AchtergrondVoetbal in leeg stadion

FC Nieuw Normaal is gewend te spelen zonder publiek

Beeld Nastia Cistakova

Het voetbal komt weer op stoom. Alleen nog wel zonder publiek in de stadions. Wat doet dat met de tv-kijker, de analist, de uitslagen en de spelers?

We gaan, zoals DJ Cor het eens verwoordde in de eerste zin van zijn megahit Hee, Hoo, beginnen. Althans, ‘we’ en ‘beginnen’ zijn in dit geval een beetje arbitrair. Want we zijn in zekere zin al een tijdje bezig. De afgelopen maand werden onder meer de Duitse, Spaanse en Engelse voetbalcompetities afgerond. Maar nu de Champions League de komende weken een even snel als ongetwijfeld spectaculair slotstuk tegemoet gaat en vrijwel meteen daarna de eredivisie weer begint,  neemt het voetbal voor het eerst sinds maanden weer zijn plaats als belangrijkste bijzaak des levens in. 

Maar net zoals covid-19 lak heeft aan grenzen, muren en meningen, strekt de arm van het (voorlopige) Nieuwe Normaal zich uit tot in het stadion en op het voetbalveld. Met andere woorden: wel voetbal, geen publiek. Fijn hoor, dat er weer gevoetbald wordt, maar wat blijft er van over zonder publiek? Wat voor invloed hebben lege stadions op de kijker, de analisten, de scheidsrechter, de uitslagen, de spelers en de trainer?

Beeld Nastia Cistakova

De kijker

Alsof je naar een trainingspartijtje zit te kijken, zo kan zelfs de belangrijkste voetbalwedstrijd aanvoelen. Publiek zorgt voor sfeer, voor leven, hoe vijandig of agressief sommige supporters ook kunnen zijn. Zonder publiek hoor je dingen die je normaal gesproken niet hoort; het galmende geschreeuw van de spelers naar elkaar, de aanwijzingen van de trainer, het geluid van de bal die geraakt wordt, de protesten van de spelers bij de scheidsrechters. 

Om de wedstrijden nog enigszins een publiekssfeer mee te geven, plakken sommige zenders stadiongeluiden onder de wedstrijden en in Spanje bijvoorbeeld werd er zelfs digitaal publiek op de tribunes geprojecteerd. Voor de wedstrijden in de Champions League en Europa League levert Sky Germany de stadiongeluiden aan. Dat geluid bestaat uit meerdere audiolagen, die geleend zijn van eerdere wedstrijden tussen de twee desbetreffende ploegen. 

Die techniek werd ook in de Engelse Premier League gebruikt. Daar kreeg Sky de geluiden aangeleverd van gameproducent EA Sports, dat voor zijn voetbalspelreeks Fifa al jaren gebruikmaakt van opgenomen stadiongeluiden, schreef Techradar. Als er wordt gescoord, wordt er gejuicht. Bij een gewonnen corner hoor je het publiek enthousiaster worden, bij een aardige doelpoging een applaus en soms wordt de naam van het thuisspelende team gescandeerd, zoals vorige week bij de Champions Leaguewedstrijd Juventus - Olympique Lyon.

Bij gebrek aan beter is het een prima tijdelijke oplossing. Hoe gekunsteld het af en toe ook is (bijvoorbeeld bij een flinke vertraging tussen een doelpunt en het bijhorende gejuich), het kunstmatig geluid vult de leegte deels op en maakt een wedstrijd toch net iets sfeervoller dan helemaal zonder geluid. BBC-presentator Gary Lineker vroeg zijn volgers op Twitter wat ze liever hadden. 74,9 procent van de ruim 180 duizend stemmers had liever nepgeluid dan geen geluid.

Ook Fox Sports, dat bij sommige wedstrijden van de Duitse Bundesliga, de Amerikaanse Major League Soccer en de Europa League stadiongeluid toevoegde, hield een steekproef. ‘Daaruit blijkt dat zo’n 80 procent van de abonnees vindt dat de kijkervaring erdoor verbetert’, zegt Kristiaan Schimmel namens Fox Sports. ‘Het is zeer aannemelijk dat we de audio blijven toevoegen als de ere- en eerste divisie straks beginnen’.  

Net als Sky gebruikt Fox voor de eredivisie ‘een mix van geluidsfragmenten van eerdere Nederlandse wedstrijden.’ Belangrijk is, zegt Schimmel, dat het toegevoegde geluid de kijkervaring ongemerkt verbetert. ‘Waar het past, proberen we wel een stukje clubgevoel mee te geven, zoals met het inmixen van het Haags kwartiertje bij een wedstrijd van Ado Den Haag. We merken dat de fans dit waarderen. Ook fluitconcerten behoren tot het audiopalet, maar beledigende spreekkoren uiteraard niet.’

Beeld Nastia Cistakova

De analist

Voetbal zonder publiek kan Fox Sports-analist Kenneth Perez allerminst bekoren. Maar toch zijn er de gewezen voetballer van AZ, Ajax en FC Twente een aantal zaken opgevallen bij het analyseren van de wedstrijden in de Bundesliga. ‘Je ziet nu niet alleen maar de blikvangers, maar ook de jongens die normaal onopvallend zijn.’ 

Als voorbeeld noemt hij Joshua Kimmich, middenvelder van Bayern München. ‘Nu de randzaken allemaal wegvallen, zie je hoe goed hij is, hoe functioneel. Meestal vallen je alleen de creatievelingen op, maar nu heb ik meer aandacht voor de ‘simpele’ spelers die alles goed doen.’ 

Arno Vermeulen, analist en commentator bij de NOS, sluit zich bij Perez aan. ‘Ik heb het gevoel dat ik geconcentreerder en meer analytisch kijk naar wedstrijden’. En dan komen vaak de stille krachten uit een elftal bovendrijven. ‘De tactische middenvelders vooral’, zegt Vermeulen, zoals Kimmich bij Bayern of Marten de Roon bij Atalanta Bergamo. ‘Die ga je beter herkennen en je gaat er wat meer op letten, omdat daar ruimte voor is.’ Wat Vermeulen betreft wordt er tijdens de wedstrijden wel stadiongeluid ingemixt op televisie. ‘Met toegevoegd geluid wordt het kijken aangenamer.’ Dat vindt Perez ook. ‘Het geeft voor de kijker een veel echtere beleving, helemaal als ze de tribunes ook leuk aankleden.’

Voor Pieter Zwart, hoofdredacteur van voetbaltijdschrift VI, zijn al dat toegevoegde geluid en projecties niet nodig. Zwart kijkt voetbalwedstrijden doorgaans helemaal zonder geluid. Zo kan hij zich beter concentreren op het spel. ‘Wat dat betreft is er voor mij minder veranderd dan voor de gemiddelde voetbalkijker. Inhoudelijk gaat het mij om het spel zelf. Dat is nog steeds elf tegen elf met twee doelen en een bal, dus daarin verandert niets. Puur analytisch zie je dat het spelen zonder publiek wel gevolgen heeft. Neem het agressief druk zetten. In een normale situatie zie je dat ploegen sneller nerveus worden als ze een keer de bal verspelen in de opbouw. Nu blijven ze vaak rustiger.’

De scheidsrechter

Hoewel ze het zelf vaak ontkennen, speelt de aanwezigheid van (thuis)publiek een rol bij de beslissingen die scheidsrechters tijdens voetbalwedstrijden nemen. Een vol stadion, met tienduizenden fanatieke supporters die zich bij elke nadelige beslissing tegen je keren, kan intimiderend werken en dus van invloed zijn op beslissingen - en daarmee natuurlijk op het verloop van de wedstrijd. 

Een lichte duw van de thuisploeg in het strafschopgebied onbestraft laten, of toch wat sneller die tweede gele kaart trekken voor de tegenstander omdat het publiek woedend reageert. Tien jaar geleden onderzochten twee Zweedse economen wat de invloed van een leeg stadion was op uitslagen in de Italiaanse voetbalcompetitie Serie A. Wedstrijden mét publiek werden meestal gewonnen door het thuisspelende team. 

Steevast kreeg het thuisspelende team minder rode en gele kaarten, minder overtredingen en minder strafschoppen tegen. Dat thuisvoordeel bleek helemaal weg te vallen bij de wedstrijden zonder publiek: wedstrijden werden door thuis spelende teams net zo vaak gewonnen als door uit spelende.

Hoe dat kan? Het Amerikaanse tijdschrift Sports Illustrated  schreef het in een analyse toe aan het effect van sociale druk en dan met de neiging om je te voegen naar de mening van een groep. ‘Mensen conformeren zich omdat op de eerste plaats bij de groep willen horen. In tweede instantie omdat ze geloven dat de groep beter geïnformeerd is dan zij en tot slot omdat het je onttrekken aan die groep stressverhogend werkt.’

Uit de recente praktijk blijkt dat behoorlijk te kloppen. Onderzoeksbureau Gracenote, schreef The New York Times begin juli in een stuk over de hervatting van de Duitse Bundesliga, analyseerde 83 wedstrijden, waaruit bleek dat er in lege stadions vaker tegen thuis spelende teams werd gefloten  dan in volle stadions. Ze kregen ook meer gele kaarten tegen. Met andere woorden: ook de thuisfluiter is ten onder gegaan aan covid-19.

Het thuisvoordeel

Hoewel er uitzonderingen zijn die de regel bevestigen, spelen voetbalteams doorgaans liever voor eigen publiek dan in den vreemde. Het thuispubliek wordt niet voor niets ‘de twaalfde man’ genoemd: het collectieve enthousiasme en fanatisme van supporters kan bijna hetzelfde stimulerende effect hebben als doping. 

Valt dat publiek weg, dan zou je zeggen dat het thuisvoordeel ook wegvalt. Is dat terug te zien in de uitslagen? Na twee (post lockdown) speelronden in Duitsland concludeerde VI al dat er van thuisvoordeel geen sprake meer was in de Duitse ‘spookstadions’: van de achttien duels die gespeeld werden, eindigden er slechts drie in winst voor de thuisploeg. Na vier speelrondes (36 wedstrijden) waren dat er nog maar zeven, tegenover achttien winstpartijen voor de uitploegen. 

VI legde de winstpercentages van uitspelende ploegen van voor en na de lockdown naast elkaar: in de eerste 25 Bundesligawedstrijden werd 34 procent gewonnen door de uitspelende ploeg. Na de lockdown was dat 50 procent. Hoewel er nog veel meer wedstrijden gespeeld moeten worden om er iets definitiefs over te zeggen, kun je volgens VI stellen dat het thuisvoordeel is veranderd in een ‘uitvoordeel’.

Die analyse wordt bevestigd in voornoemd stuk van de The New York Times. Volgens de onderzoekers van Gracenote scoren thuis spelende ploegen minder vaak in lege dan in volle stadions (1,43 tegen 1,73 doelpunten per wedstrijd), schieten ze 10 procent minder vaak op doel, krijgen ze minder hoekschoppen en dribbelen ze minder vaak. Opmerkelijk: doelmannen doen het in het nieuwe normaal thuis minder goed dan uit. Het percentage schoten dat ze stopten was bij thuiswedstrijden significant lager dan bij uitwedstrijden.

De trainer

Een veelgehoorde klacht onder voetbaltrainers is dat ze hun spelers niet kunnen bereiken omdat ze overschreeuwd worden door het publiek. Erik ten Hag, trainer van Ajax, zei eens dat de invloed die hij op het spel kan uitoefenen tijdens wedstrijden nagenoeg nihil is omdat zijn spelers hem toch niet kunnen horen. Is dat nu anders? Alex Pastoor, trainer van de Oostenrijkse voetbalclub Rheindorf Altach, stond inmiddels al elf wedstrijden langs het veld in een leeg stadion. 

Hij wil eerst en vooral niet zeuren over de het nieuwe normaal in het voetbal. ‘Er is een nieuwe situatie ontstaan en daarmee moeten wij omgaan. Het beoordelen of veroordelen van zo’n nieuwe situatie kost me alleen maar energie. En als het mij energie kost en ik er over ga zeuren, dan gaan mijn spelers daarin mee.’ Dat gezegd hebbend: er is wel wat veranderd. ‘Het heeft een aantal voordelen: als coach kun je nu iedereen op het veld aanspreken, want er zit geen hond in het stadion. De linksbuiten die aan de andere kant van het veld speelt kun je nu zeggen wat je er allemaal van vindt. Dat is absoluut een voordeel.’ 

Pastoor kan zijn tactiek dus nu wat makkelijker tijdens de wedstrijd aanpassen. Tegelijkertijd moet hij daarmee oppassen, want als zijn spelers kunnen horen welke instructies hij geeft, kan de tegenstander dat ook. Pastoor merkt ook nog iets anders op. ‘Het gedrag op het veld is absoluut veel sportiever. Er wordt minder op elkaar gereageerd, er is wat meer respect voor de scheidsrechter en er zijn veel minder verhitte discussies.’

De speler

En tot slot: hoe is het voor de spelers om te voetballen in een leeg stadion? Om niet meer vooruit geschreeuwd te worden door je aanhang, of juist geïntimideerd te zijn door het vijandig thuispubliek. Joey Pelupessy, die met Sheffield Wednesday sinds de lockdown negen wedstrijden speelde in het Championship, de Engelse eerste divisie, merkt het verschil vooral voor de wedstrijden. ‘Vooral die eerste wedstrijd, dat was bizar. De wisselspelers zaten ook op de tribune, omdat ze op de bank niet voldoende afstand konden houden. Bij de warming-up merk je echt hoe stil het is. Je hoort iedereen schreeuwen en roepen, het galmt. Het is net een vriendschappelijke wedstrijd. Ik vond het heel vreemd.’ 

Na de aftrap merkt Pelupessy het verschil nauwelijks. ‘Dan ben je gewoon geconcentreerd op het spel.’ Behalve op de cruciale momenten dat spelers juist het publiek even nodig hebben. ‘Als je voorstaat en je moet nog 10 minuten, dan gaat het publiek er achter staan. Als je dan een tackle maakt of een vrije trap wint, gaan ze bij ons helemaal los. Dat helpt echt wel hoor, dat geeft een boost.’ Voor Pelupessy maakt het weinig verschil meer of hij uit of thuis speelt. ‘Dat is echt bijna hetzelfde. Niemand is tegen je, niemand is voor je.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden