Interview

'Ga schoonrijden als je goed wil leren schaatsen'

Het schoonrijden heeft in drievoudig olympisch kampioen Ard Schenk een warm pleitbezorger gevonden. Kinky is het niet - de techniek is hoogstaand.

Ard Schenk bekwaamt zich op de ijsbaan van Hoorn in het schoonrijden. 'De borst naar voren, niet naar het ijs kijken, trots.'Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

De klapschaatsen trekt Ard Schenk (71) nog geregeld aan om op de overdekte ijsbaan van Hoorn rondjes te rijden. Maar de drievoudig olympisch kampioen van Sapporo (1972) heeft ook een veel oudere vorm van Nederlands ijsvermaak ontdekt: schoonrijden.

Het is woensdagavond als Schenk zich op het middenterrein van De Westfries opmaakt voor een sessie op het ijshockeybaantje. Hij draagt een platte pet, een dikke wollen sjaal, een warme trui en donkere spijkerbroek boven glimmend gepoetste, hoge herenschoenen waaronder een stevig, kort ijzer is geschroefd. Hij wordt hartelijke begroet door generatiegenoten die zich ook in nette kleren het kunstijs op begeven.

Elegantie en sierlijkheid

De eerste slagen zijn onwennig. Het lichaam van Schenk zoekt instinctief naar de gebogen houding die hoort bij hardrijden. Dat werkt op de korte ijzers averechts, weet hij. Schoonrijden is een statige, voorname manier van schaatsen. Het lichaam blijft rechtop, snelheid is ondergeschikt aan elegantie en sierlijkheid. 'Je moet zorgen dat je niet te fel afzet. Het is heel ingehouden schaatsen en toch met uitstraling. De borst naar voren, niet naar het ijs kijken, trots.'

Schenk beleeft meer plezier aan de sport dan hij vroeger had kunnen vermoeden. In zijn jonge jaren, in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, lag er vaak wekenlang natuurijs. Op bevroren meren en kanalen kwam hij geregeld schoonrijders in zondagse kleding tegen, geheel volgens de eeuwenoude traditie die is vastgelegd door 17de-eeuwse schilders als Hendrick Avercamp. De gegoede burgerij liet zich nog zien met hoge hoed of bontmuts, de dames met de handen in een warme mof voor de borst gevouwen.

Schenk had zelfs een zwager die Nederlands kampioen werd in 1966, het jaar dat hij zijn eerste van zes Europese en mondiale allroundtitels veroverde. 'Hij noemde zich ook wereldkampioen, want als beste rijder van Nederland was je automatisch de beste schoonrijder van de wereld.' Serieus nam hij die opmerking niet. 'Wij noemden dat zwieren. We vroegen ons af: wat stelt dat nou voor?'

Die vraag is blijven kleven aan de schaatsstijl die volgens historici mede door de successen van Ard Schenk en Kees Verkerk is overvleugeld door het hardrijden. 'De jeugd trekt er niet gemakkelijk naartoe. Een kinky sport is het niet', erkent de oud-kampioen.

Werelderfgoed

Op dit moment telt Nederland vijf trainingsgroepen, verspreid over vijf ijsbanen. Daarin zijn wekelijks circa 200 schoonrijders actief. Dat is niet veel, maar nog altijd meer dan de 45 Nederlandse mannen en vrouwen die deze winter een allroundvierkamp hebben volbracht (volgens de cijferaars van speedskatingnews.com is dat in de aanloop naar de WK allround, dit weekeinde, wereldwijd 259 schaatsers gelukt).

Om te voorkomen dat de traditie stilletjes verdwijnt, heeft schaatsbond KNSB Schenk in 2013 gevraagd als ambassadeur. Er is een film geproduceerd die op YouTube te zien is: 'Schoonrijden met Ard Schenk'. Het streven is schoonrijden op de werelderfgoedlijst van Unesco te krijgen. Op dit moment staan er geen Nederlandse volksgebruiken op die lijst, maar minister Schippers van Sport is voornemens dit jaar voor het eerst een voordracht te doen.

Schenk beseft dat zijn langebaanzeges hebben bijgedragen aan de populariteit van het hardrijden in Nederland, maar hij voelt zich niet verantwoordelijk voor de teloorgang van het schoonrijden. Er zijn meer factoren die daartoe hebben bijgedragen, denkt hij. De belangrijkste is misschien wel het verdwijnen van koude winters.

Toch hoopt Schenk dat schoonrijden behouden blijft. Hij heeft respect gekregen voor de souplesse waarmee ervaren leeftijdgenoten ogenschijnlijk zonder inspanning van links naar rechts over het ijs glijden - alleen, in tweetallen of zelfs in grotere formaties. Ze maken optimaal gebruik van het verplaatsen van hun lichaamsgewicht, waardoor ze heel natuurlijk van de buitenkant van de schaats naar de binnenkant draaien.

Ard Schenk met drie gouden medailles tijdens de Olympische Spelen in Sapporo.Beeld anp

Techniek

Van die techniek kunnen jonge langebaanschaatsers nog veel leren, meent Schenk na een deskundige blik op de tientallen regionale talenten die in Hoorn rondjes van 400 meter schaatsen. 'Je ziet er veel rijden met het lichaamsgewicht tussen de schaatsen. Het is allemaal stampen, allemaal conditie. Je zou ze eigenlijk een paar uurtjes moeten laten schoonrijden. Dan krijgen ze gevoel voor de goede schaatsbeweging.'

Zelf leert Schenk elke sessie bij. 'Ard pikt het snel op', zegt trainster Mieke Peetoom. Maar hij heeft volgens haar moeite zijn 'front in de baan te houden'. De oud-kampioen weet precies wat zij met die kritiek bedoelt. Hij houdt zijn schouders niet stil genoeg tijdens het glijden, hij corrigeert zijn balans te veel met het bovenlijf.

Dat het nauw luistert bij schoonrijden ontdekte Schenk ook toen hij zich eens waagde aan een wedstrijdje. Het ging naar zijn idee niet slecht. Maar de beroemdste schoonrijder ter wereld werd niet eens in de uitslag opgenomen. Zijn reputatie woog niet op tegen zijn vergrijp. 'Ik was vergeten de jury voor mijn rondje te groeten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden