‘Feyenoord was snel in de greep van een ex-Ajacied’

Stanley Brard groeide bij Feyenoord uit van wisselspeler tot Johan Cruijffs meesterknecht. Feyenoord werd in 1984 kampioen en won de beker, Brard werd na Cruijffs vertrek weer wisselspeler...

‘Bij Feyenoord had ik niets meer te zoeken, ik was mijn plaats in de basis kwijt en wilde daarom weg uit De Kuip. Totdat een vriend mij belde en zei: weet je dat Johan Cruijff het komend seizoen voor Feyenoord gaat spelen?

Dat was vlak voordat Cruijff voor de afscheidswedstrijd van Willem van Hanegem in De Kuip aantrad. Bij elk balcontact werd hij als onvervalste Ajacied aanvankelijk uitgefloten, maar na een paar weergaloze acties draaide het publiek bij. Toen ik hem mocht vervangen ging hij met applaus van het veld.

Mijn carrière bij Feyenoord zat op een dood spoor, om in mezelf te investeren moest ik iets anders bedenken. Toen Cruijff zei dat hij naar Feyenoord kwam, beschouwde ik dat ook als mijn kans een betere voetballer te worden.

Voor het publiek was hij de ex-Ajacied, bij ons was Cruijff de man die met kleine dingen belangrijke impulsen aan het elftal kon geven. Dat kwam er niet meteen uit; het was niet zo dat Cruijff zich meteen liet gelden. Hij was dominant aanwezig, dat wel, vooral in de training. Hij maakte iets los wat er nooit geweest was, door zijn spelbeleving en door je achter je vodden te blijven zitten.

Tot december bleef ik aan de kant, maar hij zag ook wel dat we een veel te aanvallend ingestelde ploeg hadden. Er was geen balans. Door Cruijff kwam de herkenbaarheid terug in ons spel. 37 jaar was hij inmiddels, maar zo ongelooflijk goed nog én inspirerend. Alleen op maandag, de dag na de wedstrijd, nam hij zijn puffie. Dan deed hij het vaak rustig aan.

Behalve als we om gebak speelden. Jong tegen oud . Dan stond hij er weer, hij kon niet verliezen. Later heeft hij weleens gezegd dat hij bij ons drie dagen nodig had om te herstellen, ik heb dat toen nooit zo gemerkt. In mijn herinnering stond hij er altijd.

Na een half jaar kwam hij naar me toe en zei: geef niet op hè. Als iemand als hij dat zegt, dan doet je dat wel wat. Tijdens de winterstop, in een oefenwedstrijd tegen VVOG, moest ik als verdediger plotseling de plaats van linkerspits Pierre Vermeulen innemen. Ik maakte twee doelpunten en ben nooit meer van die plaats weggeweest. Mij maakte het niet uit dat ikw opeens linksbuiten was, ik wilde me bewijzen.

Een meesterzet werd het genoemd. Thijs Libregts was onze trainer, maar hij noch Cruijff heeft ooit heel lang met mij over mijn nieuwe rol in de ploeg gesproken. Maakte mij ook niet uit: ik kon voetballen en bovendien in een ploeg die steeds beter ging draaien.

Ik was geen linksbuiten als Coen Moulijn of Pierre Vermeulen, maar ik stond daar om anderen beter te laten functioneren en heb me daar erg gelukkig bij gevoeld.

Verbitterd was hij weggegaan bij Ajax, maar van revanchegevoelens bij Cruijff heb ik nooit iets gemerkt. Als Cruijff frustraties heeft gehad, dan heeft hij ze niet bij ons geuit. Johan heeft laten zien dat hij nog heel goed kon voetballen, dat hij een ploeg naar zijn hand kon zetten. Hij liet Feyenoord het mooiste jaar uit zijn bestaan beleven.

Een diepgaand persoonlijk contact zat er bij hem niet in. Hij schermde zijn privé-leven af, ging niet gauw met ons de stad in, maar als je ergens mee zat, kon je wel bij hem terecht. Ik zocht iemand die mijn zaken wilde gaan doen. Daarop nam hij me op de verjaardag van één van zijn gezinsleden mee naar zijn huis in Vinkeveen en bracht me in contact met iemand met wie dat zo geregeld was.

In de trainingen kon hij genadeloos zijn. Als hij verloor in 3 tegen 3 spelletjes kon je maar het beste wegwezen en je moest ook niet met hem in discussie gaan. Hij probeerde jou te winnen voor zijn denkwijze en bracht ons tegelijkertijd een gevoel van onoverwinnelijkheid bij.

Hij was niet gauw uit cadans, we verloren met 8-2 van Ajax en hij reageerde alsof er niets aan de hand was. Toen we kampioen werden, was hij als eerste weer in de catacomben. Daar heeft hij ook oog voor. Zelfs op zo’n moment heeft hij alles onder controle.

Dat Cruijff geniaal was, bleek wel toen hij weg was. Hij heeft nog een paar maanden bij ons afgetraind, maar zijn magie was verdwenen en het was de zwakte van Feyenoord dat het zo afhankelijk van hem was geworden.

Ik heb het ook zelf gemerkt. Ik werd van linkerspits weer linksback en belandde opnieuw op de reservebank. Daarna ben ik naar RKC gegaan. Ze hebben me bij Feyenoord wel het linkerbeen van Cruijff genoemd, bij RKC was ik de pendelaar naast spelers als Koko Hoekstra, Marcel Brandts en Patrick van Diemen. Dat was ook leuk, maar wel heel anders.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden