'Geen tijd voor pijn. Ik moet knallen'

BMX is een rauwe sport. Het afgetrainde lijf dient als schild, de spieren vangen de eerste klappen op. 'Pijn kun je op sommige momenten uitschakelen. Dan wint de geest het van het lichaam.' Lees hier het interview terug met Twan van Gendt. Vandaag staat hij samen met Jelle van Gorkom en Niek Kimmann in de halve finales van het BMX-toernooi op de Olympische Spelen van Rio.

null Beeld anp
Beeld anp

Het is zeven weken voor de laatste olympische kwalificatiewedstrijd als Twan van Gendt begin april in Manchester met 60 kilometer per uur tegen een bult smakt. De Nederlandse BMX'er breekt zijn sleutelbeen en een rib. Daarnaast loopt hij een klaplong, slijmbeursontsteking in de heup en hersenschudding op. Zijn nier en milt zijn gekneusd.

Een dag voor het laatste olympische kwalificatiemoment, het WK in Colombia, kan hij amper op zijn fiets zitten. Toch staat hij 24 uur later boven aan het starthek. Het sleutelbeen is nog beurs, in de heup heeft hij nauwelijks gevoel. Maar de adrenaline, wedstrijdspanning en een pijnstiller drukken het fysieke ongemak naar de achtergrond. Van Gendt (24) plaatst zich voor de Olympische Spelen.

De pijn speelde op dat moment geen rol, vertelt hij in het café van sportcentrum Papendal. 'Je hebt geen tijd om aan de pijn te denken. Je moet zes keer veertig seconden knallen. Voor een wielrenner is het anders. Als hij last heeft van zijn schouder en hij weet dat-ie nog drie uur moet fietsen, gaat hij helemaal kapot.'

Risico's

BMX is een van de rauwste sporten die er zijn. Spectaculaire valpartijen zijn eerder regel dan uitzondering. Een flinke schaafwond en een gebroken steutelbeen of pols horen erbij. Het weerhoudt de crossers er niet van op kleine fietsen en met hoge snelheden over de metershoge bulten te vliegen. Van Gendt: 'Je doet aan een extreme sport en weet dat risico's daarbij horen. Er bestaat niets mooiers.'

Tien weken voor de Olympische Spelen in Londen, waar Van Gendt vijfde werd, overkwam hem iets vergelijkbaars. Bij een val brak hij zijn rechterschouder. Daarnaast beschadigde hij een pees. Elke keer als hij zich nu bij een val opvangt, zwelt de beschadigde pees op. 'Dan kan ik mijn arm twee weken niet optillen. Ik zal er de rest van mijn leven last van hebben.'

Hoe veel risico's ben je bereid te nemen voor je sport? Van Gendt: 'Voor een olympische medaille ga ik heel ver. Ik zit vanaf mijn vierde op de fiets. Als in Rio een medaille in zicht is, ben ik bereid de rest van mijn leven daar fysiek ongemak van te ondervinden.

(Tekst gaat verder na afbeelding)

Twan van Gendt (midden) in actie tijdens het EK in 2015. Beeld anp
Twan van Gendt (midden) in actie tijdens het EK in 2015.Beeld anp
null Beeld anp
Beeld anp

'Mijn broer heeft ook altijd gefietst. Net nadat hij was gestopt, kreeg hij een auto-ongeluk. De schuld van iemand anders. Hij heeft daar de rest van zijn leven last van. Toen heb ik besloten: ik blijf doen wat ik leuk vind. Een ongeluk zit in een klein hoekje.'

Als sportarts van de nationale BMX-ploeg heeft Rob Eijkelenboom de fietscrossers geregeld op zijn behandeltafel. Ongezond voor het lichaam is de sport niet, vindt hij. 'BMX is een risicosport, maar ongezond? Boksen is ongezond. Daar is het doel iemand knock-out te slaan. Daarvan is bij BMX geen sprake.'

Door de hoge snelheden is de schade snel aanzienlijk als het misgaat. De vingers, polsen en sleutelbeenderen zijn het kwetsbaarst. Bij een val vangen de crossers zich reflexmatig op met hun armen. Ze draaien hun hoofd opzij, waardoor de schouder als eerste met het grind of asfalt in aanraking komt.

Goede reflex

Het afgetrainde lijf dient als schild. De spieren vangen de eerste klappen op. Volgens Eijkelenboom is het een van de redenen dat BMX'ers na een zware val relatief snel weer op hun fiets zitten. 'Wanneer je als een zoutzak op je fiets zit, val je er ook als een zoutzak vanaf. De BMX'ers hebben een goede reflex en het herstel na een blessure verloopt ook sneller dan bij iemand die niet getraind is.'

Van Gendt wordt er weleens moedeloos van als hij weer eens in de kreukels ligt. 'Na mijn val in april, heb ik tegen mezelf gezegd dat ik na Rio eens goed moet nadenken wat ik wil. Maar nu het weer een tijdje goed gaat, wil ik sowieso tot de Spelen van Tokio in 2020 doorgaan.'

De ongemakken die horen bij de blessures leggen het af tegen zijn liefde voor de sport. 'Ik heb de afgelopen jaren mijn grenzen leren verleggen. Pijn kun je op sommige momenten uitschakelen. Dan wint de geest het van het lichaam. Al lukt dat niet de hele dag. Als ik bij mijn vriendin op de bank lig, zeur ik vaak dat ik stijf ben.'

null Beeld epa
Beeld epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden