Interview Frank Kramer

Frank Kramer over de afsluiting van zijn carrière bij Eurosport: ‘Het idee om de hele uitzending vol te lullen met flauwekul broeide al een tijdje’

Oud-voetballer en commentator Frank Kramer op de club bij FC Volendam. Beeld Ivo van der Bent

Frank Kramer ( 71 ) praatte tijdens zijn laatste wedstrijd als voetbalcommentator bij Eurosport over werkelijk álles, behalve over het duel. Zo sloot hij een lange, wonderlijke carrière af, die begon óp het veld. V blikt met hem terug.

Frank Kramer gaf de geluidsman een hand, wenste hem het allerbeste en liep voor de laatste keer het gebouw uit, de nacht in. Dat was het dan, het einde van bijna 25 jaar bij Eurosport. Hij reed naar huis en ging om zes uur ’s ochtends in bed liggen. Voordat hij in slaap viel, keek hij nog even op zijn telefoon: geen berichten.

De geluidstechnicus, de enige andere aanwezige persoon die nacht, had niets doorgehad. Vooraf had hij een soundcheck gedaan, maar tijdens de wedstrijd Atlanta United – Portland Timbers, de finale van de Amerikaanse voetbalcompetitie, was het hem niet opgevallen dat Kramer geen woord over het spel had gezegd.

Negentig minuten lang had Kramer (71) verhalen verteld over zijn verleden als voetballer, over de vriendschap tussen Frank Sinatra en John F. Kennedy, over klimaatverandering. Ook had hij een gedicht van Willem Wilmink voorgedragen en wat beleggingstips gegeven. Toen hij door zijn onderwerpen heen was, las hij iets voor uit de krant. 

Zondagmiddag werd Kramer om twee uur wakker en ging hij wandelen door het Amsterdamse Bos. Toen hij weer thuis was, om vijf uur, zette hij pas zijn telefoon aan, waarna het ding zowat ontplofte. Talloze berichtjes had hij, van vrienden die hem berichten van Twitter hadden doorgestuurd; zelf heeft hij geen sociale media.

Frank Kramer was, zo bleek, de held van de dag. ‘Dat gaf me een prettig gevoel’, zegt hij aan zijn eettafel enkele weken later. ‘Dat ik iets had gedaan waar de mensen toch een beetje vreugde uit hadden gehaald.’

Kramer heeft gebak gehaald. ‘Heb je zin in een moorkop of zoiets?’, sms’te hij vooraf. De thee wordt geschonken uit een fluitketel die zeker vier decennia oud is. Zoals eigenlijk alles in dit appartement in Amsterdam Oud-Zuid decennia oud is. Hij huurt hier al 50 jaar. Voor 450 euro per maand. In al die jaren heeft hij zijn huisbaas nooit om iets gevraagd. Het beigegrijze hoogpolige tapijt ziet eruit alsof het in al die jaren nooit is vervangen.

‘Ze waren me helemaal vergeten hier’, zegt hij over zijn huisbaas. ‘Maar de benedenburen zijn een rechtszaak tegen me gestart, omdat ze me haten. De zaak draait om de vraag of ik te vaak bij mijn partner in Amstelveen ben. Als ik verlies, verkopen ze de boel hier meteen voor een half miljoen natuurlijk.’

Dat zou dan de eerste keer in zijn volwassen leven zijn dat hij gaat samenwonen, wat hij natuurlijk niet wil. ‘Hopen dat dat goed gaat. Ja, ik ben nogal een einzelgänger.’ Morgen gaat hij op vakantie. Thailand, al had dat van hem niet gehoeven. ‘Ik doe het voor mijn partner. Ik ga zelf liever naar Drenthe of Limburg. Beetje fietsen en wandelen.’

‘Ik ben nogal een einzelgänger.’ Beeld Ivo van der Bent

We hebben afgesproken terug te blikken op de lange bochtige carrière die hij onlangs zo memorabel afsloot. Kramer was in de jaren zestig en zeventig profvoetballer, een eigenzinnige en grillige linksbuiten, onder meer bij MVV, Telstar en FC Volendam, bij het publiek geliefd om zijn onnavolgbare acties en eigenaardige gedrag. 

Na de laatste wedstrijd van het seizoen ’75/’76 deelde hij bij Telstar stencils uit op de tribune: hij bedankte het publiek voor het begrip bij al zijn doelpo­gin­gen waarbij de bal vaak op het IJ­mui­der­strand belandde. Op het veld verscheen hij soms met twee verschillende sokken. ‘Het gekke is’, zei hij dan, ‘thuis heb ik nog zo’n paar.’

Toen hij nog bij MVV voetbalde en op zondag na de wedstrijd uit Maastricht met de trein terug naar Amsterdam ging, stopte hij rond zeven uur weleens op een willekeurig station. Dan liep hij een voortuin in en begon door het raam Studio Sport te kijken, in de hoop een glimp van zichzelf op te vangen. 

Met de gelegenheidsband Full House, samengesteld door Ron Brandsteder, scoorde hij in 1976 een nummer-1-hit met Standing On the Inside, een Neil Sedaka-cover. Op de plaat had hij niets ingezongen trouwens, hij playbackte bij optredens. Maat houden kon hij niet, dus de dansjes zagen er nogal grappig uit. 

Door zijn status als cultvoetballer rolde hij de tv-wereld in. Hij presenteerde Avro’s Sportpanorama, waar hij met een conflict wegging. Daarna mocht hij bij de KRO Willem Ruis vervangen met De Frank Kramer Show, een spelletjesprogramma waarin weddenschappen werden afgesloten en prijzen konden worden gewonnen. Hoewel het programma drie seizoenen liep, was het geen doorslaand succes. 

Later presenteerde Kramer nog jarenlang de quizzen Hints en BoggleIn 1994 ging hij aan de slag bij Eurosport, waar hij bekend kwam te staan om zijn laconieke, licht ironische commentaar en wijdlopige verhalen. Hij praatte Eurogoals, de compilatie van de mooiste doelpunten uit de Europese competities, aan elkaar en was onder meer de vaste commentator van de Afrika Cup. 

De laatste tijd deed hij alleen nog Amerikaans voetbal. En toen Eurosport daarmee stopte, stopte de zender ook met hem. Zo stilletjes wilde hij zijn afscheid niet voorbij laten gaan.

Hoe is het om even een hype te zijn?

‘Ik ben de hele dag bezig geweest met telefoontjes van de media. Voetbal Inside, De Wereld Draait Door, Pauw, Twan Huys, die me persoonlijk belde of ik in RTL Late Night wilde komen. Ik zei tegen die programma’s: ik ga eerst naar VI. En toen waren ze niet meer geïnteresseerd. Het ging ze blijkbaar allemaal om de primeur, niet om de inhoud. Een paar kranten belden nog voor een interviewtje. Een aantal columnisten had een stukje eraan gewijd. Dus ja, de opzet was geslaagd.’

Eurosport bood publiekelijk excuses aan voor uw optreden. Heeft de zender verder iets laten horen?

‘Eurosport heeft zich natuurlijk dramatisch slecht opgesteld. Als ik had gezien dat de reacties allemaal positief zijn, dan had ik het volgende bericht geschreven: ‘We hebben deze kwestie met belangstelling gevolgd en hebben er smakelijk om kunnen lachen. We gunnen het Frank dat hij op een unieke manier afscheid heeft genomen. Maar het is geen vrijbrief voor een volgende commentator.’ Punt. Een excuus aanbieden voor iets ludieks – hou op.’

Maar niemand van Eurosport belde u de volgende dag?

‘Nee.’

Dat is toch raar?

‘Nou, ik heb een gesprek gehad met een chef en een producent. Ze zeiden dat de zender ophield met Amerikaans voetbal, het enige wat ik nog deed. En dat daardoor onze samenwerking ook zou ophouden. Toen heb ik, op een nette manier, eerlijk gezegd wat ik van die mensen vond, en dat was niet geweldig. Daarmee was de kous af.’

En wat vond u precies van hen?

‘In de vijftien jaar dat ik de laatste twee chefs bij Eurosport heb meegemaakt heb ik ze nog nooit gesproken over het werk. Nooit. Maar ik merkte wel dat er wat veranderde: ik mocht geen Duits voetbal meer doen, geen Frans voetbal, geen internationaal jeugdvoetbal. Dat vond ik niet erg, maar ik vond het wel irritant dat nooit iemand tegen me zei waarom dat nou was.’

En u vroeg ook niet waarom?

‘Nee. Ik was wel beledigd, omdat ik me niet gezien voelde. Maar als je 60 of 65 bent dan ga je niet naar de baas toe om te zeggen dat je meer werk wilt. Op een gegeven moment ging ik elke week tijdens de wedstrijd mijn eigen rubriekjes doen: beurs, klimaat, politiek. En daar hoorde ik ook niks van. Toen broeide langzaam maar zeker het idee om eens een hele uitzending vol te lullen met dit soort flauwekul.’

‘Ik was beledigd, omdat ik me niet gezien voelde.’ Beeld Ivo van der Bent

Hoe lang van tevoren wist u dat die wedstrijd de laatste was?

‘Vier dagen van tevoren. Zoiets. Maar ik vermoedde het al langer. Tijdens het gesprek wist ik al dat ik mijn afscheid zo zou doen.’

Uw oud-collega Jurriaan van Wessem, die u ooit naar Eurosport heeft gehaald, zei dat uw afscheid veelzeggend is voor de huidige stand van het voetbalcommentaar. Dat humor plaats heeft gemaakt voor zakelijkheid.

‘Daar kan ik geen oordeel over vellen, ik luisterde nooit naar mijn collega’s. En zij niet naar mij. Misschien is dat wel mijn redding geweest, anders hadden ze me veel eerder ontslagen. Ik heb altijd bewondering gehad voor de commentatoren van de NOS, omdat elk woord gewogen wordt door duizenden mensen. Daar had ik geen last van. Als voetballer was ik wisselvallig en als commentator ook. Als je een bandje zou maken van alle fouten die ik heb gemaakt, heb je uren plezier.’

Van Wessem zei ook dat u soms niet eens de opstelling wist.

‘Nee. Ik kwam daar in ’94, toen was er nog nauwelijks internet. Vaak hadden we geen opstelling gekregen. Dan hadden we een paar trucjes. Stel je moet een wedstrijd van Oman becommentariëren. Je kon de ambassade van Oman bellen. Of je belde een Omaans restaurant in Amsterdam. Of een hotel in Oman. Maar soms hielp dat ook niet. Wij gingen uit van het standpunt: kennen wij ze niet, dan kent het publiek ze ook niet. Als ik bij Ivoorkust riep dat Coulibaly aan de bal was en het bleek later Traore te zijn, tja, dat viel bijna niemand op.’

Werd u dan niet zenuwachtig?

‘Nee. Ik kan het spelletje lezen. Of putten uit mijn voetbalverleden.’

NOS-collega Philip Kooke, met wie u ook bij Eurosport werkte, zei dat u uniek bent omdat u commentaar geeft alsof u zelf meedoet aan de wedstrijd.

‘Is dat zo? Als ik op mijn best was, dan voelde dat wel zo, ja. Een mooi gevoel is als je als commentator controle hebt over de wedstrijd. Dat je al weet waar de bal naartoe gaat, dat je alles doorziet. Sommige commentatoren maken zich ondergeschikt aan het spel. Daar had ik niet zo veel last van.’

Vond u het leuk, elke keer de Afrika Cup doen?

‘Mensen denken altijd dat ik dat vervelend vond. Ik vond het geweldig. Ten eerste zaten we in Parijs, het hoofdkantoor van Eurosport destijds. De mooiste stad van de wereld. Dan ging je even werken, drie à vier uurtjes maximaal en dan was je de hele dag vrij. Nou, als een kind zo blij. Ik word bovendien net zo opgewonden van de wedstrijd Oman-Syrië als Barcelona-Real Madrid. Voetbal is voetbal.’

Zijn bepaalde wedstrijden u dierbaar?

‘Nou ja, een hoogtepunt was een wedstrijd tussen Australië en Iran, een kwalificatie voor het WK van 1998. De eerste wedstrijd was geëindigd in 1-1. De tweede wedstrijd stond 2-0, met nog 20 minuten te spelen, Australië speelde Iran helemaal van de mat. Als Iran het toch nog voor elkaar krijgt om er twee te scoren, zei ik, dan mag u op mijn kosten naar het pretpark. Wat denk je? Ze maken 2-2, vlak voor tijd, geheel tegen de verhouding in. Een man of 150 hebben zich gemeld bij Eurosport. Die hebben we keurig mee naar Duinrell genomen.’

En Eurosport heeft betaald?

‘Nou, ik heb het zeker niet betaald.’

U heeft ook weleens gehad dat de verbinding wegviel toch?

‘Dat gebeurde herhaaldelijk. We hadden eens een wedstrijd van de Afrika Cup, geen idee meer wie tegen wie. Het was een gelijkspel, dus we gingen verlengen, twee keer een kwartier en daarna penalty’s. Op het moment dat de eerste speler zijn aanloop nam, viel de verbinding weg. De zender had maar voor twee uur de satelliet gereserveerd. Het beeld was zwart en ik moest doorpraten. Je hoopte maar dat ze naar reclame gingen, want dan was jij van het gezeik af.’

De laatste wedstrijd bij Eurosport was niet de eerste keer dat Kramer met een stunt afscheid nam. In zijn laatste uitzending als presentator van Avro’s Sportpanorama zei hij: ‘Dan zult u denken, wat doet die Kramer opeens officieel? Kijk, dames en heren, als ik het nou op deze manier had gedaan, had ik het werkelijk tot mijn pensioen vol kunnen houden.’

Daarop zette de leiding snel de eindtune in. Het was wraak, zegt Kramer, omdat de Avro tegen de pers had gezegd dat hij was ontslagen, terwijl hij op eigen initiatief vertrok. Hij is niet trots op die actie. ‘Ik hou niet van dramatisch afscheid nemen. We hebben allemaal Toine van Peperstraten gezien. En andere voorbeelden. Ik doe het liever ludiek.’

Het presenteren kon hem maar matig interesseren, hij was niet onder de indruk van de glamour van het tv-wereldje. De Frank Kramer Show kwam te snel, zegt hij nu. ‘Ik begreep niet dat je je moet inleven in die kandidaten en de spanning moet opbouwen. Wat zitten ze nou opgewonden te doen over een wasmachine, dacht ik dan.’

‘Ik kan het spelletje lezen.’ Beeld Ivo van der Bent

U geeft niet om mooie spullen?

‘Nee. Ik heb altijd een bescheiden bestaan gehad.’

Wat vindt u belangrijk in het leven?

‘Nou ja, gezondheid en een beetje geld. Ik leef bij de gratie van zweten. Dat vind ik het mooiste wat er is. Fietsen, wandelen, bewegen. Ik kan geen grote vreugde putten uit een mooi boek of een serie. Dat gevoel krijg ik wel als ik wel als ik 40 kilometer fiets. Of een berg beklim.’

U doet ook nog steeds walking football in Volendam toch?

‘Ja! Dat is genant natuurlijk, want dat zijn allemaal bejaarden. Er is altijd ruzie, want je mag dus niet rennen. We spelen in het stadion van Volendam en je hebt dan even het gevoel dat je nog mee kunt in het huidige voetbal. De mooiste tijd van je leven was natuurlijk toen je voetbalde. Er bestaat niets mooiers.’

Wat voor voetballer was u?

‘Een wisselvallige linksbuiten. Onnavolgbaar. Sommige mensen zeiden over me: één op vier. Eén goede wedstrijd tegenover vier slechte. Zoiets. Ik was alleen goed als ik tegen Ajax, Feyenoord en PSV speelde. Tegen NEC en NAC gaf ik niet thuis.’

Jurriaan van Wessem zei dat de mensen voor u naar het stadion kwamen. Als Frank speelde, zei hij, dan gebeurde er wat.

‘Dat was wel zo. Wat de mensen leuk vonden, was de onbevangenheid. Ik ging mijn eigen gang. Dat was ook weleens vervelend voor teamgenoten, die wisten nooit wanneer ik de bal afgaf. Ik zei altijd: ik pass de bal pas als ik moe ben.’

‘Ik heb altijd een bescheiden bestaan gehad.’ Beeld Ivo van der Bent

Dick de Boer, met wie u bij Volendam speelde, zei dat u de top van de Eredivisie had kunnen halen, met een andere mentaliteit.

‘Ik zeg altijd: wat er uitgekomen is, is precies goed.’

U kon ooit naar Ajax.

‘Ajax begon destijds jonge talenten aan te trekken. Ik was 17 en kon met mijn broer bij Ajax komen. We gingen langs bij Rinus Michels thuis. Ik vroeg hem: ‘Hoe vaak traint u?’ Twee keer per dag, zei hij. ‘Maar meneer Michels, dat is veel te vaak, dat red ik niet.’ Toen zei hij: ‘Je zoekt het maar uit. Het contract ligt bij De Meer. Morgen kun je tekenen. En als je er niet bent, dan niet.’’

U heeft er geen spijt van?

‘Nee. Ik heb nooit wat verdiend met het voetballen, maar het was de gelukkigste periode uit mijn leven. Toen verdiende ik 3.000 gulden per jaar. Tijdens onderhandelingen stond er groot op mijn voorhoofd geschreven ‘Ik wil graag voetballen’. Dat was geen goede uitgangspositie.’

U heeft een enorme reeks baantjes gehad. Hitzanger, voetballer, tv-presentator, commentator, steward bij Lufthansa, leraar Duits, pakketbezorger, mental coach.

‘Als je twee wedstrijden per week becommentarieert, heb je een hoop vrije tijd. Dan is het wel lekker om bezig te blijven. Ik breng momenteel auto’s weg voor leasemaatschappijen door heel Nederland. Die moeten bijvoorbeeld opgehaald worden in Zwolle. Daar ga ik met de trein heen en dan rij ik naar Almere. Vind ik leuk. Ik verdien haast niets, 9 euro bruto per uur. Het is een instelling voor bejaarden.’

Hoopt u nog op een klusje of een aanbieding?

‘Daar moet ik nog eens over nadenken. Ik kan me niet voorstellen dat als je 25 jaar geen aanbieding hebt gehad, het nu opeens storm gaat lopen. Maar ik zal een eventueel aanbod met veel plezier afwegen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.