Geerink stuurt hengst Bravour onvervaard over de hindernissen

Het grote geld, 140 duizend gulden voor de eindzege plus een automobiel van Zweeds staal, nee, daar was het Peter Geerink, een van de vijf Nederlandse deelnemers aan de finale van de wereldbeker, beslist niet om te doen....

Van onze verslaggever

Martien Schurink

GÖTEBORG

Dat was de Geerink zoals iedereen in de hippische wereld hem tot de dag van gisteren kende. Nuchter als een Achterhoeker maar zijn kan, bescheiden, zich bewust van zijn beperkingen. Na de openingsrubriek, een race tegen het uurwerk, was Geerink niet helemaal meer de oude Geerink. Nuchter en bescheiden was hij nog altijd, maar als ruiter bleek de 33-jarige kleine zelfstandige uit Gelselaar, een vlek in het buitengebied rond Borculo, veel, heel veel in zijn mars te hebben. Meer dan menigeen ooit had bevroed, in elk geval meer dan hijzelf ooit had durven denken.

In het Scandinavium lag het hout als vanouds hoog opgestapeld. Velen onder de 43 deelnemers vreesden voor lijf en leden. Geerink ongetwijfeld ook, maar hij hield zijn angst knap verborgen. De Achterhoeker van Twentse origine stuurde zijn dertienjarige hengst Royal Bravour onvervaard over de twaalf hindernissen. Sneed bochten af die eigenlijk niet af te snijden waren. Gaf zijn viervoeter tussen de obstakels de sporen. En meldde zich na 57,67 seconden aan de finish.

Niemand had daarvan terug. Behalve Hugo Simon uiteraard, de 53-jarige bekerhouder uit Oostenrijk die als geen ander is gespecialiseerd in het snelle werk. Simon dook met E.T. ruim een seconde onder de toptijd en maakte Geerink daardoor in nog geen minuut een slordige zestienduizend gulden, het verschil tussen de eerste en tweede prijs, lichter. Maar daar kon Geerink best mee leven. Tweede achter Simon in een wereldbekerrubriek, Geerink zag het als een droom die werkelijkheid was geworden.

En als een beloning voor zijn ijver. Het merendeel van de 43 finalisten bracht de lange uren voor de openingswedstrijd in gepaste ledigheid door. Geerink niet. Hij dresseerde zijn viervoeter op het voorterrein, rekte, strekte en piaffeerde dat het een aard had en liet zich tussen de gymnastische hoogstandjes door informeren over wat hem tijdens de drie finalewedstrijden zoal te wachten zou staan.

Want wat de wereldbeker inhoudt, wat van man en paard wordt verwacht en verlangd, daar had Geerink niet zoveel notie van. Hij kwam tenslotte nog maar net kijken in de wereldtop. Het zou pas zijn eerste finale van de wereldbeker worden, en dan ook nog alleen omdat het geluk met hem was.

In de aanloop naar de finale had hij voor een beginneling niet onaardig gepresteerd. In acht kwalificatiewedstrijden verzamelde hij menig punt, maar bij de eindafrekening bleek het saldo net niet voldoende voor automatische plaatsing. Of hij maar genoegen wilde nemen met de rol van tweede reserve, nog achter zijn landgenoot Henk van de Pol. Geerink hapte gretig toe, want er was, zo hadden de negentien jaarboeken van de wereldbeker hem geleerd, altijd een kans dat de een of andere finalist om de een of andere reden zou afzien van de reis naar de Zweedse paardenstad.

Al meteen na de laatste kwalificatiewedstrijd, in Den Bosch, bedankte de Fransman Bruno Rocuet voor de eer en werd Van de Pol gepromoveerd tot finalist. De tweede reserve werd eerste reserve. Nog maar één kneusje en Geerink zou zijn viervoeter in het mekka van de paardensport mogen zadelen. Het wachten op dat ene kneusje duurde lang, maar de ochtend van de eerste finalewedstrijd bracht soelaas.

Al bij het krieken van de dag verspreidde zich onder het ruitervolk het gerucht dat het paard van de Duitse deelnemer Carsten Otto Nagel hoesterig was en mogelijk een griepje onder de leden had. Niet veel later werd het gerucht bevestigd en kreeg Geerink het begeerde startbewijs alsnog.

Op die manier had het wat Geerink betreft niet gehoeven. 'Ik vind het zwaar kloten voor Nagel. Hij is namelijk zo'n beroerde knaap nog niet.' In zijn woorden klonk enige angst door, angst voor het onbekende, angst voor de oxers van de Venezolaanse parkoersbouwer Leopoldo Palacios, angst ook voor het temperament van Royal Bravour. 'Hij wordt gauw heet en als hij heet is wordt hij onrustig in de kop. Kan het zomaar gebeuren dat hij een rood waas voor de ogen krijgt. Daarom denk ik dat het verstandig is om al te grote risico's te vermijden.'

Geerink voegde de daad bij het woord en desondanks liet hij hij 42 concurrenten, onder wie toppers als Sloothaak en Beerbaum, Lansink en Raymakers, royaal achter zich. Hij had zichzelf te laag ingeschat, dat was duidelijk, maar na zijn huzarenstukje was Geerink alweer gauw de Geerink die hij altijd geweest is. 'Het kan zomaar gebeuren dat Bravour er morgen en zondag een paar balken afgooit. En dan ben ik misschien wel nergens meer. '

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden