Interview

Femke Bol: ‘Over de horden vliegen, doen wat ik het liefst doe. Daar hoort tot het uiterste gaan ook bij’

De carrière van Femke Bol gaat zo snel dat ze het amper kan behappen. Zaterdag (02.00 uur) beginnen voor haar de series van de 400 meter horden. Pas 21 en al wereldtop. ‘Chasen, achter iemand aangaan. Als je inloopt, geeft dat extra motivatie.’

Femke Bol, specialist op de 400 meter horden.  Beeld Klaas Jan van der Weij
Femke Bol, specialist op de 400 meter horden.Beeld Klaas Jan van der Weij

Wie vijf jaar geleden aan Femke Bol, nu 21, zou hebben gevraagd wat ze in haar mars dacht te hebben, had dit als antwoord gekregen: over een paar jaar deelname aan de EK voor atleten onder de 23. En in 2024, heel misschien, deel uitmaken van het estafetteteam op de 400 meter bij de Olympische Spelen in Parijs. Dat zou prachtig zijn.

Het liep anders. In maart won ze gouden medailles op de EK indoor bij de elite en nu staat ze op de Spelen in Tokio, met nota bene zicht op finales op de 400 meter horden en de estafette. Begin deze maand snelde ze over de hekjes in 52,37, de vierde tijd ooit gelopen. Wat heeft het phénomène, de rising star uit Nederland zo snel zo goed gemaakt?

Toewijding: ‘Als ik een doel heb, wil ik er alles voor doen.’

Het was het eerste wat trainer Bram Peters opviel, toen hij haar als 15-jarige onder zijn vleugels kreeg: bezieling, toewijding. Ze had net de overstap gemaakt van de Amersfoortse atletiekvereniging Altis naar Ciko 66 in Arnhem. Ze was serieus, aandachtig, leergierig, goed aan te sturen. Het verbaast haar ouders, Annemarie en Joost, allerminst.

‘We hebben haar als kind nooit hoeven aanmoedigen naar een training te gaan. Ook al regende het pijpestelen. Dan bleef ze er lol in houden. Rennen in de plassen is ook leuk. Het was echt iets dat ze met haar vriendinnen deed, ze fietsten er samen naartoe. Pas later werd duidelijk dat Femke er vol voor wilde gaan. We hebben het wel eens gevraagd: weet je zeker dat je dit wil? Topsport kan keihard zijn, het kan ook ineens stoppen. Maar ze twijfelde niet. Het was nooit een probleem zich wat dan ook te ontzeggen: minder of zelfs niet meer uitgaan, altijd op tijd naar bed, geen pizza meer, geen patat.’

Vader Joost bakte op zondag nog wel eens friet en een hamburger, maar dan kwam toch het verzoek of er iets anders op tafel kon, pasta of ’iets gezonds’.

Femke: ‘Ik heb heel lang helemaal niet gedacht dat ik atleet wilde worden. Ik ben op mijn 8ste begonnen, mijn broer Jeroen zat ook op atletiek. Het was alleen maar superleuk om te doen. Het werd langzaam steeds serieuzer. Mijn vriendinnen stopten, het ging steeds meer over feestjes en uitgaan, we waren 15, 16 jaar en ik kwam er juist achter dat ik goed in sport was. Atletiek was vanaf toen een hoofdprioriteit, al heb ik mijn vwo gewoon afgemaakt en studeer ik nu communicatiewetenschappen.

‘Het is iets wat in me zit: als ik een doel heb, wil ik daar alles voor doen, er zo goed mogelijk in zijn. Ik heb het nooit als opoffering ervaren. Vaak ging ik maar wat eerder weg bij feestjes of ik sprak met vriendinnen af om op een andere tijd bij elkaar te komen. Je krijgt er ook veel voor terug. Je komt op bijzondere plekken, je ontmoet veel mensen uit andere landen. Het voelt helemaal niet alsof ik iets heb gemist.

‘Het is soms wel lastig uit te leggen wat er zo mooi aan dit leven is. Ik kan elke dag naar buiten, rondjes rennen, over de horden vliegen; doen wat ik het liefst doe. Daar hoort tot het uiterste gaan ook bij. Dat vind ik zo mooi aan die 400 meter. Op de kortere afstanden is het vaak: soms lukt het, soms niet. Op de 400 meter heb je nog invloed. Dan ben je in staat door die verzuring heen te lopen. Als dat lukt, geeft dat een intens voldaan gevoel. Daardoor kan ik ook die zware trainingen aan. Eigenlijk kan je niet meer, als je aan de start staat, denk je: o nee, dat lukt me niet. En dan doe je het toch. Dat is bijzonder.’

Femke Bol: Ik hou van de horden. Toen ik er voor het eerst sinds de indoorperiode weer overheen kon, op tempo, voelde ik – het klinkt misschien heel stom –  ...eh… verliefdheid. Beeld Klaas Jan van der Weij
Femke Bol: Ik hou van de horden. Toen ik er voor het eerst sinds de indoorperiode weer overheen kon, op tempo, voelde ik – het klinkt misschien heel stom – ...eh… verliefdheid.Beeld Klaas Jan van der Weij

Techniek: ‘Mijn lichaam blijft nu stabiel’

Wat coach Peters nog meer opviel tijdens die eerste kennismaking: ze was lang, 1.84 meter al, en dun en haar armen en benen vlogen alle kanten op. Krachttraining heeft lijf en leden in het gareel gebracht.

Femke: ‘Ik haatte het in het begin. Ik was niet sterk, ik begreep de techniek niet, ik was bang om geblesseerd te raken. Ik werd er chagrijnig van. Gaandeweg kwam ik erachter dat ik er veel aan heb. Alle kleine spiertjes zijn sterker geworden. Mijn lichaam blijft nu stabiel en is in staat de gekke klappen die je wel eens maakt op de horden op te vangen. Het geeft ook vertrouwen.

‘Ik hou van de horden. Toen ik er voor het eerst sinds de indoorperiode weer overheen kon, op tempo, voelde ik – het klinkt misschien heel stom – ...eh… verliefdheid. Het is nadenken wat je doet. Je rekent de stappen uit. Hoe voorkom je dat je te dicht op de horden zit? Wat doe je als je niet precies uitkomt? Hoe hou je het vloeiend in plaats van alleen maar van hek naar hek te gaan? Je racet meer tegen de horden dan tegen je tegenstanders. Je focust je helemaal op jezelf, dat is het leuke eraan.

‘Tussen de eerste acht van de tien horden maakte ik vijftien passen, de laatste twee werden het er zestien. Het kan nog beter, het is een puzzel. De laatste tijd haal ik over de volle lengte vijftien, dat is voor mij gunstiger, dan kan ik er elke keer met mijn beste been, het linker, als eerste over. Maar je moet het wel aankunnen om een langere paslengte vol te houden als de vermoeidheid toeslaat. Ik ga nog te hoog over de horden, mijn tweede been zit nog te laag, dan loop je de kans dat je iets raakt. Je moet er eigenlijk niet meer zo meer bezig zijn. Als het goed is, gaat het straks in Tokio allemaal vanzelf.’

Mentaliteit: ‘Ik kan dit, ik ben hier om te winnen.’

Annemarie en Joost Bol herinneren zich nog dat Femke bij de jeugd in wedstrijden altijd tweede werd achter haar hartsvriendin Fleur. ‘Ze was te bescheiden, te voorzichtig. Fleur was gretiger en feller. Femke vond het best zo. Dat is nu veranderd. Het is echt een ontwikkeling geweest. Ze gaat er nu vol voor, altijd.’

Femke: ‘Fleur was destijds gewoon beter, ik dacht: ik loop er wel achteraan. Ik had het vertrouwen niet om voor een zege te lopen. Pas afgelopen jaar is er echt een knop omgegaan, toen bleek dat ik ook echt kon winnen. Ik ben niet zo’n dromer, ik ben een realist. Ik heb nooit gezegd: ik wil naar de Spelen. Dat zeg ik pas sinds is gebleken dat ik ze kón halen. Bescheidenheid zit in me. Je zult mij nooit van tevoren horen zeggen: ik ben hier de beste. Totdat ik in het startblok sta. Pas dan denk ik: ik kan dit, ik ga dit doen, ik ben hier om te winnen.

‘Mijn benadering is anders geworden. Vroeger dacht ik aan mijn tegenstanders: o, zij is er ook en die is zo goed! Of ik baalde van de baanindeling. Het waaide hard. Het ging misschien wel regenen. Shit. Nu concentreer ik me volledig op mezelf. Hard vertrekken, armen meenemen, passen raken. Deze sport is hyperindividueel. Je hebt geen enkele invloed op degenen onder of boven je in de baan. Dit is van belang: wat kan ik zelf? Dan maar zien of de anderen je kunnen bijhouden, ook al zijn ze op papier sneller en hebben ze meer ervaring. Zij moeten het ook nog maar doen, hè.

‘Ik noteer een raceplan in een boekje. Daar staan technische aanwijzingen in, zo’n beetje om de 50 tot 70 meter. Druk op het startblok. Hard raken. Kaatsen. Lengte maken. Zo kun je later precies zien wat er goed ging en wat niet. Ik hou veel bij, ook in andere boekjes. Alle trainingen, de tijden, mijn gewicht. Elke dag weer, zodat je vergelijkingen hebt met het jaar ervoor. Ik maak weekplannen, dagplannen. Ik hou er gewoon van alles op een rijtje te hebben. Ik kan chaotisch zijn, mijn kamer bijvoorbeeld kan best een puinhoop worden. Maar als ik iets opschrijf, dan heb ik het in mijn hoofd op een rijtje. Het geeft houvast, rust.

‘Daarom heb ik rituelen rondom de wedstrijd. Ik gebruik altijd goudkleurige speldjes om mijn rugnummer vast te maken. Daarmee heb ik ooit een dik persoonlijk record gelopen, dus dat hou ik erin. Nagels lak ik in de kleur van het tenue. Na het douchen trek ik nooit een joggingpak aan, maar gelijk de wedstrijdoutfit. Ik zorg dat er altijd vlechtjes in mijn haar zitten. Vaak doet Lieke (Klaver, vriendin en atleet, red.) ze, zij kan het heel goed. Het helpt me te focussen.’

Femke Bol in actie tijdens de Flanders Cup:  'Deze sport is hyperindividueel. Je hebt geen enkele invloed op degenen onder of boven je in de baan.' Beeld Klaas Jan van der Weij
Femke Bol in actie tijdens de Flanders Cup: 'Deze sport is hyperindividueel. Je hebt geen enkele invloed op degenen onder of boven je in de baan.'Beeld Klaas Jan van der Weij

Tactiek: ‘Achter iemand aangaan geeft extra motivatie’

Het viel haar ouders niet altijd mee om de wedstrijden van hun dochter op televisie te volgen. ‘Ze was vaak heel lang niet in beeld. De camera heeft alleen oog voor de voorsten. Femke start nogal langzaam. Pas op het laatst zagen we haar. Dan zaten we echt te schreeuwen voor de tv. Nu ze zo goed is, houden ze haar gelukkig al in de gaten als ze nog op achterstand loopt.’

Femke: ‘Het uithoudingsvermogen en mijn eindschot waren altijd al goed, maar mijn snelheid moest omhoog. Ik had vaak na de start het gevoel dat ik achter de feiten aanliep. Lig ik nou al weer achter? Daar hebben we hard aan gewerkt. Ik ben in trainingen heel diep gegaan. Het heeft me zelfvertrouwen gegeven. Hoe hard je ook opent, je blijft echt wel lopen. Nu heb ik meer kaarten om uit te spelen.

‘Zelf vind ik het niet zo heel spannend om lang te wachten. Als ik wel eens terugkijk, denk ik geregeld: oei, lag ik zo ver achter? In de wedstrijd had ik het idee dat de achterstand helemaal niet zo groot was. Het is een strategie die me goed ligt: chasen, achter iemand aangaan. Als je inloopt, geeft dat extra motivatie. Omdat ik de verzuring zo goed aankan, win ik terrein. Ik verlies wel wat snelheid, maar de anderen gaan nog veel meer stuk.

‘Ja, ik hoor vaak dat het er zo relaxed uitziet. Ik probeer dat ook uit te stralen, vanaf het moment dat ik de baan op stap. Ook al doe je alsof, het helpt toch. Zelfverzekerd ogen, kalm zijn, je hoofd erbij houden, geloven dat het wel goed komt. Maar bij trainingen ziet het echt wel eens anders uit en dat zal ook wel in wedstrijden het geval zijn, zeker als ik ga denken dat ik het niet ga redden. Dan verkramp je. Ik weet dat je die ontspanning moet proberen te houden, maar het zal echt wel een keer gebeuren dat ik dat een keer niet voor elkaar krijg.’

Druk weerstaan: ‘Soms denk ik: zo goed ben ik nou ook weer niet’

Na het behalen van de gouden medailles in Polen was er een huldiging bij haar oude atletiekvereniging in Amersfoort. Bij thuiskomst was ze verbaasd. Annemarie en Joost Bol: ‘Ze zei: jeetje, al die kinderen wilden een handtekening van me!’

Femke: ‘Je hebt door corona en al die lege tribunes niet door hoe het leeft. Het is wel jammer dat ik dat tot nu toe heb misgelopen. Het was mooi dat ik kinderen heb geïnspireerd. Ik ben niet gaan lopen om bekend te worden, maar je moet je er wel van bewust zijn dat het gebeurt. Natuurlijk vind ik het leuk als je prestaties zo worden gewaardeerd, dat je anderen blij maakt. Soms denk ik wel: zo goed ben ik nou ook weer niet. Het is goed bedoeld, maar je moet wel met beide voeten op de grond blijven staan. Je moet er keihard voor werken.

‘Als ik naar de tijden kijk van de tegenstanders tegen wie ik straks in Tokio loop, haal ik er alleen maar inspiratie en motivatie uit. De Amerikaansen Sydney McLaughlin en Dalilah Muhammed zijn de snelsten. Sydney heeft pas een wereldrecord gelopen, 51, 90. Dat is bizar scherp. Ik weet ook dat er over drie jaar in Parijs weer mooie dingen kunnen gebeuren.

‘Het nuchtere zit wel in ons gezin. Ik had het er na de EK indoor in Polen met mijn moeder over. Ik heb de neiging het succes wat te relativeren. Ik ben gewoon Femke, ik ben geen uitzonderlijk iemand omdat ik zo hard loop, anderen zijn net zo bijzonder met weer wat anders. Mijn moeder zei: laten we toch maar wat meer tijd nemen om te vieren dat onze dochter de beste van Europa is geworden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden