Fraaie zege op Zweden bleek een lege huls: Oranje mist definitief het WK in 2018

Op het gedroomde schuttersfeest van Oranje regende het losse flodders en bleek de op zich fraaie zege tegen Zweden (2-0) een lege huls. Een veelbewogen, deprimerende kwalificatiereeks kwam dinsdag tot een einde met die ene, melancholisch stemmende zekerheid: het WK voetbal in Rusland voltrekt zich in 2018 zonder Nederland, de nummer 2 van 2010 en 3 van 2014.

Arjen Robben. Aanvoerder van Oranje. Foto anp

De pruttelende Oranje Machine gaat voor jaren in de revisie. Ronduit irritant is dat, hoe grauw het gelaat van het Nederlandse voetbal ook is, het missen van de play-offs in november is onnodig. Zweden plaatste zich dankzij het betere doelsaldo als nummer twee van de groep voor het extraatje.

Frankrijk was het sterkste land in de groepsfase, daaraan hoeft niemand te twijfelen. Oranje verloor te gemakkelijk punten in tien duels, had te veel moeite met scoren, had door blessures en ander ongemak nooit een vaste ploeg, leed onder kwaliteitsverlies en organisatorische chaos bij de KNVB en zag zich genoodzaakt bondscoach Blind te ontslaan. Dick Advocaat pakte twaalf punten uit vijf duels, vijf meer dan Blind, die ook deelname aan het EK van 2016 verprutste nadat hij het van de ook al falende Guus Hiddink had overgenomen.

Advocaat valt te verwijten dat hij te weinig aandacht schonk aan het doelsaldo. Bovendien bleef hij maar geloven in Vincent Janssen, die voetbalt met het ritme van een hoekige danser op zijn eerste tangoles. Zijn kansloze optreden riep verlangen op naar het recente verleden, met een keuze uit luxe tussen Huntelaar en Van Persie.

Oranje deed aandoenlijk zijn best en won van Zweden, met aanvoerder Arjen Robben als akela van de welpentroep. Het was soms Robben tegen de rest in een stadion dat even vibreerde, omdat de 2-0 na veertig minuten weer een microgram perspectief bood, al is 2-0 lang geen 7-0.

De ploeg liet zich in mentaal opzicht van zijn beste kant zien, gezien de onmogelijke opgave. Ook het spelsysteem deugde, met Tete en Aké als aanvallende vleugelverdedigers en Daley Blind als stuwende, passende controleur op het middenveld. Die drang naar voren, de poging om zo snel mogelijk een doelpunt te maken, om diep te spelen in plaats van breed, om de bal meteen te willen afpakken van de tegenstander, ontbrak te vaak in voorgaande duels.

Arjen Robben. Foto anp

Het is best sneu, het missen van het WK. Nederlanders kunnen, ondanks de magere kwaliteit van tegenwoordig, nog altijd iets beter voetballen dan Zweden. Dat bleek in Solna, waar het onnodig 1-1 bleef, en dat bleek opnieuw in Amsterdam, al zullen de Scandinaviërs zich zeker hebben gewaand. Zelfs in tijden van crisis is Nederland trouwens beter dan het gros van de Europese landen. Maar waar al die naties beseffen dat teamverband het halve werk is in een voetbalwereld waar grote individuen schaars zijn, tolde Oranje als een ongeleid projectiel door de spelonken van Europa.

Nederland haalde niets tegen Frankrijk, behalve een vracht tegendoelpunten. Oranje maakte zich belachelijk in Bulgarije door de tegenstander verkeerd in te schatten en veronachtzaamde het doelsaldo, door de FIFA als belangrijker ingeschaald dan het onderlinge resultaat.

Zo was het toch een leuke avond, ondanks de teleurstelling die geen vat krijgt op menig lallende Oranjesupporter. Die is een blijmoedig mens. Na een kwartier veerde het volk op, na een Zweedse handsbal en de totaal mislukte 'Panenka' van Robben, die op vreemde wijze toch in het doel verdween. Nog zes, was de gedachte. Nog vijf kwartier. Maar natuurlijk was de inhaalrace een illusie, al hadden Wijnaldum en Tete 2-0 en 3-0 moeten maken. Robben scoorde in minuut 40 met een weergaloos schot. Het greintje geloof in het wonder dat oplaaide, verdween weer na rust, toen de 3-0 uitbleef.

Arjen Robben tekent voor de 1-0 tegen de Zweden. Foto anp

In de cijfers van de mislukte kwalificatie zit het verhaal. Twee bondscoaches en een stoet assistenten gebruikten 39 spelers, onder wie drie doelmannen. Er waren vier aanvoerders. Wat eigenlijk het meest zei over de neergang: alle debutanten, of ze nu Karsdorp, Hoedt, De Ligt, Fosu-Mensah of De Roon heetten, waren verdedigers of middenvelders, nooit aanvallers. En daarnaar snakt het Nederlandse voetbal. Naar nieuwe, verse, frisse, scorende aanvallers. Opvolgers van een man als Robben, die strompelend het einde haalde, als teken van symboliek. Hevig bejubeld, dat ook, als ode aan zijn loopbaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.