Geen uitschieters bij Ajax? Allemaal uitschieters

Ajax-trainer Frank de Boer benadrukte zondag na het behalen van de 32ste landstitel het collectieve karakter van voetbal.

Aanvoerder Siem de Jong houdt de schaal omhoog en viert met de spelers van Ajax de 32e landstitel. Beeld anp

In het bastion van euforie, de zonovergoten Arena, is de overhandiging van de kampioensschaal een act van fenomenale symboliek. Onoverwinnelijkheid, de jubel van het moment, ontmoet de vergankelijkheid op onovertroffen wijze.

Siem de Jong, de Amsterdamse olie van het collectief Ajax, ontvangt de prijs voor de 32ste landstitel van Rob de Wit, de sprankeling van voorheen, de intuïtieve voetballer wiens loopbaan door een hersenbloeding brak toen die net was ontbolsterd. Hij, De Wit, was uitgerekend het type speler dat het huidige Ajax een beetje mist, al heeft de jonge Viktor Fischer ingrediënten van diens spel in zich.

De Wit schuifelt dus naar het ereschavot op het veld, voorzichtig, terwijl de kampioenen van vandaag met zevenmijlslaarzen door het leven gaan, alles kunnen, durven en willen na de 5-0 tegen Willem II. Daley Blind heeft de schaal per ongeluk van de sokkel gestoten en lacht guitig. Voetballers dansen op benen van onoverwinnelijkheid. Johnny Jordaan zong voor de aftrap al over Amsterdam, het Mokums paradijs. Dat is het hier.

Een middag van zon, bier, gezang, confetti, vuurwerk, spandoeken, puur geluk. Op de tribune zijn duizenden mannen, mannen vooral, weer kind. Ze koesteren hun kartonnen schaal, gekregen van een sponsor. Ook zij zijn kampioen. De meesten dragen rood-wit, soms met bijzondere namen op de rug: Suk, Boilesen, Janssen, F. de Boer.

Al die ellende van nog maar een paar jaar geleden is vergeten. Weer kampioen, weer in de Arena. Het is net of het nooit anders is geweest. Ajax is alweer de beste. Het moet niet gekker worden. Frank de Boer steekt af en toe een duim omhoog en werpt kushandjes naar het publiek. Later zegt hij dat hij het liefst stilletjes geniet van zo'n feest, terwijl zijn spelers 'uit hun dak gaan'.

Hersenbloeding
Dan, als het podium klaarstaat, meldt die breekbare man zich dus, in een blauw pak, met een kaal hoofd. Rob de Wit is bijna 50 jaar. Zouden ze hem kennen, Viktor Fischer en al die anderen? De Wit was Ajacied van 1984 tot 1986, gekomen van FC Utrecht. Twee jaar maar? Ja, hij kreeg tijdens de vakantie een hersenbloeding, na één landstitel.

De Wit was pure magie. Hij pingelde, hij deed wat niemand verwachtte. In zoverre week hij af van de huidige kampioenen, de, met alle respect, sjablonenmannen. De Wit spleet soms in zijn eentje een defensie open.

Maar dat was toen. Hij neemt de twee treden naar de glorie van vandaag met moeite, begeleid door directeur Van Oostveen van de KNVB en diens rechterhand Welling. Op het podium staan de spelers. De kampioenen zijn veelal jeugdig. Ze hebben het goed met elkaar. Gezellig ook. Eriksen, de kwajongen, probeert tien minuten later slingers te gooien over het mooie pak van landgenoot Perez, die analyseert voor de betaalzender.

Toptrainer
Kindertjes dartelen over het veld, kroost van Poulsen, Schöne en Vermeer. Het is een elftal zonder uitschieters, stelt een verslaggever tegen De Boer, die bij het opnoemen van de namen het meeste applaus kreeg. 'Ze zijn allemaal uitschieters', antwoordt de trainer gevat. Hij draait het om. Dat mag, vandaag. Als ergens te zien is hoe groot de invloed van een trainer kan zijn, is het bij Ajax: De Boer drukt het stempel van de toptrainer. Hij wil elke keer meer. Weer een titel, en verder geraken in de Champions League dan één ronde. Mooi voetballen. Samen.

Voetbal is een teamsport, geen individuele sport, stelt hij met nadruk. Het is leuk als iemand uitblinkt, maar op een andere dag moet een ander kunnen opstaan. 'Zo zie ik het spelletje.' Voetbal is teamwerk. De omroeper noemt geheel in de lijn van dat verhaal de Ajacied van de wedstrijd: het totale elftal van 'Ons aller Ajax'. Meisjes rennen af en aan met champagne.

Elftalleider David Endt heeft voor de aftrap verteld dat het elke keer moeilijker zal zijn, een titel winnen. De vierde zal weer moeilijker zijn dan de derde, want verslapping ligt op de loer. De concurrentie zal zich wapenen. Het zijn wijze woorden, maar niet voor vandaag. Vandaag is het feest, het feest van de 32ste titel. 'En dat is drie... op naar vier op een rij', staat op een spandoek van vak 410. Net gewend aan drie sterren op het shirt, een ster voor tien kampioenschappen, wil het volk al een vierde ster.

Als De Wit de schaal heeft overhandigd aan De Jong, gaat het confettikanon af. Het regent snippers. De Jong buigt naar voren en slaakt een oerkreet. De Wit gaat even op in de deinende groep.

Dan besluit hij het podium te verlaten. Hij valt bijna, bij de pilaar waarop de schaal rustte. Hij durft niet goed, die twee treden naar beneden, terug naar zijn leven. Van Oostveen en Welling schieten hem te hulp.

De Wit verdwijnt naar de rand van het veld. Met de armen op de rug ziet hij toe hoe de ereronde van de Ajacieden begint.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.