G-krachten, kou en crashen - bobben is verslavend

Team Nederland in Winterberg

Onder de spikes spat ijsgruis op. Dan springt Ivo de Bruin in de bob, gevolgd door Rudy Mensink, Igor Brink en Dennis Veenker. Vier mannen met een olympische droom. Een weekeind Winterberg leert dat er nog veel werk is te verzetten.

De mannen van de Nederlandse viermansbob trainen bij het hotel om de start te perfectioneren. Beeld Klaas Jan van der Weij

Ongewone taferelen in de besneeuwde achtertuin van hotel Zur Sonne in Winterberg, Sauerland. Drie gehelmde mannen geven elkaar high fives en een snelle boks. Ze staan naast een witte bobslee met oranje leeuwenkoppen, de ijzers nog gevangen in een lange metalen houder.

Dan slaken ze korte kreten, doen alsof ze het gevaarte van 212 kilo aanduwen, springen er beurtelings in, buigen het hoofd en blijven zo enkele seconden onbeweeglijk zitten. Uit de asgrijze lucht dwarrelt motsneeuw in een snijdend koude wind.

Ivo de Bruin, de piloot van de bob, heeft toegekeken. Hij is kritisch. 'Rudy, je moet je meer laten vallen. Je kont moet lager.' Het zogeheten laden, de remmers die in de slee springen, zal gesmeerder moeten verlopen, straks in de training op de Veltins EisArena, de bobbaan een kilometer westwaarts.

Hier, pal naast de vuilcontainers van het hotel, wordt mogelijk de weg geplaveid naar Pyeongchang, Zuid-Korea. Nu Edwin van Calker, lange tijd het gezicht van het Nederlandse bobben, is gestopt, probeert alleen nog het team van Ivo de Bruin (30) - hij woont in Calgary - zich te kwalificeren voor de Winterspelen van 2018. De vereiste is top-12 in de ranking van de Worldcup.

Remmers van dienst deze week zijn Rudy Mensink (26), Igor Brink (29) en Dennis Veenker (24). Na wedstrijden in Calgary en Vancouver staan ze zeventiende. In Winterberg, waar de Worldcup en de Europese kampioenschappen gelijk oplopen, wordt extra ervaring opgedaan. Sankt Möritz, Konigsee en Igls volgen nog.

Nog maar eens een sprong in de tuin. High five, boks, kreet. 'Whoo!' De Bruin: 'Igor, probeer je knieën ronder te houden. Zo maak je meer plaats voor Rudy.'

De leden van de viermansbob knutselen eindeloos om het materiaal zo optimaal mogelijk te krijgen. Beeld Klaas Jan van der Weij

Het waarom

Dennis: 'Ik wil vijf dingen bereiken. Vijf olympische ringen.'

Rudy: 'Het is de kick. Heb je wel eens in de achtbaan van Walibi gezeten? Stel je dat voor en dat dan keer twintig.'

Dennis: '150 kilometer per uur in Whistler.'

Rudy: 'Het is telkens stappen maken. Fysiek sterker worden. Wat kan er nog beter?'

Igor: 'Het is ook het wereldje. Ik heb er vrienden over de hele wereld aan over gehouden.'

Rudy: 'Iedereen helpt elkaar. Het is een soort familie.'

Dennis: 'Je moet er veel voor opzij zetten. Van studeren komt voorlopig weinig. Er is weinig geld. Nu zitten we in een hotel, maar meestal huren we een appartement en koken we zelf. Vliegen doen we voor eigen rekening.'

Rudy: 'Je moet er wel tegen kunnen. Uren schuren aan de ijzers. Tientallen keren per dag die zware slee optillen. Tegen de kou kunnen.'

Dennis: 'In Lake Placid was de gevoelstemperatuur min 36.'

Ivo: 'Pyeongchang is het hoogst haalbare. Kwalificatie wordt lastig. Er zijn wel 15 teams die een kans maken. Je hebt eigenlijk een budget van 1,5 ton nodig om mee te kunnen doen voor de hoogste plaatsen. We concurreren met teams die een coach betalen, een mecanicien, fysiotherapeuten. NOC*NSF heeft de financiering stopgezet en de bijdrage van de bond loopt af. We hebben 45 duizend euro tot onze beschikking, we hebben sponsors gevonden. Als ik realistisch ben, is de kans op Zuid-Korea 20 procent. Het materiaal is goed, als piloot heb ik genoeg ervaring. Maar de remmers zijn er nog niet. We komen in starttijd nog twee- tot drietiende tekort bij de topteams. Dat is veel.'

Het zeil klappert in de wind. De bob is in een tent geschoven. Die staat pal naast Zur Sonne. Een gereedschapskist is opengeklapt. Rudy, Igor en Dennis zijn bezig nieuwe voetsteunen in de kuip van kevlar te monteren. Uit een isolatiematje knippen ze stukjes vulling om die op het metaal te plakken. Ze nemen weer plaats. Beter, zo? Beter!

De entree

Igor: 'Ik zat op atletiek. Sprint en hordenlopen. Edwin van Calker had me gezien. Hij vroeg of ik zin had om een keer mee te trainen. In Harderwijk is een startbaan. Mijn postuur, mijn lange pas, snelheid en explosiviteit moeten hem zijn opgevallen. Mijn eerste afdaling was in 2011, in Igls. Ik had geen flauw idee waar ik me bevond. De kick kwam pas later.'

Dennis: 'Ik was achtste geworden met het polsstokhoogspringen op het NK. Een oud-remmer vroeg of ik een keer mee ging naar Harderwijk. Mijn eerste run op het ijs, in 2015, was geen pretje. Ik had overal pijn. Pas na een paar keer dacht ik: dit is ontzettend vet.'

Rudy: 'Ik voetbalde bij Lac Frisia in Leeuwarden. Voor mijn stage als sportleraar kwam ik terecht bij de broer van Edwin van Calker. Die vroeg of ik het niet eens wilde proberen. Tot dan dacht ik: bobbers zijn knettergek. In 2015 ging ik voor het eerst naar beneden, in Königsee. Dat was heftig.'

De Nederlandse viermansbob tijdens de tweede run van de training. Beeld Klaas Jan van der Weij

Ivo: 'Ik was discuswerper, Nederlands kampioen bij de junioren. Timothy Beck, een sprinter die ook bobde, nodigde me uit. In 2006 ben ik op voor de lol meegegaan naar de baan van Cesana in Turijn. Alles deed zeer, het was koud en ik was best angstig. De dagen daarop begon ik het wel leuk te vinden. Toen mijn piloot Vincent Kortbeek stopte, ben ik zelf gaan sturen.'

Als uitgestalde vissen liggen tientallen bobs naast elkaar onder de overkapping bij het starthuis van de Veltins EisArena, de glanzende buiken naar boven gekeerd. De slee van de Nederlanders gaat nog schuil onder een doek met het rood wit blauw. Hooguit 630 kilo mag de combinatie wegen, slee met de bemanning. Het zijn dan ook mannetjesputters, de bobbers. De Nederlanders wegen ruwweg 100 kilo de man, Rudy en Dennis tikken twee meter in de lengte aan. Massa is kassa, zeggen ze.

Ivo de Bruin loopt voor de eerste trainingsrun naar beneden, de baan langs. Tom de la Hunty gaat mee. De Brit was de coach van Edwin van Calker en Esmé Kamphuis, die met Judith Vis vierde werd in de tweemansbob in Sotsji. Hij is net gestopt als bondscoach van Canada. Samen nemen ze de bochten door. In de acht stuurde De Bruin gisteren iets te laat in, in de elf zat hij te hoog, waardoor hij beroerd uitkwam in de dertien.

De La Hunty coacht nu gratis, bij wijze van vriendendienst. 'Het is zo jammer dat de steun is gestopt. Jullie hebben uitstekende atleten als Bror van der Zijde bij de mannen en Sanne Dekker en Jennifer Onasanya bij de vrouwen. Maar ze zitten bij teams in Zwitserland en Oostenrijk. Daar worden ze wel betaald.'

De rolverdeling

Ivo: 'Wie het snelst start, heeft bijna altijd de snelste eindtijd.'

Dennis: 'Eénhonderste winst boven is zo'n beetje driehonderdste beneden.'

Rudy: 'Eenmaal onderweg kun je als remmer niet veel meer doen. Maar passief is het niet. Je zit met alle spieren strak aangespannen. Je moet één zijn met de slee.'

Dennis: 'Je krijgt wel G-krachten te verwerken, 4 of 5. In Lake Placid zelfs 6.

Igor: 'Daar ging ik bijna over mijn nek.'

Ivo: 'Ik voel me verantwoordelijk. De jongens weten dat het mis kan gaan. Maar ze vertrouwen me. Het kan niet anders. We zijn een team. Als het inspringen niet goed gaat, geven we ook niet één iemand de schuld.'

De slee van het bobteam Nederland ligt op de zijkant. De remmers schuiven het projectiel door een sleuf richting de start. Weer die high fives. 'Focus!' Directeur Wim Noorman van het Venlose bedrijf Eurotech, dat bobs bouwt, staat achter het hek. Hij heeft de slee aan de Nederlanders beschikbaar gesteld. 'Kom op! Serieus! Kom op!'

Ze vertrekken. Onder de roffelende spikes spat ijsgruis op. Eerst springt Ivo erin, gevolgd door Rudy, Igor en Dennis. Noorman reageert opgetogen. 'Beter! Vloeiender dan gisteren. Goed geladen.'

De bob glijdt na een knik in de baan uit het zicht. Onderweg wachten vijftien bochten in 1.600 meter. Binnen één minuut zullen ze beneden zijn. Het is intussen harder gaan sneeuwen.

De mannen werken constant in een tent aan het hotel om de bob zo optimaal mogelijk te krijgen. Beeld Klaas Jan van der Weij

De angst

Rudy: 'Angst is het niet. Een gezonde spanning, eerder.'

Dennis: 'Als je niks voelt, is dat niet goed.'

Igor: 'Je merkt het in de kleedkamers. Bij moeilijke banen is het vaak wat stiller. Lake Placid, Whistler, Altenberg.'

Dennis: 'Hier is het wat vrolijker. Winterberg is makkelijk. Maar het is niet makkelijk om de snelste te zijn.'

Igor: 'Ik ben vier keer gecrasht. Ik heb een keer drie gekneusde ribben opgelopen.'

Dennis: 'In Calgary had ik een lichte hersenschudding.'

Rudy: 'Die crash gaat een keer komen.'

Ivo: 'Ik ben denk ik wel 50 keer gecrasht. Het overkomt me steeds minder. Het is geen angst, de ene baan ligt me beter dan de ander. Lake Placid is niet eenvoudig, maar ik voel me er op mijn gemak. Alles is goed geregeld, de mensen zijn vriendelijk. Dat geeft rust.'

Bijna ongemerkt heeft de schemer de grijze dag opgeslokt. Langs de baan zijn de lichten ontstoken. De Nederlanders verwisselen na terugkeer boven de ijzers. Kijken of dat effect heeft, bij de tweede run. De Bruin moppert wat op zichzelf. 'Kleine stuurfoutjes. We gleden te veel opzij.' Trainer De La Hunty tilt er niet zo zwaar aan. 'Het sneeuwt. Je ziet niet goed waar de bochten beginnen.'

'Next: team Ivo de Broin.' Ze duiken na een uur kleumen weer de donkerte van het dal in. Bobbouwer Noorman: 'Deze is minder. Rudy liet zich niet vallen.'

De wedstrijd

Ivo, zondagavond: '24ste. Een beetje teleurstellend. We moeten harder duwen. We hebben meer power nodig. Daar werken we keihard aan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.