ReportageNK Para-atletiek

Fleur Jong en de kunst van niet aan pijn denken

Als ze niet geplaagd was geweest door pijn aan haar rechterstomp, dan had para-atlete Fleur Jong zondagmiddag bij de NK para-atletiek zomaar een wereldrecord op de 100 meter kunnen lopen.

Fleur Jong bereidt zich voor op haar 100 meter. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

De speaker van dienst was bij de Nederlandse kampioenschappen para-atletiek in Tilburg zo onder de indruk van de aanwezigheid van wereldrecordhoudster Fleur Jong dat hij zich bij start en bij finish in haar naam vergiste. De Jong en Van Gils las hij tot eigen schrik voor van zijn startlijst. Jong zat er niet mee. Zij is van nature de vrolijkheid zelve.

Jong, atlete met een dubbele amputatie (klasse T62) verraste zichzelf deze middag bij atletiekvereniging Attila door zonder warming-up en na een enkel ‘startje’ van 30 meter haar eigen wereldrecord op de 100 meter tot tweehonderdste van een seconde te benaderen. Het werd 12,80. Haar mondiale toptijd is sinds augustus 12,78, met eenhonderdste verschil overgenomen van de in Tilburg ontbrekende ex-recordhoudster Marlou van Rhijn.

Jong had zondagmiddag haar eigen toptijd willen aanscherpen op de ‘harde baan’ achter het Willem II-stadion, maar twee dagen tevoren kreeg ze last van haar rechterstomp. Aan de linkerstomp werd ze in 2018 geopereerd, er werd 2,5 centimeter extra verwijderd om de pijn aan het kartelig gezaagde bot weg te nemen. Rechts had ze nooit pijn, tot ze vrijdag ontdekte dat je ook te veel kunt doen in een training.

‘Ik ben nu eenmaal dol op springen’, sprak de voormalige danseres met het enorme sprongvermogen die vorig jaar, na jaren van aarzeling en angst, ontdekte meer dan zes meter te kunnen overbruggen, van afzetplank tot zandbak. Ze mag, wegens de druk van de blades (springveren) op haar stompen, maar één keer per week een echte verspringtraining doen. Daarnaast doet zij wekelijks één sessie sprongkracht, zonder landing, in een gecontroleerde situatie.

Jong, die op zestienjarige leeftijd door een bacteriële infectie acht halve vingers en haar twee onderbenen verloor na een operatieve ingreep: ‘Als het lekker gaat, dan doe ik bij die baantraining dertig sprongen in twee uur tijd. Het is gevarieerd hoor. Soms doe ik zelfs hinkstapsprong. Het gaat erom vaardigheid op je blades te ontwikkelen. Maar joh, ik vind springen zo leuk. Ik kan er niet mee ophouden.’

Die gretigheid kostte haar de voorbije week de fitheid om haar ingekorte seizoen in Tilburg met een imponerende nieuwste toptijd af te sluiten. Sprinter Jong had afgeweken van de gouden regel om slechts tweemaal per week op springen te trainen. Ze had zich aan een derde keer gewaagd. Topsport is nu eenmaal grenzen opzoeken, sprak coach Guido Bonsen. De verkenning van het onmogelijk geachte hoorde daarbij.

Ze had de Gouden Spike in Leiden van zaterdag, een wedstrijd voor valide atleten, moeten afzeggen. Maar ze wilde de Tilburgse gastheren van de nationale titelstrijd para-atletiek een dag later niet teleurstellen. ‘Dan maar geen warming-up. En in de race heb ik de pijn niet gevoeld. Dat gevoel kun je dan uitschakelen. Ik voel geen pijn, ik voel geen pijn, prentte ik mezelf tijdens het lopen in.’

Fleur Jong (links) in actie op de 100 meter bij de NK para-atletiek. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

De gegroeide vaardigheid op de blades heeft de lange Jong, 1.85 meter op de sportprothesen van maker Frank Jol, ook tot een toekomstig paralympisch kampioen op de 100 meter gemaakt. Ze zal, als de Paralympische Spelen van Tokio volgend jaar doorgaan, op die afstand duelleren met haar trainingsgenoot Marlene van Gansewinkel, vrouw met een enkele amputatie. In Japan zijn de T62 (dubbel) en T64 (enkel) gecombineerd. Voor deze dubbele categorie is de 200 meter afgevoerd.

Jong, pas 24, zegt dat herinvoering van de 200 meter voor haar een doel kan zijn, voor de Paralympics van Parijs 2024. Al is dat echt een afstand die pijn doet. Ze verzuurt dan, iets dat ze op de 100 meter, met het ‘rollen’ na een goede start, nauwelijks ervaart. ‘De 100 meter is elke pas iets groter maken, tot een hoge eindsnelheid. Ik haal dan 9 meter per seconde, 3,33 over 30 meter.’

Op de 200, nu een incourante afstand, is het doorbijten naar het eind. ‘Ik heb geen onderbenen en verzuur daarom in de bovenbenen en de kont. Waar een gewone atleet, zeg Dafne Schippers, last heeft van de kuiten en het bovenbeen. Grappig, hè.’

De kont: ze had er nauwelijks een, toen ze als para-atlete werd ontdekt. Coach Bonsen: ‘Fleur was een lange stengel. Een spriet. Maar ze heeft me toch getraind de voorbije jaren. Schouders, rug, een kont.’ Jong zegt vooral trots te zijn op haar schouders. Gespierd, geschikt voor het op gang trekken van het lichaam bij de start. Uren voor gesleten in het krachthonk.

Na de 12,80 seconden van de middag en een toespraakje van de lokale wethouder van sport, Rolph Dols, ligt Jong op het blauwe tartan te genieten van haar sportdag. Ze had nog gevraagd of ze ‘heel misschien’ toch één poging had mogen wagen in de verspringbak. Maar ze wist dat coach Bonsen onverbiddelijk zou zijn.

Mijmerend over de ideale omstandigheden van deze middag: ‘Dit was recordweer. Ik had mijn wereldrecord, zonder dat probleem met mijn stomp, altijd gebroken.’ Waarna coach Bonsen kwam vertellen over de rugwind bij haar race, 2,3 meter per seconde. Drietiende te veel voor een geldig record.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden