NieuwsWereldrecord Fleur Jong

Fleur Jong met kortere blades sneller dan haar grote voorbeeld

Ze is de nieuwe Blade Babe van Nederland. Fleur Jong (24) sprintend en springend op twee sportprotheses, verbrak zaterdag in Leverkusen het wereldrecord op de 100 meter van Marlou van Rhijn.

Fleur de Jong. Beeld BSR Agency

Paralympiër Jong was op haar twee blades – ze mist sinds haar zestiende en twee operaties beide onderbenen – eenhonderdste van een seconde sneller dan Van Rhijn in 2012: 12,78 om 12,79 seconden. De rugwind was 1,0 meter per seconde. De wedstrijd in Duitsland had status en er was dopingcontrole. Ze had de wedstrijd in deze tamelijk competitiearme zomer speciaal uitgezocht, want niet alle toptijden worden zomaar als wereldrecord erkend.

Jong, genietend van een vrije week: ‘Ik liep eerder al 12,73 en 12,77. Dus ik had die beste tijd al. Maar het was niet officieel. Nu wel. Ik heb nog een kans de tijd aan te scherpen, bij het ONK (Open Nederlandse kampioenschappen, red.) eind september in Tilburg. Dan is er ook dopingcontrole.’

Het lange meisje uit de Beemster, nu woonachtig te Amsterdam, kent een bijzondere levensgeschiedenis. Bijzonder staat voor zwaar en extra zwaar. Jong verloor in 2012, op zestienjarige leeftijd, door een bacteriële infectie acht halve vingers en, na een operatieve ingreep, haar twee onderbenen. ‘De bacterie wordt overgedragen gelijk een griep. Het was geen val, geen wond, geen overblijfsel van een verre reis’, vertelde ze in 2015 aan de Volkskrant.

In 2018 ging ze opnieuw onder het mes. Jong, als danseres een ware spring in het veld, had een sportieve carrière gevonden. Ze was warm gemaakt door Marlou van Rhijn en Bibian Mentel, nam deel aan de Paralympische Spelen van Rio (2016), maar bleef last houden van haar linkerstomp. ‘Het bot was bij de amputatie wat kartelig afgezaagd. Het bleef maar irriteren. Mijn prothesemaker Frank Jol heeft alles geprobeerd, maar het wilde niet.’

De operatie verliep goed, er werd 2,5 centimeter van het been gehaald, maar in de nazorg ging het mis. ‘Door een vacuümpomp werd het linkerbeen dikker en dikker. Vervolgens ging er gips om en stierf ik twee dagen achter elkaar van de pijn. Toen het gips eraf ging, lag de hele wond open. Ik lag een maand in het ziekenhuis. Maar de wond heelde nog steeds niet.’

Klein wonder

Er geschiedde een klein wonder, toen Jong viel en haar stomp volledig openhaalde. ‘Het bloedde mega-erg. Ik dacht: dit was het. Het was mijn laatste strohalm, om ook weer gewoon te lopen. Maar het gevolg was dat de wond binnen een week dicht was.’

Zo kon in januari 2019 haar revalidatie op de atletiekbaan beginnen, die van het Olympisch Stadion te Amsterdam, onder leiding van de uit Papendal vertrokken coach Guido Bonsen. Het werd een onverwacht succes. Hij kreeg Jong zo ver dat ze naast die 100 meter rechtuit – de 200 is van het paralympische programma geschrapt - ook eens ging verspringen.

Hij: ‘Ik zag in training meteen dat zij de zes meter aankon. Verder dan wie dan ook in haar tak van sport.’ Zij: ‘Het was vorige zomer in Polen voor een Grand Prix. We hadden wat uurtjes over voor de terugvlucht en toen heb ik, na lang aarzelen, een paar sprongetjes geprobeerd. Guido zei: doe dit nog eens. Je doet hetzelfde als een normale verspringer. De blades glijden wat door, een soort ski-effect. Maar die veren kunnen het aan.’

Verspringen werd van toen haar hoofdnummer. Ze kwam tot een wereldrecord van 5.21 meter, maar heeft ook al 6.14 achter de naam staan. De gedeelde concentratie, ver en hard, deed haar meer dan goed. ‘Ik train maar één keer per week echt op ver. Het is heel belastend. Maar ik doe daarnaast veel sprongtraining.’

Bonsen zag haar talent, in een filmpje uit haar danstijd. Zij sprong hoger dan iedereen. ‘Ja, ik hing nog, als de rest al weer op de grond stond.’

Naast het springen gingen het sprinten ook beter. In Leverkusen bewees ze overweg te kunnen met haar blades die 2,5 centimeter korter zijn dan eerst. Na de WK van 2017 zijn de standaarden in de paralympische atletiek voor bladerunners aangepast. ‘Ik was 1.89 op mijn oude blades, nu 1.87.’ De topsnelheid zou daarmee moeten afnemen, maar de startsnelheid compenseert dat ruimschoots. Van een ‘13’-loper is Jong een sprinter voor een hoge 12 geworden die volgend jaar in Tokio te maken heeft met een Nederlandse met een enkele amputatie, Marlene van Gansewinkel. T64 (1 amputatie) en T62 (2 amputaties) komen bij de Para-Spelen in één nummer uit. Van Gansewinkel is ook een wereldrecordhouder, met 12,66 over de 100 meter. ‘Ja, Marlene en ik trainen ook samen. Ik was een tandje beter op ver, tot ik plots zo hard ging lopen.’

Paralympische atleten werden bij uitzondering toegelaten tot valide wedstrijden. Jong wilde zaterdag, de zaterdag dat zij eigenlijk in Tokio haar paralympisch goud uit de verspringbak had willen vissen, uitkomen op de NK in Utrecht. Het mocht niet. De reglementen staan het niet toe. ‘Elk jaar bedenken ze wat anders als reden. Was het niet mooi geweest, als ik had meegedaan, als nummer vier van de nationale ranglijst. Mooie reclame ook voor de paralympische sport. De technisch directeur mag toch altijd anders beslissen?’

Nee, sprak technisch directeur Ad Roskam. Uitgesloten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden