoor Merckx het geel kreeg. Op dag 2 was de etappe in drie kleinere etappes geknipt. Deel 1 werd een massasprint, waarbij ik samen met Eddy in het peloton over de streep kwam. Omdat ik als twintigste eindigde en hij als 47ste, stond ik boven hem in het puntenklassement en had ik volgens de organisatie recht op de leiderstrui.

‘Merckx boos. Niet op mij, maar op de organisatie. Hij wilde die Tour van begin tot eind in het geel rijden, zo ambitieus was hij. Ik heb me in de tweede etappe meteen laten afzakken, want ik moest er niet aan denken om ’s avonds in het geel naast Merckx in het hotel te zitten. Hij was overigens niet haatdragend. Hij zei: geniet ervan Rini, dit is het mooiste wat er bestaat in het wielrennen. Ik heb er iets meer dan twee uur van mogen genieten. Daarna had Merckx hem weer terug.

‘Als 5-jarig jongetje uit Sint Willebrord was ik al gefascineerd door die trui toen Wim van Est, die bij ons in de buurt woonde, het geel won. Toen is de bacterie overgesprongen. Hoe noemen ze dat tegenwoordig ook alweer? Bucketlist, ja. Daar stond-ie op. Met het geel is iets verwezenlijkt waar ik mijn leven lang van heb gedroomd. Daarom praat ik er ook graag over. Ik wil de jeugd meegeven: durf te dromen.

‘Nog altijd komen alle Nederlandse geletruidragers elk jaar bijeen voor een reünie en een toertocht in Sint Willebrord. Ik voel me bevoorrecht dat ik daarbij hoor. We drinken wat, eten goed en vertellen sterke verhalen. Soms mag er een gast bij, zoals ­Peter Winnen, omdat hij ooit de witte trui won in de Tour. Maar het blijft het yellow jersey-gebeuren.

‘De gele trui van nu? Die vind ik afschuwelijk. Mag-ie alsjeblieft weer in de oorspronkelijke kleur? Hij is veel te fel, kanariegeel. De kleur geel uit de jaren vijftig, banaangeel, vond ik veel chiquer. En dan al die sponsornamen. Ik snap het wel, die bedrijven betalen veel geld en willen groot op dat shirt. Maar eigenlijk moet die zo klein mogelijk beletterd zijn. Net als vroeger: een kleine vermelding op de mouw en op de borst. Verder niets. In de trui die Mike Teunissen om kreeg, was een afbeelding van het Atomium verwerkt. Niet doen. De gele trui is heilig.’

Geel als eerbetoon aan schoonvader

Jacques Hanegraaf. Beeld Hollandse Hoogte / Berry Stokvis

Jacques Hanegraaf (58)

Renner bij Kwantum Hallen-Yoko

Droeg de gele trui twee dagen tijdens de Tour van 1984

‘Het was mijn schoonvader die destijds de gele trui van de vloer van een Campanile-hotel opraapte en het mee naar huis nam om het in te lijsten. Die trui is nooit gewassen, hij ziet er echt een beetje verweerd uit. Het is geen zonnebloempje meer.

‘Ik was die Tour in de proloog als elfde geëindigd, en veroverde de volgende dag via bonificatiesprints de gele trui. En dat niet alleen: ook de groene, rode en witte. Maar met alle respect voor die truien: ze vallen in het niet bij de gele. Die is voor als je écht de beste bent. De leiderstrui van de grootste wielerronde ter wereld.

‘Ik weet nog dat ik meerdere gele truien kreeg. Eerst eentje voor op het podium, met de rits van achteren, waar je alleen maar je armen hoefde in te steken. Later op de avond kwam een mannetje van de Société du Tour de France naar het hotel op de motor, speciaal voor mij, om de echte gele trui te brengen. In mijn maat.

‘Nee, ik heb er die nacht niet in geslapen. Ik heb er mijn rugnummers opgespeld, voor en achter, en hem netjes over de stoel gehangen, samen met mijn koersbroek. Weet je, die dag zelf ga je zo op in het moment dat je helemaal niet stilstaat bij het feit dat die trui een relikwie is. Dat kwam pas vele jaren later, toen ik gestopt was.

‘Het jaar erna werd ik kampioen van Nederland. Ik wilde in de Tour weer voor het geel gaan. Traditiegetrouw was er voor de Tour nog één criterium, in Woerden. Uitgerekend daar viel ik hard op mijn pols. Zat ik met mijn kampioenschapstrui op de bank in het gips naar de tv te kijken. Heel wrang.

‘Zo was er elk jaar wel wat, het momentum kwam niet meer. Hoe langer ik fietste, hoe meer ik besefte hoe bijzonder die twee dagen in het geel eigenlijk waren geweest. Daarom zou ik nu ook tegen Mike Teunissen willen zeggen: jongen, geniet ervan. Het overkomt je misschien maar één keer in je leven.

‘Die ingelijste trui hangt nu bij mij in de hal, een beetje verstopt. Maar bij het begin van de Tour verhuist mijn vrouw hem elk jaar weer naar de huiskamer, waar hij drie weken prominent in het zicht is. Natuurlijk zijn we trots. Wat dacht je? Toch mooi dat mijn schoonvader hem die ene dag heeft opgepikt van de hotelkamer.

‘Vijftien jaar geleden is hij overleden. Ik wil die trui nooit uit de lijst halen, omdat hij er zo zijn best op heeft gedaan. De trui zit vast met dubbelzijdig plakband. Hij begint al een beetje te verzakken, maar ik peins er niet over om hem recht te hangen. Die ingelijste trui is ook een eerbetoon aan hem.’

Winnaar op de Kurfürstendamm

Jelle Nijdam. Beeld Cor Vos

Jelle Nijdam (55)

Renner bij Superconfex-Yoko

Droeg drie dagen de gele trui, in 1987 en 1988

‘Ik werk als ambulancechauffeur bij de huisartsenpost en rij regelmatig spoedvisites. Heel soms herkennen mensen me nog. Dan kijken ze me een beetje meewarig aan en zeggen ze: ‘Hebben wij niet met jou in de bus naar Benidorm gezeten?’ Meestal antwoord ik: kijk eens goed. Dan valt het kwartje. Het gekke is: ze beginnen nooit over de gele trui, maar altijd over de laatste kilometer die ik heel hard kon rijden.

‘Ik snap het wel. Zo bijzonder was het nou ook weer niet dat een Nederlander de gele trui won, dat gebeurde in die tijd wel vaker. Zaterdag ging iedereen compleet uit zijn dak toen Mike Teunissen de sprint won. In mijn tijd ging dat heel anders. Mart Smeets was ook helemaal niet lyrisch in zijn commentaar of zo.

‘Ik heb in totaal drie dagen de gele trui mogen dragen, maar aan die eerste keer, in West-Berlijn, bewaar ik de mooiste herinneringen. Het was de proloog, ik stond meteen in alle klassementen bovenaan en West-Berlijn was natuurlijk een bijzonder decor. Achteraf helemaal, want twee jaar later viel de Muur.

‘De Tourstart werd destijds in Berlijn gehouden vanwege het 750-jarig bestaan van de stad. Oost en West vierden dat apart van elkaar. De Tourstart maakte deel uit van een wedloop, maar daar was ik totaal niet mee bezig. Het enige wat ik me goed herinner is dat de Kurfürstendamm, waar de finish lag, die dag werd omgedoopt tot de KurfürstenNijdam. Dat vond ik grappig.

‘De gele trui die je krijgt voor de podiumceremonie, hangt nu in een museum in Doetinchem. Thuis heb ik de originele, zo’n wollen shirt. Als ik ernaar kijk, kan ik me niet meer voorstellen dat ik er toen in heb gereden. Qua materiaal begon het wel al een beetje wetenschappelijk te worden. Die proloog heb ik met twee dichte wielen gereden, al zat er niet echt een gedachte achter. Het was nattevingerwerk.

‘Hetzelfde gold voor mijn warming-up. We hadden een dokter bij de ploeg, en die adviseerde me: je moet geen warming-up doen, Jelle, want dan verlies je kracht. Ga maar meteen vanuit het podium vol erin. Dus ik koud vanuit de auto op mijn fiets. Achteraf denk je: was dat nou wel verstandig? Maar die dokter heeft wel gelijk gekregen. Ik had het geel.

‘Later ben ik nog een paar keer teruggegaan naar Berlijn, als toerist. Toen heb ik ook over de Kurfürstendamm gelopen, maar waar de finish precies lag, kon ik niet meer achterhalen. Ik heb ook nog eens telefoon gehad vanuit Berlijn. Of ze voor een expositie mijn gele trui mochten lenen. Dat heb ik niet gedaan. Ik dacht: straks stuur ik hem op en krijg ik hem nooit meer terug. Wie moet ik dan aansprakelijk stellen?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden