Geen mooier leven dan een wielerleven

Vijftien keer won een Nederlandse wielrenner de Amstel Gold Race. Arie den Hartog was in 1967 de eerste, Frans Maassen in 1991 de laatste....

FRANS Maassen, de laatste Nederlandse winnaar van de Amstel Gold Race, zit vandaag in het oosten van Duitsland waar zijn juniorenploeg koerst. 'Gelukkig zijn de ritten al vroeg afgelopen. Ze zullen daar toch inmiddels wel televisie hebben? Wat denk jij Arie?'

Arie den Hartog, de eerste Nederlandse winnaar van de Amstel Gold Race, zal de wedstrijd ook op de televisie volgen, maar hij doet dat gewoon thuis. De wielrenners trekken praktisch aan zijn deur voorbij, maar hij zal er de straat niet voor op gaan.

Den Hartog: 'Wat me zo tegen staat, vooral hier in de omgeving, is dat het altijd over vroeger gaat. Altijd is het: wat een klootzakken zijn het tegenwoordig. Heb je gezien wat die gasten in de Waalse Pijl allemaal te verduren hadden?'

Maassen: 'Als ik dat zie, ben ik altijd blij dat ik niet meer fiets. In het begin had ik nog wel last van een soort schuldgevoel. Hoorde ik de regen tegen het raam tikken en ik bleef binnen. Gelukkig heb ik daar nu geen last meer van.'

Den Hartog: 'Ik ben gestopt met fietsen en ik heb er nooit naar terug verlangd. Ik was nog aan het onderhandelen met een Italiaanse ploeg en dat wilde niet zo vlotten. Toen heb ik van het ene op het andere moment gezegd: het hoeft niet meer.'

Maassen: 'Was dat geen moeilijke beslissing?

Den Hartog: 'Helemaal niet. Als je niet meer goed mee kan, is er geen lol meer aan. Ik weet niet hoe het zou zijn als je altijd achterin hebt gezwommen. Maar als je gewend bent voorin te rijden, denk je: hier hoor ik niet thuis.'

Maassen: 'Ik weet nog hoe goed ik me voor mijn laatste Amstel Gold voelde. Niet dat ik nog zou kunnen winnen, maar ik dacht toch wel bij de eerste tien te kunnen eindigen. Halfweg het parkoers werd ik er al afgereden. Dan wordt het toch tijd dat je gaat nadenken.'

Den Hartog: 'Als je nog kan nadenken, is het niet erg.'

Frans Maassen won de belangrijkste klassieker van Nederland in 1991. Hij startte als favoriet en maakte dat waar in een eindsprint tegen de Italiaan Fondriest. 'Zo klinkt het wel erg gemakkelijk, terwijl ik toch een paar keer in de wedstrijd het gevoel heb gehad dat ik het kwijt was, dat ik de koers niet meer onder controle had.'

Arie den Hartog: 'Alles moet meezitten, wil je winnen.'

Alles zat hem in 1967 mee. 'We vertrokken in Helmond en daarna ging het in gestrekte draf Limburg in. Er was al vrij vroeg een afscheiding van een redelijke groep. Het werd een soort afvalrace met een lange sprint op de Raarberg. Ik won 'm op de macht.'

Ze waren allebei 26 jaar oud toen ze de belangrijkste eendaagse koers van Nederland op hun naam schreven. Arie den Hartog, die gisteren zijn 58ste verjaardag vierde, had twee jaar eerder ook al Milaan-San Remo gewonnen. De 34-jarige Frans Maassen kwam twee jaar voor zijn zege in Maastricht als tweede in San Remo aan.

Dat is ook frappant, zeggen ze, maaar geen van beiden kan de vraag beantwoorden of ze als renners op elkaar leken. Den Hartog: 'Daar heb ik nou echt nog nooit over nagedacht.' Maassen: 'Ik ken Arie alleen van naam. Alles wat voor Joop Zoetemelk komt, ken ik alleen van naam.'

Twee jaar geleden, voor de start van de Amstel Gold Race, hebben ze elkaar voor het eerst ontmoet. Deze vrijdagmorgen, de dag voor voor Luik-Bastenaken-Luik, treffen ze elkaar in het keukentje van de fietsenzaak van Arie den Hartog in Nieuwstadt.

Op tafel ligt De Limburger, opengeslagen op de sportpagina. Het tweede van voetbalvereniging Haelen blijkt de avond tevoren verloren te hebben, ondanks een treffer van Frans Maassen. Maar de meeste ruimte wordt opgeslokt door een interview met Daniel Baal, de omstreden voorzitter van de Franse wielerbond. Het gaat over doping, uiteraard gaat het over doping. Dit gesprek gaat ook voornamelijk over doping, maar de conclusie luidt: geen mooier leven dan een wielerleven.

Maassen: 'Dat ze nu ook al die Baal aanklagen, daar snap ik echt helemaal niets van. Als iemand zich inspant om het dopingprobleem aan te pakken, is hij het wel.'

Den Hartog: 'Ik denk dat het allemaal publiciteit is. Wat een paar weken geleden in de Driedaagse van De Panne is gebeurd, kan toch ook niet.'

Maassen: 'Weet ik niet, Arie. Ze moesten meer informatie hebben.'

Den Hartog: 'Maar dan hoef je toch niet een hele ploeg van de weg te halen?'

Maassen: 'Feit is wel dat ze weer een pakketje vinden dat niet klopt.'

Den Hartog: 'Ja, maar Frans, als jij hier zo de deur uit gaat en je loopt naar het postkantoor om een verdacht pakketje te versturen, gaan ze mij toch ook niet vastzetten. Dat is toch van de gekke?'

Arie den Hartog, die niets meer met wielrennen te maken heeft, en Frans Maassen, die de junioren van de Raboploeg begeleidt, zijn het oneens over de crisis waarin de wielersport verkeert sinds de dopingproblematiek vorig jaar in volle omvang naar buiten kwam.

Maassen vindt de situatie zo ernstig dat hij de schoonmaakactie van de Franse justitie toejuicht. 'Vooral voor de jongens met wie ik nu werk, zal het op de lange termijn een goede uitwerking hebben.'

Den Hartog betwijfelt of de zware middelen die nu worden ingezet het doel wel rechtvaardigen. Sterker nog: hij betwijfelt of het eigenlijk wel zo ernstig is. Er blijft hem te veel onverklaarbaar.

'Neem nou die Festina-zaak in de Tour. Waarom zouden ze die spullen in Zwitserland ophalen, ze door Nederland en België slepen om vervolgens in Frankrijk de boot te nemen? Waarom alles naar Ierland verschepen als ze een paar dagen later toch weer op het vasteland zijn?

'En als het echt zo erg is, zoals iedereen beweert, waarom worden de schuldigen er dan niet meteen uit gepikt? Nu is iedereen verdacht. Zelfs de Raboploeg.'

Maassen: 'En je kunt je er niet tegen verdedigen.'

Den Hartog: 'Dat is juist het ergste.'

Maassen: 'Maar Arie, je kunt toch niet ontkennen wat er vorig jaar in de Tour is gebeurd? En alle maatregelen die daarna zijn genomen, hebben toch ook een zeker effect gehad? Het verdient misschien de schoonheidsprijs niet, maar het heeft renners, ploegleiders en artsen aan het denken gezet.'

Den Hartog: 'En dat laatste geloof ik niet. Als het erin is gekomen, dan is het door artsen erin gekomen, door de farmaceutische industrie. En die zullen de controleurs altijd een stap voor blijven.'

Maassen: 'Maar wil je daarmee zeggen dat je niets moet doen? Ik vind dat je er toch tegen moet blijven optreden, dat je de sport zo schoon mogelijk moet houden. En ik denk dat de Fransen dat doen. Alleen schieten ze daarin door.

'Ik maak het nu zelf met mijn junioren mee. Ik mag niet eens vitamines meenemen. Laatst had ik de bondscoach bij me. Die had paracetamol bij zich. Ik heb tegen Snoeijink gezegd dat ik dat niet wilde. We zijn bij de grens gestopt en hij heeft het moeten weggooien.'

Den Hartog: 'Dat is toch achterlijk. Iedereen zegt dat er in de wielersport zoveel gepakt wordt. Maar de voetbalsport dan? Alsof het daar anders zou zijn. Ik zie niet dat een wielrenner anders is dan een atleet of een voetballer. Het is een probleem van de complete sportwereld.'

Maassen: 'Het is een maatschappelijk probleem'

Den Hartog: 'Precies! Die drugskikkers wordt de hand boven het hoofd gehouden, die krijgen elke maand geld toe. Maar als je op de fiets zit, kun je niet dezelfde medicijnen nemen als u en ik, want dan ben je gedrogeerd. Dat slaat toch nergens op.'

Maassen: 'Het wielrennen wordt gestraft voor zijn actieve beleid. Elke dag is er wel ergens een koers en overal zijn controles. Wij hebben bij de junioren ook al twee bloedcontroles gehad.'

Den Hartog: 'Bij de junioren?! Dat is toch echt te gek voor woorden.'

Maassen: 'Als ik zou weten dat een van mijn junioren iets gebruikt, moet hij onmiddellijk weg.'

Den Hartog: 'Dat zeg je nou wel, maar wie zijn schuld is dat? Hoe oud zijn die jongens?'

Maassen: 'Nog geen achttien.'

Den Hartog: 'Dat wou ik zeggen. Het zijn de ouders die de kinderen gek maken.'

Maassen: 'Als je zeventien of achttien bent, heb je genoeg verstand. De jongens die bij me rijden, weten verdomd goed wat kan en niet kan. Ik denk trouwens niet eens dat ze doping willen. Sterker nog: ik denk dat niet één beroepsrenner het wil. Maar iedereen is zo maf van die fiets dat-ie er alles voor over heeft.'

- Het verkeerde beroep gekozen?

Maassen: 'Ik zou het zo weer doen.'

Den Hartog: 'Ik ook! Meteen! Jongen, wat je allemaal niet meemaakt als wielrenner, waar je allemaal niet komt. Ik ben geboren in Zuidland, op Voorne en Putten. Rotterdam was voor mij al een wereldstad. Zat ik als beroepsrenner ineens in Andalusië.'

Maassen: 'Moet je zien waar die gasten nu komen. Zuid-Afrika, Californië. Als de zon maar schijnt. Jongen je hebt als renner zo'n mooi leven.'

Den Hartog: 'Een mooier leven bestaat niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden