Geldgebrek doet volleybal in Sneek de das om

VC Sneek verdween vorige week uit de eredivisie van het vrouwenvolleybal. Het bestuur zag geen toekomst meer voor het team en trok het terug uit de competitie....

Wie naar het kloppende hart van het Friese volleybal zoekt, hoeft niet lang te zoeken. Die stapt de Sneker Sporthal binnen en treft in zaal 2 de Scharreklappers aan, een verzameling veteranen die de Friese promotieklasse onveilig maakt, met in het midden de olympische kampioenen Jan Posthuma en Olof van der Meulen.

In zaal 1 zit Martje de Vries, nog zo’n icoon van het Friese volleybal, op de tribune. De vroegere international, nu tien uur per week trainster van de B-meisjes en de jongste senioren, kijkt met haar tienerdochters Masja en Ellen naar de verrichtingen van het eerste mannenteam van VC Sneek. In de hal zijn zojuist de restanten van een groot jeugdtoernooi circulatievolleybal opgeruimd.

Het is nergens direct te zien, nergens te voelen, maar sinds een week is een deel van het hart uit het Friese volleybal gerukt. Het eerste team bij de vrouwen werd door het bestuur teruggetrokken uit de eredivisie. De beslissingswedstrijden om degradatie werden wegens dreigend geldgebrek bij voorbaat gewonnen gegeven.

Coach Olof van der Meulen, normaal een zorgeloos type, heeft er een week wakker van gelegen. ‘Schandalig is het. Zonder te spelen je overgeven. Ze hadden me als coach nog een jaar extra gegeven. Maar nu is het plots voorbij. De stichting topvolleybal waar mijn team onder valt, wordt opgeheven. Maar ik ben er nog niet klaar mee.’

Dat het een historisch feit is dat Friesland, eens het grootste district van Nederland, zonder eredivisievolleybal verder moet, wordt door insider Martje de Vries ontzenuwd. ‘In 2000 zijn we er met Sneek ook een jaar uit geweest. Toen Ingrid van der Schaaf terugkeerde, waren we zo weer terug.’

Komende en vertrekkende spelers en speelsters, het is de last die Friesland al jaren draagt. De Vries: ‘Ooit waren Jan Posthuma, Ronald Zoodsma en Olof van der Meulen spelers van Animo Sneek, toen een grote eredivisieploeg. Maar die jongens zijn hier ook niet gebleven. Die zijn naar het buitenland gegaan, om beter te worden en het beter te krijgen.’

Het is het verhaal van de talenten die uit Friesland wegtrekken. Posthuma, zelf huisman en rentenier sinds zijn volleybalbestaan in Italië: ‘Voor honderd euro wisselen ze tegenwoordig van club. Een autootje, een vergoeding en ze zijn weg.’

Het Friese volleybal ontbeert de middelen om daarin mee te doen. Van der Meulen: ‘We hadden vorig jaar international Titia Sustring op het oog. Zij moest het hart van onze nieuwe ploeg gaan vormen. Titia komt nota bene uit Sneek. Zij moest voor de uren dat zij niet zou werken en aan volleybal besteedde, vergoed worden. Maar deze club kreeg het geld niet bij elkaar.’

Aan de bar van de Sneker Sporthal slaat de nostalgie toe. Tussen 1985 en 1992 veroverde Olympus Sneek, op kosten van de dik betalende sponsor Avéro, acht landstitels op rij. Daarvoor had DVC Dokkum er al vier veroverd. Het was de omstandigheid van een stel toppers dat elkaar op de goede plek treft, maar er was ook de inspirerende werking van een gedreven trainer.

Dat was in Dokkum en Sneek Hans van Wijnen, de man van Martje de Vries. Hij overleed in 1995, nadat hij twee jaar eerder was weggestuurd bij de club. Het was achteraf de inleiding tot de gestage neergang van het volleybal in Friesland.

Bij de Sneker mannen, die van Detach Animo, was het vertrek van allesdoener Paul van Sliedrecht de inleiding tot mindere tijden. Posthuma: ‘Het gaat er bij zo’n club om dat je een man hebt die alles op zijn schouders neemt. Zo’n type als Van Sliedrecht destijds bij ons. Hij was half voorzitter, half penningmeester en volledig trainer. Zulke mensen maken het verschil.’

Toen VC Sneek – het fusieproduct van Olympus en Animo – het niet dreigde te redden aan het zakelijke front, stapte Van der Meulen er niet in. Foutje, vindt zijn vriend Posthuma bij zijn tweede pils. ‘Olof wil zich puur concentreren op coaching. Maar misschien is het verstandig toch even met je manager de provincie in te gaan om een sponsor aan de haak te slaan.’

Geldgebrek is nu eenmaal de evidente oorzaak van het afglijden van het volleybal in Sneek. Goede Friese speelsters waren en zijn er zat, zegt coach Van der Meulen. Hij telt op zijn vingers: Titia Sustring, Martha Malta, Kim Renkema, Nienke Westra, Sanna Visser, Antoinette Posthuma, Mered de Vries. ‘Heb ik er al tien?’

Andere oorzaken: in Sneek ontbreekt het aan onderwijsinstellingen die speelsters in hun studententijd vasthouden. Martje de Vries herinnert zich nog hoe Henriëtte Weersing naar Sneek kwam, toen ze studeerde op het cios in het naburige Heerenveen. ‘Die koos niet toevallig voor ons. Die kon hier wat leren.’

De Vries steekt haar tijd met liefde in de opleiding van jonge speelsters, onder wie haar eigen dochters. Ze herinnert zich nog een Friezin die ze de kneepjes van het vak leerde: Erna Brinkman. ‘Ze was van Sneek. Maar ze had geen clubliefde. Ze ging hier weg voor een lullig clubje in Duitsland.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden