Geld voor vrouwelijke sporters? Dat is er alleen over de grens

Vrouwen moeten naar het buitenland als ze willen verdienen aan topsport. Nederland is een opleidingsland, en in sporten als handbal zou de nationale bond het ook niet anders willen.

Hanbalster Tess Wester, voetbalster Vivianne Miedema en volleybalster Celeste Plak Beeld Reuters, anp

Er is maar één weg naar de internationale handbaltop. En die loopt via het buitenland. Dat is een vuistregel in het Nederlandse vrouwenhandbal, dat de wereldtop heeft bereikt met spelers die in toonaangevende profcompetities als die van Denemarken, Duitsland, Frankrijk en Hongarije hun kwaliteiten hebben ontwikkeld.

In eigen land, waar handbal op een uitzondering na een pure amateursport is, kan een speler zich in zekere anonimiteit - zonder camera's en volgepakte tribunes - ontwikkelen tot ruwe diamant. Het polijsten dient elders te gebeuren.

Zo komt het dat de nationale ploeg vorig jaar in Zweden tweede van Europa werd, zonder één vrouw van een Nederlandse club. Vandaag begint in Eindhoven de kwalificatie voor het EK van 2018, met zestien geëxporteerde handbalsters op het wedstrijdformulier.

Het kan niet anders, zeggen de verantwoordelijken in handballand. Het Nederlands Handbal Verbond leidt talenten op in de Handbal Academie van Papendal. 'Maar daarna willen zij niet in Nederland blijven', zegt algemeen directeur Sjors Röttger. 'Ze gaan weg om zichzelf te ontwikkelen. Om die twintig uur training per week te halen. Want het grote doel is en blijft bij de eerste zestien van Nederland te komen.'

Die route via het buitenland is succesvol gebleken. Olga Assink, nu assistent-coach, was een van de eerste expats. 'Toen ik 20 was, ging ik naar Denemarken, naar GOG Gudme. Ik ging in het gezelschap van Saskia Mulder, Natasja Burgers en Monique Feijen. Dat voelde veilig.'

Assink, in 2005 Europees handbalster van het jaar, ging niet voor het geld naar het buitenland. 'Nee, geld was niet mijn drijfveer. Ik ging voor de mooie wedstrijden. En om beter te worden.'

Met Viborg won Assink de Champions League. De coach van nu, nog altijd topschutter aller tijden in de nationale ploeg (954 goals), kan met haar Europese kennis van zaken heel goed beoordelen wat er scheelt aan het Nederlandse thuishandbal. 'De cultuur van onze sport is in Nederland veel minder dan in een land als Denemarken. De hallen zijn kleiner. Er zijn onvoldoende financiële middelen bij de clubs. We hebben eigenlijk maar twee topclubs, VOC en Dalfsen, maar wil je als talentvol meisje de top halen, dan is vertrek naar het buitenland onontkoombaar.'

'Geld moet er komen', is de beoordeling van Helle Thomsen, de Deense coach van de Nederlandse nationale vrouwenploeg. Ze maakt zich druk om de omstandigheden in het eredivisiehandbal. 'We zijn niet in staat onze jonge spelers een paar jaar extra in Nederland te houden. Het lukt nu eenmaal niet om 40 uur in de week te werken en daarnaast zeven trainingen af te werken. Dat kan geen mens.'

Wie beter wil worden, moet voor een fullprofbestaan naar elders. Thomsen: 'Maar ik weet ook dat zo'n stap voor veel spelers nog niet goed is. Dan komt zo'n vertrek na een verblijf op de Handbal Academie te vroeg. Ik geef geen adviezen. Ik stel slechts vragen. Ben jij bereid op de bank te gaan zitten, als je als derde linkeropbouw in de Franse liga belandt?'

Het niveau van de eredivisie zou in de ogen van Thomsen worden opgekrikt als 'vers' opgeleide handballers iets van hun kunnen aan de nationale clubs zouden besteden. 'Blijf nog een jaar thuis in plaats van direct naar Duitsland te verhuizen. Dan heb ik het over onze tweede keus. Die zouden zo'n extra jaar in Nederland goed kunnen gebruiken. En de competitie ook.'

Directeur Röttger zegt dat het nooit de bedoeling is geweest op te leiden voor de eredivisieclubs, die hij een gebrek aan trainingsarbeid verwijt. 'We zijn in 2006 juist gaan opleiden voor internationaal handbal. Het doel was dat we anderhalve speelster per jaar zouden afleveren. 5 procent haalt immers slechts de top. We wilden dat 75 procent van ons team actief zou zijn in het internationale handbal. Dat is nu 100 procent geworden. De cijfers hebben we uit de ontleding van de topvier van vorige WK's. Hoe waren die teams samengesteld? Ze bleken veelal in andere landen te spelen.'

Nederlands beste handbalster aller tijden heet Nycke Groot. Zij komt uit voor Champions League-winnaar Audi ETO Györi uit Hongarije. Zij ging op haar achttiende naar Denemarken, achter zus Andrea aan. 'Er is maar één keus, als je de top wilt halen. Want in Nederland lukt dat niet. Misschien heb je de helft van je clubteam dat extra hard wil trainen, maar dan is de andere helft niet gemotiveerd of verhinderd. Dan kom je niet verder.'

Groot en haar evenknie Yvette Broch kregen vorig jaar in Hongarije twee stagiairs uit Nederland op bezoek: Dione Housheer (VOC) en Merel Freriks (E&O). 'Ze hebben kennisgemaakt met ons harde profleven. Als er succes is, dan lijkt alles even leuk. Maar er zijn ook zware tijden.'

Freriks speelt nu voor het Duitse Bensheim/Auerbach. Housheer is nog even in Amsterdam gebleven. Ze is dinsdag jarig, ze wordt 18, en zegt dat ze graag naar Denemarken gaat. 'Om het creatieve handbal dat ze daar spelen. Dat ligt mij. Maar bij deze nationale selectie merk ik dat die anderen slimmer en sterker zijn. Daarbij moet ik aanhaken.'


Een mooi appartement en een auto van de club

Lieke Martens, afgelopen seizoen de beste voetbalster van Europa, was gefascineerd door de roep van Barcelona. Zij wilde voetballen in de stad waar Messi speelt. En ze kan goed verdienen bij Barcelona. Twee ton, naar het schijnt.

De Spaanse competitie is niet de sterkste van Europa, zoals bij de mannen. Het is zelfs de vraag of de Superliga Feminina veel sterker is dan de eredivisie. In zoverre is de stap van Martens van het Zweedse Rosengård naar Barcelona onlogisch, hoewel de clubleiding het sterkste elftal van Europa wil formeren.

Grofweg de helft van de vaste internationals van Europees kampioen Nederland voetbalt in het buitenland, in sterkere en rijkere liga's dan de eredivisie. Dat zullen er naar verwachting steeds meer worden. Ze verdienen behoorlijk tot goed in den vreemde, al staan de verdiensten in geen verhouding tot de bedragen bij de mannen. Ze wonen in een mooi appartement en krijgen een auto van de club.

Voorheen waren de Scandinavische competities het sterkst, plus Duitsland. Nu is Engeland in opkomst. De Engelse bond garandeert de speelsters een basisloon, bekende clubs waarderen hun vrouwenafdeling op: Arsenal, Manchester City, Chelsea, Liverpool. Ze versterken zich met spelers uit andere landen. Zo spelen Sari van Veenendaal, Vivianne Miedema, Daniëlle van de Donk en Dominique Janssen dit seizoen voor Arsenal.

De overwegingen van spits Miedema waren typerend. Ze voetbalde bij Bayern München, maar vond de stijl te defensief. Ze praatte serieus met Paris Saint-Germain, maar zag een beetje op tegen het niveau van de Franse competitie. Een paar clubs zijn daar sterk, de rest is veel zwakker. De concurrentie in Engeland trok haar.

De derde aanvaller van de EK-ploeg, Shanice van de Sanden, verhuisde van Liverpool naar Europees kampioen Olympique Lyon. Aanvoerster Sherida Spitse (FC Twente) is de bekendste international in de eredivisie. Ze keerde uit Noorwegen terug vanwege het moederschap.

Willem Vissers


Via Duitsland naar het mekka in Turkije, Italië of Polen

Geen enkele Nederlandse volleybalster op het EK in Azerbeidzjan speelt nog in de eredivisie. Sterspeelster Lonneke Slöetjes is al enkele jaren het kanon van het Turkse Vakifbank, winnaar van de Champions League en de World Cup voor clubteams. Met een geschat salaris van rond de half miljoen euro is Slöetjes een van de best betaalde sportvrouwen van Nederland.

Voorbij zijn de tijden dat Martinus uit Amstelveen tevens onderdak bood aan de nationale ploeg, met Avital Selinger als clubtrainer én bondscoach. Het leverde Nederland in 2009 al een zilveren medaille op bij het EK in Polen. Met het verdwijnen van roemruchte clubs als Martinus, AMVJ en Longa uit Lichtenvoorde stortte vanaf 2010 de eredivisie bij de vrouwen in. Ook in de volleybalsport is Nederland een opleidingsland geworden. Een toptalent als de 18-jarige Nika Daalderop weet nu al hoe haar ideale route naar de wereldtop eruitziet.

Als meisje van 13 speelde de Amsterdamse bij de club om de hoek, VV Amsterdam, al in de derde divisie. Twee jaar kwam Daalderop uit voor het TalentTeam op Papendal, komend seizoen verhuist de 1,90 meter lange passer/loper in de Duitse Bundesliga van Aken naar Stuttgart. Bij de 'Ladies in Black' in Aken werd Daalderop geschoold door de Nederlandse trainer en oud-international Saskia van Hintum. Stuttgart wordt de springplank naar de topcompetities in Turkije, Italië en Polen.

Op de Spelen van 2016 constateerde coach Guidetti dat bijna al zijn internationals in de Champions League hadden gespeeld. Zijn opvolger Jamie Morrison moet in dat opzicht een stapje terug doen met zes speelsters in de Duitse Bundesliga.

Spelverdeler Laura Dijkema heeft zelfs nog geen club, nadat ze met het Italiaanse Igor Novara landskampioen werd. Powerhitter Celeste Plak mocht wel bij Novara blijven. Haar reis voerde van Tuitjenhorn (De Boemel) via Warmenhuizen (Dinto) en Apeldoorn (Alterno) naar de Italiaanse Serie-A. Plak verbeeldt daarmee de meisjesdroom van elk jong talent in Nederland.

Robèrt Misset

Alle internationals in de hoofdklasse

Voor het eerst heeft een boegbeeld van het Nederlandse hockey dit seizoen een transfer naar het buitenland gemaakt. Maar de verhuizing van Maartje Paumen van Den Bosch naar Royal Antwerp heeft een symbolisch karakter. De voormalige aanvoerder van het Nederlandse team heeft haar topsportcarrière beëindigd en wilde nog twee jaar op lager niveau hockeyen. Nederland heeft nog altijd de sterkste hockeycompetitie ter wereld, daarom spelen alle internationals in eigen land. Alleen tijdens de winterstop kiezen diverse mannen voor deelname aan de lucratieve Hockey India League. Ter vergelijking: bij het vrouwenteam van Den Bosch hebben alle speelsters een contract. Bij Royal Antwerp is Paumen zo ongeveer de enige betaalde hockeyster.

Voor de economische crisis in 2008 konden enkele mannen bijna 100 duizend euro verdienen in de Nederlandse hoofdklasse. Die bedragen liggen nu een stuk lager. Maar duels tussen de topclubs zijn heuse mini-interlands. Het maakt de hoofdklasse onverminderd aantrekkelijk voor grote sponsors als Rabobank en ABN Amro. Voor buitenlandse hockeyers is de hoofdklasse een mekka en daar ligt de grootste zorg van de KNHB. Nederland leidt zijn eigen concurrenten op. Zo kon de Argentijn Peillat zijn strafcorner perfectioneren bij HGC. Op de Spelen van Rio loodste Peillat zijn vaderland met 11 goals naar de olympische titel.

Robèrt Misset

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden