Flagellanten in gevecht met de dood

Al heel lang verbaas ik me over de verering die sport en haar beoefenaars ten deel valt. Niets krijgt zoveel aandacht in onze maatschappij als sport: urenlange televisie-uitzendingen, voorafgegaan door uiterst grondige voorbeschouwingen en gevolgd door definitieve nabeschouwingen, zodat werkelijk niets van het evenement de kijker zal ontgaan....

Een Haagse postbode wordt binnen een avond een nationale volksheld omdat hij zo behendig pijltjes in een bord kan gooien. Voetballers verschijnen om de haverklap met hun onbenullige en slecht verstaanbare praatjes op de tv. En een beetje minderheid heeft tegenwoordig zijn eigen Olympische Spelen.

Voor sport moet alles wijken, soms zelfs letterlijk. Of er nu een hardloopwedstrijd midden in het centrum van Amsterdam is georganiseerd of het hele Vondelpark afgesloten is omdat ook daar hardgelopen moet worden, iedereen moet dat toejuichen. Er is geen dorp of stadje in ons land waar in het weekeinde geen vermoeiende sportactiviteiten worden georganiseerd.

Men gaat er kennelijk van uit dat niets zo goed is voor een mens als flink veel aan lichaamsbeweging doen. Wie stilletjes zegt dat hij er niets aan doet en het ook niet, zoals Wallage, 'leuk en fijn' vindt, wordt met afgrijzen bekeken. Dat is net zo erg als zeggen dat je huisvrouw bent of incest pleegt.

Met hun monsterlijke kleding (strak staat echt niemand, heus), lichtgewicht walkmannetjes en peperdure superverende schoenen, gedragen sporters zich alsof ze voorboden zijn van een nieuwe tijd en een verlichting hebben bereikt waar de rest van de mensheid nog niet aan toe is. Die houding wordt vreemd genoeg gestimuleerd door de politiek.

Onlangs lieten politici, aangevoerd door een staatssecretaris met zwabberende onderkinnen, zich op een congres zo lovend uit over sport dat het leek alsof ze een nieuwe godsdienst propageerden. Als we nu eens met z'n allen gingen sporten, dan zouden onze maatschappelijke problemen vanzelf verdwijnen.

De kosten van de volksgezondheid zouden omlaag schieten, de criminaliteit oplossen, mensen worden alleen per ongeluk op het voetbalveld nog doodgeschopt, en arm in arm halen we de eindstreep. Zouden ze ons willen uitputten zodat we minder zeuren, zoals ouders met hun drukke kinderen soms doen?

Het is vreemd dat politici sport zo aanprijzen. Het betekent namelijk helemaal geen vooruitgang, maar een terugkeer naar de duistere Middeleeuwen, de tijd van zelfkastijding en flagellanten. Toen werd het menselijk lichaam gezien als een zak met drek die flink moest worden afgeranseld. Dat lichaam met al zijn lage behoeften zat in de weg bij het streven naar de vergeestelijking, en verdiende om die reden straf. Het werd geslagen en kreeg geen eten meer - nonnen hadden ook al anorexia.

Dat is tegenwoordig niet anders. Wie aan sport doet, teistert het lichaam. Alleen is de drang naar het hogere geheel verdwenen. Nu krijgt het lichaam straf omdat het oud, lelijk en dik wordt, en slotte nog dood gaat ook.

Niets is treuriger stemmend dan een tanige zestigplusser die zich in glimmend trainingspak loopt te verzetten tegen het onvermijdelijke. Dat lichaam kan nog zo gekweld en gepijnigd worden, het wint toch.

Liesbeth Wytzes

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden