Geen 400-meterbaan in eigen land, wel dromen van Pyeongchang

Twee Taiwanezen, een Brit, twee Esten en een Spanjaard - uit alle windstreken komen ze dit weekend naar Thialf

Ook landen zonder 400-meterbaan sturen hun schaatsers deze week naar de wereldbekerwedstrijd in Heerenveen.

Foto Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Het is een bont lint dat woensdagochtend over het ijs van Thialf zwiert. Een flink deel van de in totaal 292 schaatsers bereidt zich voor op de eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen. Nog nooit waren er zoveel nationaliteiten op het ijs bij de internationale wedstrijdcyclus: 32.

Daaronder zijn natuurlijk de bekende langebaanlanden als Noorwegen, Canada en Nederland, maar in dit olympisch seizoen proberen ook atleten uit onbeduidende schaatslanden de stap naar de Winterspelen in Pyeongchang te maken.

Het is een bekend fenomeen. De Olympische Spelen wakkeren ambitie bij de sporters aan en laten het geld vanuit sponsoren en sportbonden vrijelijker stromen. Dat gebeurde vier jaar geleden en nu weer.

Nog nooit waren het er zo veel, die aan de limieten van de internationale schaatsunie ISU voldeden. Dat heeft niet alleen met de olympische ambities te maken, maar ook omdat er met de ploegenachtervolging, teamsprint en massastart meer onderdelen zijn en dus meer startplekken.

Zo staan er komend weekend ook Esten, Taiwanezen, Britten en een Spanjaard op het ijs in Heerenveen. Het zijn landen waar niet eens een 400-meterbaan te vinden is, maar toch dichten zij zich een kans toe in het gevecht voor olympische tickets. Wie zijn zij en hoe beleven zij, afkomstig uit de dwergstaatjes in hun sport, die strijd?


'We worden goed geholpen in China. We houden sport en politiek gescheiden'

Darren Huang (26), Taiwan, 1.000m
Ching-Yang Sung (25), Taiwan, 500m

In hun jongensjaren waren ze rivalen op de skeelers. Nu zijn ze elkaars concurrent op het ijs. Dat is al een paar jaar zo. Sung reed in 2012 wereldbekerwedstrijden en deed zelfs mee aan de Spelen in Sotsji, waar hij naamloos in de achterhoede eindigde. Huang koos zeven jaar geleden voor het langebaanschaatsen, maar wist zich slechts in drie eerdere seizoenen voor de wereldbekers te plaatsen.

Het lag niet voor de hand dat ze zouden gaan schaatsen. Huang: 'Taiwan is een tropisch land. De enige plek waar je kunt schaatsen is een klein ijsbaantje waar mensen voor de lol wat kunnen krabbelen, op kunstrijdschaatsen.'

Tekst gaat verder onder de foto

Darren Huang (26) en Ching-Yang Sung (25) uit Taiwan. Foto Klaas Jan van der Weij

Om olympisch niveau te halen moesten ze ergens anders heen. Huang koos voor een verblijf in de Verenigde Staten. In Milwaukee traint hij onder Nancy Swider-Peltz, voormalig wereldrecordhoudster 3.000 meter.

Sung vond onderdak in China. Een opvallende keuze, want China en Taiwan staan politiek lijnrecht tegenover elkaar. Taiwan is volgens de Chinese overheid een opstandige regio, de Taiwanezen beschouwen hun land als onafhankelijk. Deze gevoeligheden spelen voor Sung geen rol. 'We worden goed geholpen in China. We houden sport en politiek gescheiden.'


'Ik kon niet concurreren met Kai Verbij, bijvoorbeeld'

Cornelius Kersten (23), Groot-Brittannië, 1.000m en 1.500m

Na zeven jaar afwezigheid is Groot-Brittannië terug in de wereldbeker. Phil Brojaka was de laatste die zich op de langebaan liet zien, zij het in de marge. Dit weekend wordt hij opgevolgd door Cornelius Kersten.

Kersten is de zoon van een Nederlandse vader en een Engelse moeder. Hij groeide op in Heemstede en schaatste in zijn jeugd op de ijsbaan in Haarlem. Bij de junioren haalde hij af en toe een podiumplaats bij de nationale kampioenschappen. 'Ik was telkens iets te ver verwijderd van Jong Oranje. Ik kon niet concurreren met Kai Verbij, bijvoorbeeld.' Toen hij junior-af was, merkte hij dat zijn mogelijkheden in Nederland beperkt waren. Zijn dubbele nationaliteit bleek een uitkomst. Hij meldde zich bij de Britse schaatsbond die juist een campagne was begonnen om het langebaanschaatsen leven in te blazen.

Dat is niet eenvoudig: Groot-Brittannië heeft wel ijshockeybanen waar shorttrackers kunnen trainen, maar geen 400-meterbaan. De Britten hebben daarom De Uithof in Den Haag als thuisbaan geadopteerd. Het is de dichtstbijzijnde baan voor ze, nog geen driekwartier met het openbaar vervoer van de veerhaven van Hoek van Holland. Ze houden er hun nationale kampioenschappen rijden en trainingssessies houden.

Toch is Kersten er weinig te vinden. Hij koos ervoor om naar Calgary te verhuizen. 'Ik wilde naar een plek waar ik consistent op goed ijs kon trainen, met goede omstandigheden en sterke, snelle mensen om me heen.' Op de hooglandbaan in Canada heeft hij zich bij de opleidingsploeg van de Canadese schaatsbond gevoegd. Met financiële hulp van zijn ouders, enkele kleine sponsoren en een beurs van het Brits olympisch comité kan hij daar zijn droom najagen.

Tekst gaat onder de foto verder

Cornelius Kersten (23) uit Groot-Brittannië. Foto Klaas Jan van der Weij

Bij de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen komt Kersten veel voormalige ploeggenoten van de ijsbaan in Haarlem tegen. 'We zijn hier met vier van mijn generatie, uitkomend voor vier verschillende landen. Floris Root komt uit voor Oostenrijk, Carlijn Schoutens voor Amerika, ik voor Engeland en Melissa Wijfje voor Nederland.'

Er moet nog heel wat gebeuren voordat Kersten met de Union Jack op de Spelen staat. Hij wist afgelopen zomer pas de limieten voor de wereldbeker te schaatsen en die voor de Winterspelen zijn een stuk scherper. Hij zal zijn persoonlijke records op de 1.000 en 1.500 meter met seconden moeten verbeteren. Hij hoopt dat te doen als straks in december het wereldbekercircus Calgary aandoet. 'Daar wil ik pieken.'


'We reden op ijshockeyschaatsen in groepjes om het hardst'

Saskia Alusalu (23), Estland, 1.500m, 3.000m en massastart
Marten Liiv (20) en Estland. 1.000m, 1.500m en massastart

Langebaanschaatsen? Dat ligt in Estland niet voor de hand. Er is maar één plek waar ze überhaupt een idee van de sport hadden: in Adavere, een dorpje met krap 600 inwoners in het midden van het land. Daar veegde een enthousiaste vrijwilliger elke winter, als het kon, een baantje van 250 meter op een meertje bij het dorp. Uit dat dorpje komen de twee boegbeelden van het Estse schaatsen: Saskia Alusalu en Marten Liiv.

Het schaatsen stelde zelfs in Adavere weinig voor. Alusalu: 'We reden op ijshockeyschaatsen in groepjes om het hardst. Pas toen er eens iemand uit Tallinn meedeed op noren, kregen we een idee hoe het moest. We wisten een aantal paar te regelen en sindsdien doen we aan langebaanschaatsen. Ik was toen 15.'

Het is niet eenvoudig om vanuit een klein schaatsland de aansluiting te vinden, merken allebei. Liiv was een sterke junior die op het WK in 2016 nog vierde werd, maar moet als senior zijn weg nog zien te vinden. Dat probeert hij bij de Oostenrijkse ploeg. Alusalu is al een paar jaar actief in het internationale circuit, maar heeft lang het schaatsen onvoldoende serieus genomen, vindt ze. Met een kansje op de Spelen is dat er wel vanaf.

Tekst gaat verder onder de foto

Saskia Alusalu (23) en Marten Liiv (20) uit Estland. Foto Klaas Jan van der Weij

'Met maar 1,1 millimeter ijzer onder mijn voet ga je zo snel. Dat gevoel is geweldig'

Iñigo Vidondo (28), Spanje, 1.000m, 1.500m, 5.000m en massastart

De enige Spaanse schaatser van faam was Antonio Gómez, maar dat was vooral door zijn opvallend slechte prestaties. Hij kon met moeite pootje-over en genoot als antiheld de waardering van het publiek. Iñigo Vidondo is zijn erfgenaam, al steekt hij ver boven het clowneske niveau van zijn landgenoot uit.

De 28-jarige Bask uit Vitoria-Gasteiz was net als veel andere paradijsvogels in het schaatsen eerst inlineskater. Hij was vrij succesvol met bronzen medailles bij Europese kampioenschappen. In 2012 liet hij zich overhalen om het te proberen op het ijs. Via Italië en Zuid-Duitsland verhuisde hij naar Calgary. Daar werkt hij sinds 2015 aan zijn olympische missie.

Tekst gaat verder onder de foto

Foto Klaas Jan van der Weij

Ondertussen is het schaatsen meer dan een manier om de Spelen te halen. Hij is gaan houden van de sport. 'Met maar 1,1 millimeter ijzer onder mijn voet ga je zo snel. Zelfs als je weinig kracht zet. Dat gevoel is geweldig.'

Financieel wordt Vidondo zowel door het Spaans olympisch comité ondersteund als door de Baskische regio. Of hij, met de onafhankelijkheidsbeweging in Catalonië in het achterhoofd, zijn Baskische identiteit boven zijn Spaanse verkiest, wil hij niet zeggen. 'Dat is iets waar ik me niet over uitlaat. Dat is iets in mijn hart.'