Foto

Links twee ramen waarvan er één openstaat. Op de achtergrond een buffetkast met achter de glazen deurtjes flessen. Rechts een deel van een schouw waarop twee halfvolle flessen wijn en een vaas....

Op de voorgrond een houten tafel, model keuken. Links een primitieve bank, rechts een stoel, model kerk, met een rieten zitting, waartegen een racefiets leunt. Een plompe, beslijkte fiets met aan het stuur twee ijzeren drinkbussen, met dikke banden en zonder versnellingsapparaat.

Op de tafel een plat bord, een diep bord, een mes, een karaf, een halfvol glas wijn, een doek en een rond voorwerp dat veel van een kool weg heeft. (Het is in de dagen dat renners tegen de zon koolbladeren in hun nek legden.)

Op de bank een renner. Hij eet soep uit het diepe bord en brengt net een lepel naar zijn mond. Zijn gezicht en handen verraden een zonnige Tour, zijn over elkaar geslagen benen verraden een modderig parkoers. Zijn broek lubbert, zijn trui is gebreid met grove pennen. Twee tubes hangen om zijn schouders. Op zijn hoofd rusten een witte pet en een stofbril.

Door het geopende raam kijkt een bruinverbrand gezicht naar binnen, recht in de camera. Een supporter? De kok van de soep? Of gewoon een nieuwsgierige dorpsbewoner?

De foto is in zwartwit en van een eeuwige schoonheid. De fotograaf is onbekend, het jaar 1922, het interieur verraadt een Frans plattelandscafé, en de etende renner is de Fransman Robert Jacquinot, die dat jaar twee etappes in de Tour won, in Le Havre en Brest. (Parijs haalde hij niet, zoals hij ook in 1919, 1920, 1921, 1924 en 1925 Parijs niet haalde.)

Kom als tegenwoordige wielerfotograaf eens om zo'n Heijermans-scène! Of als wielerjournalist om een verrukkelijk dialoogje als het volgende:

Pierre Brambilla, die na de verloren Tour 1947 zijn fiets - met houten velgen - in zijn tuin heeft begraven: 'Misschien groeien er wel populieren uit.' De reactie van een (helaas onbekende) collega: 'Gelukkig maar dat je je drinkbus niet hebt begraven, anders had je nu een apotheek in je tuin.'

Tien jaar geleden, 23 juli 1987: 'Omdat het peloton de dag rustig inzette - Hermans kon zelfs als eerste boven komen op de Cormet de Rosselend - sprak Chozas na zeventig kilometer zijn specialiteit aan: de lange solo.'

Frans van Schoonderwalt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden