Reportage

Geen piaffes voor de kinderen van Anky van Grunsven. Zij willen springen

Met ouders die topsport ademen en een manege in de achtertuin is het niet raar dat ­Yannick Janssen van Grunsven (16) en zijn zus Ava Eden (14) gek zijn van paardensport. Talent hebben ze. Zo ook de steun van hun ouders. Nu is het een zaak van doorzetten.

De familie Janssen/van Grunsven: V.l.n.r.: Sjef Janssen, Ava Eden van Grunsven, Issey, Yannick Janssen van Grunsven en Anky van Grunsven. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
De familie Janssen/van Grunsven: V.l.n.r.: Sjef Janssen, Ava Eden van Grunsven, Issey, Yannick Janssen van Grunsven en Anky van Grunsven.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

De regen klettert in het Noord-Brabantse Erp tegen het dak als Yannick Janssen van Grunsven (16) en zijn zus Ava Eden (14) door de lucht zweven. Onder begeleiding van trainer Jack Ansems werken de kinderen een springtraining af in de manege van hun ouders, waar vier hindernissen van 1.20 meter staan opgesteld. Fanatiek rijden ze op de rug van paard Jambo en pony Special Lady op de oxers af. Ze gaan uit het zadel zodra de balken dichterbij komen.

Langs de kant kijken moeder Anky van Grunsven (53) en vader Sjef Janssen (71) tevreden toe. Van Grunsven nam deel aan zeven Olympische Spelen en won drie gouden medailles, Janssen was zeven jaar bondscoach van het Nederlandse dressuurteam en werd in 2010 wereldkampioen. Beide kinderen hebben dezelfde liefde voor de paardensport als hun ouders, maar ze moeten niets hebben van een piaffe, passage of pirouette.

‘Ik vind springen echt geweldig’, zegt Yannick Janssen, die bij geboorte de achternaam van zijn vader meekreeg als tweede voornaam. Hij begon op zijn derde met paardrijden, maar was in het begin erg angstig. Pas nadat hij van zijn ouders een shetlander kreeg en leerde hoe hij zich moest laten vallen, durfde Yannick Janssen zelfstandig te rijden. Inmiddels is de angst helemaal verdwenen en kickt hij op de adrenaline die het springen met zich meebrengt. ‘Als ik alleen maar aan dat saaie dressuur zou mogen doen, zou ik stoppen met paardrijden.’

Voor Ava Eden was juist de succesvolle dressuurloopbaan van haar moeder een belangrijke reden om te gaan springen. Zij reed drie jaar lang alleen dressuurwedstrijden, maar had constant het gevoel dat ze met Anky werd vergeleken. ‘Als ik een wedstrijd won, telden andere ouders na afloop mijn punten na om te controleren of ik wel echt had gewonnen.’

Qua karakter lijkt Ava Eden het meest op haar vader. Ze is introvert en heeft volgens Yannick Janssen soms last van een kort lontje. ‘En jij maakt net als mama makkelijk contact, maar zoekt ook vaak ruzie’, reageert Ava Eden. School vinden ze allebei niet zo belangrijk. Yannick Janssen doet een mbo-opleiding bouwkunde en Ava Eden zit in de tweede klas van het vwo, maar beide kinderen denken niet dat ze iets met hun studie gaan doen. ‘Ik vraag me soms af wat school voor zin heeft’, zegt Ava Eden. ‘Ik wil uiteindelijk toch springruiter worden en wonen in een groot huis met heel veel paarden.’

Ze brachten hun jeugdjaren door op de enorme manege van hun ouders. Anky Education Center heeft een oppervlakte van ongeveer anderhalf voetbalveld en is voorzien van een binnen- en buitenbak, een kantine en zelfs zeven appartementen, met eigen badkamer en keuken. Er staan 24 dressuurpaarden, 3 springpony’s voor Ava Eden en 3 springpaarden voor Yannick Janssen.

Op hun tiende kozen beide kinderen voor het springen. Ze trainen inmiddels zes keer per week, twee uur per dag en het resultaat mag er zijn. Ava Eden werd in 2019 Brabants en Nederlands kampioen bij de pony’s, waar kleine paarden tot 1.48 meter aan meedoen. Yannick nam zelfs al deel aan internationale wedstrijden en won concoursen in Frankrijk en Zwitserland.

‘Yannick Janssen heeft veel talent voor zijn leeftijd’, zegt Edwin Hoogenraat. Hij is sinds 2014 bondscoach bij de pony’s en had de afgelopen twee jaar Yannick Janssen onder zijn hoede bij het nationale team. ‘In deze sport moet je vooral mentaal erg sterk zijn. Een gevallen balk is het verschil tussen winst en verlies. Yannick Janssen blijft rustig onder grote druk en heeft bovendien veel doorzettingsvermogen.’

Van Ava Eden weet Hoogenraat minder. Zij trainde afgelopen zomer pas voor het eerst onder de bondscoach en moet volgens Hoogenraat de komende jaren ervaring gaan opdoen bij internationale wedstrijden om naar hetzelfde niveau toe te groeien als haar broer. ‘Zo kan zij ook leren om te gaan met druk bij grote wedstrijden.’

Op dit moment is er alleen één groot probleem. Er zijn geen wedstrijden. Begin maart brak het rhinovirus uit bij een internationale springwedstrijd in Valencia. Deze besmettelijke virusziekte kan bij paarden het zenuwstelsel aantasten en inmiddels zijn er al tientallen paarden aan overleden. De internationale paardensportbond (FEI) besloot na de uitbraak dat alle wedstrijden in Europa geschrapt zouden worden tot 11 april. ‘Enorm frustrerend’, zegt Yannick Janssen. ‘Ik was net weer een beetje begonnen.’

De huidige periode doet denken aan vorig jaar. Ook toen zaten de kinderen ruim vier maanden zonder wedstrijden door de uitbraak van het coronavirus en konden ze alleen trainen op de manege van hun ouders. Yannick Janssen miste door corona het jeugd-EK met het Nederlands team, waar hij en zijn pony Fantasia voor waren geselecteerd. Hij had veel last van motivatieproblemen. ‘Ik trainde wel, maar vroeg mezelf elke dag af waar ik mee bezig was.’

Yannick Janssen en Ava Eden van Grunsven. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Yannick Janssen en Ava Eden van Grunsven.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Het trainen bleek niet voor niks. In de zomer waren er weer wedstrijden mogelijk en Yannick Janssen en Fantasia wonnen het Nederlands kampioenschap voor pony’s. Sindsdien is zijn motivatie helemaal terug. Het helpt dat hij mag deelnemen aan seniorenwedstrijden die tot de uitbraak van het rhinovirus wel af en toe georganiseerd werden. In februari reed hij zijn laatste wedstrijd in het Belgische Lier.

Zus Ava Eden staat al veel langer aan de kant. Zij rijdt in tegenstelling tot haar oudere broer alleen op pony’s en kan daardoor niet meedoen aan de internationale paardenwedstrijden. Voor de uitbraak van het rhinovirus, waren er al amper wedstrijden voor pony’s en inmiddels is Ava Eden al bijna acht maanden niet op concours geweest. ‘In het begin vond ik het wel fijn’, zegt Ava Eden. ‘Ik hoefde niet naar school en kon lekker uitslapen, maar nu zou ik graag weer een echte wedstrijd willen rijden. De laatste kan ik me niet eens meer herinneren.’

De springtraining op vrijdagmiddag is halverwege als Anky van Grunsven haar telefoon richt op de rijbak. Telkens als een van de kinderen met paard of pony in de lucht hangt, kijkt haar man verschrikt op en ontsnappen er kleine kreetjes van angst uit zijn mond. ‘Sjef blijf nou toch eens stil man’, zegt Van Grunsven lachend. ‘Op elk filmpje van Ava Eden en Yannick Janssen ben jij te horen’. Janssen glimlacht terug. ‘Ik blijf dat springen maar spannend vinden. Geef mij maar dressuur.’

Janssen is gespecialiseerd in het scouten van jonge dressuurpaarden, die hij meestal na een aantal jaar training met flinke winst kan doorverkopen. Hij vindt het niet erg dat zijn kinderen geen interesse hebben in dressuur. ‘Ze moeten vooral plezier hebben. Wij pushen ze absoluut niet’, zegt Janssen. ‘Op een cursus bij NOCNSF heb ik geleerd dat kinderen, die op hun zestiende voor het eerst op een pony stappen, ook nog de top kunnen halen. Yannick Janssen en Ava Eden hebben dus alle tijd om uit te vinden of ze hierin verder willen en op welk onderdeel.’

Ook Van Grunsven geeft haar kinderen alle vrijheid om eigen keuzes te maken. Haar eigen vader Wim was erg streng en gaf weinig complimenten. ‘Hij heeft één keer gezegd dat ik goed had gereden, dat was vlak voor hij overleed’, vertelt Van Grunsven. ‘Bij mijn eigen kinderen probeer ik het vaker te benoemen als ze goed hebben gereden.’

Naast de morele ondersteuning van hun ouders, krijgen de kinderen ook financiële hulp. Per kind is er een budget van enkele tienduizenden euro's per jaar beschikbaar waar de kosten voor trainingen, de verzorging van de paarden en het reizen naar het buitenland van betaald worden. ‘We investeren graag in ze’, zegt Janssen. ‘Als ze alleen maar wedstrijden rond de kerktoren rijden, worden ze niet beter.’

Toch vindt bondscoach Hoogenraat het te kort door de bocht om te stellen dat Yannick Janssen en Ava Eden zo goed zijn geworden door de investeringen van hun ouders. De paardensport is volgens hem vergelijkbaar met Formule 1. ‘Je kunt iemand wel de racewagen van Max Verstappen geven, maar als hij niet kan sturen wordt het niks. Zo is het ook bij paardrijden. Je kunt de beste pony en springtrainer van de wereld hebben, als je geen talent en doorzettingsvermogen hebt, loop je al snel tegen een plafond aan.’

Yannick Janssen van Grunsven springt terwijl zijn zus Ava Eden (rechts) en trainer Jack Ansems toekijken. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Yannick Janssen van Grunsven springt terwijl zijn zus Ava Eden (rechts) en trainer Jack Ansems toekijken.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

In Nederland zijn er zo’n 300 ruiters in leeftijdscategorie 11 tot 21 jaar die net zoveel trainen als Ava Eden en Yannick Janssen. Veel van hen hebben een kleiner budget tot hun beschikking, maar dat geeft ze volgens Hoogenraat niet per definitie een kleinere kans om de top te halen dan de kinderen van Janssen en Van Grunsven. ‘Op die leeftijd kun je met een budget van 5 duizend euro bijna elk weekend een nationale wedstrijd rijden en een paar wedstrijden per jaar in het buitenland.’

‘Kijk’, zegt Yannick Janssen als hij na een succesvolle training een rondleiding geeft door zijn ouderlijk huis. Aan de muur hangen drie gele strikken met ‘Sydney’, ‘Athene’ en ‘Beijing’ op de voorkant. Ze horen bij de gouden medailles, die moeder Van Grunsven aan het begin van deze eeuw veroverde. ‘Dat is het ultieme doel’, zegt Ava Eden. ‘Zelf een keer deelnemen aan de Spelen.’ Yannick Janssen schudt zijn hoofd. ‘Dat is nu nog een droom. Een doel ligt in de nabije toekomst.’

Volgens Van Grunsven is het lastig te zeggen of haar kroost ooit zal schitteren op het hoogste toneel, maar ze herkent eigenschappen van zichzelf in haar kinderen. ‘Zij hebben meer talent dan ik op die leeftijd, maar uiteindelijk gaat het vooral om doorzettingsvermogen. Je moet uren willen maken, ook op de momenten dat het tegenzit. Gelukkig hebben we het afgelopen jaar kunnen zien dat het daarmee wel goed zit.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden