Favorieten bezwijken onder druk

In 2004 werd Shizuka Arakawa in Dortmund volstrekt onverwacht wereldkampioene kunstrijden. De Japanse had voor het toernooi serieus overwogen met haar sport te stoppen....

De wereldtitel in Duitsland bracht haar op andere gedachten. Ze ging door, ze zag na haar plotse overstap naar de grote Russische trainster Tarasova plotseling nog mogelijkheden voor een fraaie epiloog van haar loopbaan.

Gisteren bleek haar inschatting juist. Arakawa, een 24-jarige profschaatster uit Sendai, werd de eerste olympische kampioene kunstrijden uit Japan. In 1992, in Albertville, was Midori Ito nog op zilver blijven steken.

De winnares van dat jaar had ook een uiterst Japanse naam. Ze heette Kristi Yamaguchi en was deels van Japanse afkomst. Haar paspoort droeg een Amerikaans stempel.

Arakawa is een volbloed Japanse, die veel van haar scholing op de schaats in de Verenigde Staten opdeed. Ze reed in Detroit en Connecticut. Ook trainde ze in Canada, nog zo’n groot land in de wereld van het kunstrijden. Japan importeert graag kennis uit die landen, zoals ook Russische trainers worden gecontracteerd.

Arakawa had er de voorbije jaren baat bij. Maar de concurrentie in eigen land nam hand over hand toe. Bij de NK in eigen land eindigde ze slechts als derde.

Dat zij deze olympische weken in Turijn mocht optreden, had veel te maken met de strenge leeftijdregel van de Internationale Schaats Unie. Anders was Mao Asada, drie maanden te jong voor deelname, zeker afgevaardigd.

Asada versloeg deze winter als prille 15-jarige de grote favorieten voor de gouden olympische medaille, Irina Sloetskaja uit Rusland en Sasha Cohen uit de Verenigde Staten. Japan was in alle staten dat de ISU ‘de beste kunstrijdster ter wereld’ verbood op het hoogste podium mee te doen. Zelfs premier Koizumi bemoeide zich met de zaak.

Niemand had het over Arakawa, de wereldkampioene van 2004. Zij werd niet in staat geacht een geslaagde aanval op de hegemonie van de VS en Rusland te doen. Ze leek uit vorm, maar schavend aan haar combinatie van drie drievoudige sprongen hervond ze op tijd het juiste gevoel en de timing.

In de korte kür eindigde ze al verrassend kort achter winnares Cohen en nummer twee Sloetskaja. In de lange kür ging ze met gemak over de twee heen. Cohen viel twee keer, Sloetskaja raakte één keer bij een mislukte Rittberger het ijs.

Arakawa was voor een avond onfeilbaar. Ze gleed van de ene sprongcombinatie naar de volgende en leek in trance. Ze had het gevoel van 2004 terug, toen ze op een zaterdagmiddag in de Westfalenhalle de wereldelite voor schut zette.

In 2005 was de Japanse bij het WK in Moskou op de negende plaats geëindigd. Het leek op 2003 toen ze in Washington achtste was geworden. Ze had alle trekjes van de eendagsvlieg.

Zelf zei Arakawa dat ze uit die tegenvallende prestatie in Rusland de inspiratie putte om door te gaan en alles op alles te zetten voor de Olympische Spelen.

In het Palavela schaatste ze op muziek van Puccini, Turandot, de mooiste lijnen. Ze miste geen sprong, paste wel de moeilijkheidsgraad tweemaal aan. De jury liet zich niet beïnvloeden door het ‘USA’ dat van de tribunes denderde en het Russische vlagvertoon van de nieuwe rijken die in Italië de stadions in bezit nemen.

De Japanse met de bovengemiddelde sprongkracht verdiende de olympische titel en kan met pensioen. Met 24 jaar ben je oud in een sport die de laatste drie Olympische Spelen werd gedomineerd door een 16-jarige (Sarah Hughes, 2002), een 15-jarige (Tara Lipinski, 1998) en nog een 16-jarige (Oksana Bajoel, 1994). Wel beheerst Arakawa een activiteit voor de Japanse jongeren: ze doet aan msn, I-ming in het Japans.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden