reportage de Nederlandse viermansbob

‘Gave sport: vier mannen die in een sleetje met 135 kilometer door de bocht vliegen’

De Nederlandse viermansbob in actie in Winterberg. Piloot en aanvoerder Ivo de Bruin zit voorin. Beeld Jiri Büller

Ivo de Bruin houdt niet van sneeuw en kou, wel wil de aanvoerder van de Nederlandse viermansbob naar de Winterspelen van 2022. Het moet dan wel beter gaan dan bij de EK in Winterberg.

‘Eigenlijk’, grijnst Ivo de Bruin, terwijl hij de deur van de kleedkamer in het Duitse Winterberg achter zich sluit en zijn jas hoog dichtritst, ‘moet je een beetje gek zijn om aan bobslee te doen.’ Hij somt op: ‘Het is altijd koud, je bent eindeloos met je materiaal bezig, het is niet ongevaarlijk en financieel word je er niet beter van. Eerder slechter.’

Maar dan beginnen zijn ogen te glimmen. ‘Alleen: dit is zo’n gave sport. Vier mannen die in een sleetje van carbon met 135 kilometer door de bocht vliegen. Het is ruw, simpel en snel. Ik vind het geweldig.’ Vandaar dat hij als bobsleeër al zo’n tien jaar de wereld rondreist. Zijn droom is de Olympische Spelen. Beijing, over twee jaar, is het grote doel.

De Bruin eindigt met zijn viermansbob zaterdag als dertiende op het EK in Winterberg. Het is een teleurstellend resultaat, omdat hij vorig jaar zesde werd. Maar helemaal onverwacht komt het niet. In aanloop naar het EK kon hij niet met zijn vaste bemanning werken, omdat ze nog studieverplichtingen hadden. Hij zucht. ‘Zo gaat dat in een amateursport.’

Voor de eerste drie wedstrijden van het seizoen werden vervangers gerekruteerd uit de atletiek. Snelle, sterke kerels, daar niet van. ‘Maar ze hadden nog nooit een slee aangeduwd. Sterker nog, ze hadden er nog nooit eentje van dichtbij gezien.’ Zonder ervaring denderden ze, met een snelheid van zo’n 135 kilometer per uur, achter de brede rug van De Bruin, naar beneden.

Huilend uit de bob

Zelfs de stoerste jongens, weet De Bruin, stappen na hun eerste keer huilend uit de bob. Hij weet zelf nog hoe dat was, de eerste keer in een bob. In 2007, op de olympische baan nabij Turijn. ‘Het deed pijn, ik zat te kwijlen. Het is echt heel intens, een emotionele ervaring. Als het toen daarbij was gebleven, had ik het ook prima gevonden.’

Maar hij zette door. Hoe vaker hij naar beneden ging door het ijskanaal, hoe beter hij het spelletje begreep en hoe fanatieker hij werd. Hij hoopt dat die jongens dezelfde ervaring zullen hebben en dat ze komende zomer, bij de zogeheten duw-testen op de atletiekbaan, weer komen opdraven. ‘Maar fysiek en mentaal was het voor ze nog iets te hoog gegrepen .’

De Bruin, opgegroeid in Uithoorn, vlak onder de rook bij Schiphol, bestuurt als piloot de bob en is daarmee het gezicht van de viermansformatie. In zijn jeugd gold hij als een grote belofte in de atletiek. Hij was Nederlands kampioen discuswerpen, maar zijn groeispurt hield op bij 1.84 meter; te klein om serieus mee te doen in die discipline.

Met wintersporten had hij niets. ‘Ik hou niet van kou en van sneeuw. Al die lagen kleding. Vreselijk.’ Maar toen hij, via via, werd benaderd om een keer mee te doen met een zomertraining, was hij om. Bobsleeën werd zijn nieuwe bestemming.

Joost Dumas, Dennis Veenker, Janko Franjic en voor Ivo de Bruin. Beeld Jiri Büller

1.476 ritten door het ijskanaal heeft hij ondertussen op zijn naam staan. Al die keren zijn nauwkeurig vastgelegd in een schriftje. ‘Want hoe meer informatie over de baan, hoe beter je kunt sturen.’

In Winterberg zijn de omstandigheden guur. Natte sneeuw verandert in regen en over de baan hangt een dikke mistlaag. Om iets voor drieën schreeuwen de vier Nederlandse mannen – naast De Bruin zijn dat Joost Dumas, Dennis Veenker en Janko Franjic - elkaar bemoedigend toe.

In Winterberg, zegt De Bruin, begint het seizoen, vanwege de hereniging met zijn vaste bemanning. De drie zogeheten remmers, duwers eigenlijk, moeten voor een razendsnelle start zorgen. Die is van levensbelang in het bobsleeën. ‘Elke kilometer die je bij de start wint, neem je mee naar beneden.’

Franjic is de snelste en daarom als laatste opgesteld. Hij moet de langste afstand overbruggen voordat hij zich in de bob wurmt. De start duurt iets meer dan vijf seconden. Daarna zit hun werk er op. Louter hun gewicht telt nog, want hoe zwaarder ze zijn, hoe sneller de slee naar beneden gaat. Verder moeten ze, in een zeer oncomfortabele houding, vooral zo stil mogelijk achter De Bruin zitten.

‘Mijn kunstje’

Die begint na vijf seconden aan wat hij meesmuilend ‘mijn kunstje’ noemt: zo hard en efficiënt mogelijk naar beneden gaan. In één klap verandert bobsleeën van een krachtsexplosie in een pure concentratiesport.

Om zijn taak zo goed mogelijk te volbrengen doet hij in trainingen veel aan meditatie en visualisatie. Dan doet hij zijn ogen dicht, kan hij elke baan waarop hij ooit zijn bob heeft gestuurd, zo voor de geest halen. Het is geen garantie voor een veilige tocht. De Bruin kent de gevaren van zijn sport.

Van die bijna 1500 keer ging hij zo’n 30 tot 35 keer onderuit. De laatste keer was vorig seizoen, in Canada. Hij hield aan de crash een diepe snee in zijn knie en 18 hechtingen over. Maar het hoort erbij, vindt hij. En bovendien: ‘Als je heel lang bij de gevaren stil gaat staan, kun je beter stoppen.’

In Winterberg zijn de omstandigheden guur. Natte sneeuw verandert in regen en over de baan hangt een dikke mistlaag. Beeld Jiri Buller

De eerste run valt tegen. De Bruin trekt het boetekleed aan. ‘Ik maakte te veel kleine foutjes. Bovenin al. Tel je al die foutjes bij elkaar op, dan scheelt dat onderin gewoon veel te veel tijd.’ In de tweede run gaat het iets beter. De ploeg eindigt als dertiende, maar dat is niet naar zijn zin. ‘Het lijkt er op dat we dit jaar een stapje terug moeten doen. Dat is moeilijk te verteren voor een topsporter. Ik wil vooruit.’

Bobsleeën wordt niet ondersteund door het NOCNSF. Die willen eerst prestaties zien, terwijl de atleten juist denken dat met een bijdrage die prestaties automatisch zullen verbeteren. Zo’n anderhalve ton is het budget nu voor de ploeg, met dank aan een paar kleine sponsoren en het KPN Sportfonds dat sporters zonder A-status een duwtje in de rug geeft. Van dat geld kunnen de bobsleeërs naar de belangrijke wedstrijden afreizen, maar iets extra’s, zoals een trainingskamp, is niet mogelijk. Om de kosten te drukken, wordt de bondscoach gedeeld met de Belgen.

Altijd maar dat gebedel om geld, het geleur met zijn sport. Soms, zoals nu in Winterberg, als de resultaten tegenvallen, heeft De Bruin er tabak van. Maar dat duurt nooit lang. Daarvoor is de sport hem te lief, hij houdt moed. ‘De verschillen in deze sport zijn klein’, zegt hij. ‘Met iets beter materiaal of een eigen fysiotherapeut zet je zó de stap naar de wereldtop.’

De bob en de liefde

De bobsleegemeenschap is klein en hecht. Voor wedstrijden wachten de atleten allemaal in dezelfde grote, warme ruimte op de start. In Winterberg kunnen de toeschouwers zonder probleem door een groot raam het kleedlokaal in kijken. Bobsleeërs van alle nationaliteiten lopen door elkaar heen. Ze delen dezelfde passie en reizen een half jaar lang de hele wereld over met elkaar.

Bijna onvermijdelijk was het dat De Bruin dankzij het bobsleeën zijn huidige vrouw ontmoette, Christine, die voor Canada in de tweemansbob zit. Vorig jaar eindigde ze als derde op het WK. De vonk sloeg over tijdens een etentje na een trainingsdag. Nu woont hij al een paar jaar in Calgary. Lachend: ‘En dat voor iemand die twee dingen zeker wist in zijn leven. 1. Ik zou nooit uit Uithoorn vertrekken. 2. Ik zou nooit trouwen. Het is iets anders gelopen.’

Om ook in de zomer een inkomen te vergaren, werkt De Bruin als stuurman en remmer in een taxibob voor toeristen. Een ritje kost 100 dollar. Geregeld stappen er Nederlanders in, maar die hebben vaak geen idee met wie ze te maken hebben. ‘Vaak weten ze überhaupt niet dat Nederland ook een bobsleeteam heeft.’

Met zijn vrouw heeft hij duidelijke afspraken gemaakt om werk en privé gescheiden te houden. Rond wedstrijden verblijven ze bij hun eigen ploeg. Als ze in hun vrije tijd met elkaar afspreken, gaat hun sportkleding uit. ‘We zijn ook nog gewone mensen, met andere interesses. Door elkaar in gewone kleding te zien, laten we de sport fysiek achter ons.’

Christine was er ook bij in Winterberg, ze kwam in actie tijdens een wereldbekerwedstrijd en werd zevende. Net als haar man was ze niet tevreden met dat resultaat. De Bruin: ‘Nee, dit was niet ons weekend.’  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden