Geen angst voor vuile handen in voetbalkelder

Volgens bondscoach Leo Beenhakker hoort Polen in potentie tot de eerste acht voetballanden in Europa. Maar er is nog een hoop werk te verrichten, erkent hij....

Van onze verslaggever Charles Bromet

Er zijn weinig voetbaltrainers die zich zo op hun gemak voelen in een volle perszaal als Leo Beenhakker. Dus doet het de bondscoach van Polen goed als er in Brussel, aan de vooravond van het EK-kwalificatieduel tegen België, zo veel belangstelling voor hem is.

‘Zó, nog enige vragen van de koude grond?’, roept hij vol jolijt uit als hij de Poolse verslaggevers heeft bediend. Onder tafel klapt hij zijn mobiele telefoon dicht, de oude benen in de moderne zilveren sportschoenen strekken zich languit en de 64-jarige coach gaat er maar eens goed voor zitten.

In poule A, dat sterk is bezet met Servië, Finland en Portugal, moet Beenhakker zijn nieuwe werkgever naar het EK zien te loodsen. Wat op 2 september begon met een nederlaag van 3-1 tegen Finland voor eigen publiek, eindigde op 11 oktober vooralsnog met een prima overwinning van 2-1 tegen Portugal, de halve finalist van het WK.

Polen deelt de derde plaats in de groep met de Belgen – met zeven punten uit vier wedstrijden – en is volgens de coach veel zelfbewuster geworden. ‘De twijfel is weg en ze geloven weer in eigen kunnen.

‘Het neveneffect is dat iedereen in de rij staat om erbij te horen. Je hoeft maar één keer met je vingers te knippen en er staan er vijf buiten met hun tassie.’

Maar voorlopig vindt Beenhakker het fijn als nieuwe spelers zich aandienen, want liefst vijf basisspelers uit het duel tegen Portugal zullen vanavond vanwege blessures ontbreken in het Koning Boudewijn Stadion. ‘Ik hoop maar dat vanavond niemand van de trap valt, want het is een komen en gaan van spelers.’

Niettemin meent Beenhakker, tijdens het WK nog actief als bondscoach van Trinidad & Tobago, dat hij er al aardig in is geslaagd het Poolse team naar zijn hand te zetten. ‘We zijn pas twee keer tien dagen bij elkaar geweest. En nu dus twee dagen. Het enige dat ik kan signaleren is dat we stappen hebben gemaakt.

‘Het is hier iets moeilijker voor mij dan in de voorgaande landen waar ik heb gewerkt, zeker omdat ik in de taal niet kwijt kan wat ik bedoel. Maar gelukkig pakt negentig procent van de spelers mijn steenkolenengels snel op. En de resterende tien procent wordt bijgepraat door mijn assistent.’

Belangstellend zullen ze hebben geluisterd naar de kritiek van Beenhakker dat het Poolse voetbal twintig jaar zou hebben stilgestaan. Die uitspraak deed hij na de verrassende zege tegen Portugal en was bedoeld om een discussie op gang te brengen in het land.

‘Dat stilstaan heeft vooral te maken met infrastructuur en voorwaarden om een goede jeugdopleiding te hebben. Daarnaast is de spelopvatting in de Poolse eredivisie niet bepaald gerelateerd aan de spelopvatting in het huidige topvoetbal.

‘Maar er is nu beweging. Natuurlijk is er een aantal mensen dat me die uitspraken niet in dank heeft afgenomen. Maar anderen zijn wat meer instemmend. En dat is positief, want Polen heeft met een bevolking van 40 miljoen mensen een enorm potentieel aan jonge, talentvolle spelers.

‘De boodschap die ik getracht heb ze te geven is: je hebt zo ontzettend veel talent, doe er wat mee. Want normaal gesproken kan Polen in potentie bij de eerste acht landen van Europa horen.’

Beenhakker zegt er geen verklaring voor te hebben waarom het Poolse voetbal de afgelopen decennia zo is afgegleden. ‘Ze zijn om de een of andere reden blijven hangen in de successen van de jaren zeventig en tachtig.’ Even laat hij een stilte vallen. Dan zegt hij subtiel: ‘En dat klinkt hier en daar de Belgen misschien niet vreemd in de oren.’

De kritiek die hij de eerste weken kreeg van voormalige Poolse voetbalgrootheden heeft hem niet geraakt. ‘Die roepen veel negatieve dingen over het nationale team en de huidige generatie. Maar je kunt er ook wat aan doen, denk ik dan.

‘Spelers als Boniek, Lato en Lubanski zijn autoriteiten, voor mij ook. Daar heb ik in de jaren zeventig ademloos naar zitten kijken. Dan denk ik: het is allemaal niet zo moeilijk om de hele boel af te breken na zo’n teleurstellend WK voor hen, maar doe dan wat. Het talent is aanwezig.’

Maar Beenhakker benadrukt dat hij er ook wel aardigheid in heeft die strijd aan te gaan. ‘Als het allemaal zo gemakkelijk was, dan vond ik het niet leuk meer. Dit is toch heerlijk. Ik hoef niet in een gespreid bedje te komen. Ik ben niet bang voor vuile handen. Ik begin graag in de kelder.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden