Reportage

Fans FC United of Manchester zijn wars van commercie

Ze wilden weer spandoeken, vuurwerk en staanplaatsen. Voormalige fans van Manchester United richtten hun eigen club op.

FC United-fan Zoe Mycroft verricht de symbolische start van de bouw van het nieuwe stadion van de club, in het noorden van Manchester.Beeld Matt Wilkinson

De eerste helft van de bekerwedstrijd tegen Buxton is een half uur oud wanneer de supporters van FC United of Manchester hun versie van Anarchy in the UK van de Sex Pistols ten gehore brengen. 'I am an FC fan', klinkt het uit enkele honderden kelen, 'I am Mancunian. I know what I want. (...) I wanna destroy Glazer and Sky. Cos I wanna be FC.'


FC United werd een kleine tien jaar geleden opgericht uit protest tegen de overname van Manchester United door de Amerikaanse miljonair Malcolm Glazer en de invloed van televisiezender Sky TV op de Premier League. De club maakt deel uit van de groeiende Anti Modern Football-beweging, die ook in andere landen de kop opsteekt en protesteert tegen de schaduwzijden van het moderne voetbal.


In de Premier League is het gemiddelde salaris van de voetballers onlangs de 2 miljoen pond (2,5 miljoen euro) gepasseerd, de bezettingsgraad van de meeste stadions ligt boven de 90 procent en de halve wereld kijkt via de satelliet mee. Op het veld spelen 's werelds beste spelers en op de tribunes is hooliganisme nagenoeg uitgestorven. De stadions zijn modern en van alle hedendaagse gemakken voorzien, tot en met wifi.


En toch gaat juist een bezoek aan Bower Fold, het stadion waar FC United haar thuiswedstrijden speelt, gepaard met een plezierig déjà vu-gevoel. Het gezang komt van de tribunes in plaats van uit luidsprekers, het duurste kaartje is slechts 12 pond (15 euro) en de hekken zijn behangen met spandoeken. 'Die van mij hangt daar', zegt Ian Broadbent, wijzend op een rood-zwart doek met de woorden 'Mancunian Magic'.

Beeld Henk Brands000

Geen spandoeken

De 55-jarige timmerman uit Stockport mocht al lang geen spandoeken meer ophangen op Old Trafford, het stadion van Manchester United, dat sinds 1971 zijn tweede huis was. 'Ik voelde me er steeds minder welkom. Ik ging altijd met een groepje vrienden, maar we konden niet meer bij elkaar zitten. Ik zat naast voetbaltoeristen.'

Dat een seizoenkaart 900 pond (1.150 euro) per jaar kostte, droeg niet bij aan Broadbents devotie. 'De gedachte dat mijn geld zou verdwijnen in de zakken van de Amerikaanse familie Glazer was de druppel. Nu sta ik hier, met vrienden, met plezier.'

De hoge prijzen - niet alleen voor kaartjes, ook voor programmaboekjes, een kopje thee en voetbaltenues - hebben geleid tot een stille revolutie. De arbeidersklasse heeft in de stadions plaatsgemaakt voor de middenklasse. De sfeer is erdoor veranderd.

Onlangs klaagde Chelsea-manager José Mourinho over de zwijgzaamheid van de toeschouwers op Stamford Bridge. In het Emirates-stadion van Arsenal is het zo stil als in een bibliotheek. 'Een stille, steriele omgeving hoort niet bij voetbal', klaagden fanatieke fans.

Gemor is er ook over de voetbalbond, die elke interland uit commerciële overwegingen op Wembley laat spelen. Volgens voetbalanalist Paul Hayward kan het nationale team het beste rondreizen, zodat ook voetballiefhebbers in Newcastle en Liverpool de kans krijgen een interland te bezoeken.

Hij wijst op landen als Italië en Duitsland, waar de nationale ploegen ook in steden als Bari en Düsseldorf spelen. Tevens klinkt de roep om, net als in de Bundesliga, de staantribunes terug te brengen.

Gidsland

Duitsland is om nog een reden een gidsland van de Anti Modern Football-beweging. Op VFL Wolfsburg en Bayer Leverkusen na zijn alle Bundesligaclubs deels in handen van de supporters. In het hiërarchisch ingestelde Engeland ontbreekt deze gewoonte om de term 'volksclub' letterlijk te nemen. Op het hoogste niveau zijn de meeste clubs het eigendom van schatrijke buitenlanders, voor wie de club een goudmijn (Manchester United, Liverpool) dan wel een hobby of prestigeobject (Chelsea, Manchester City) is.

In de laagste divisie spelen nu drie verenigingen die eigendom zijn van de fans: Exeter City, Portsmouth en AFC Wimbledon. Laatstgenoemde is de opvolger van Wimbledon FC, de club die werd overgenomen door een groep zakenlieden, de naam MK Dons kreeg en naar een nieuwbouwstad verhuisde. Enkele duizenden ontevreden fans richtten daarna AFC Wimbledon op. Wat als amateurclub begon, is inmiddels een profclub.

AFC Wimbledons oprichter Kris Stewart speelde een bijrol bij de oprichting van FC United of Manchester. In 2005 wisten de fans van Manchester United de overname door Sky TV nog tegen te houden. Ze stonden kort daarna machteloos tegenover de Glazers, een American Football-familie. Daarop wilden ze hun eigen club oprichten en Stewart hield een vlammend betoog dat de laatste twijfels wegnam.

Een van de toehoorders was Andy Walsh, de gekozen directeur van FC United en in die hoedanigheid de enige op de loonlijst. In de kantine vertelt de vakbondsman dat de breuk met de Red Devils hem pijn deed. 'In 1967 mocht ik als 5-jarige voor het eerst met mijn pa mee naar Old Trafford en mijn eigen zoontje kwam er op die leeftijd ook voor het eerst. Ik woon er om de hoek en passeer het stadion dagelijks. Ik volg ze via de televisie, gun ze succes, maar het is niet mijn club meer.'

Jubileum

FC United kan redelijk tevreden terugkijken op het aanstaande jubileum. Het begon in de tiende laag van het Engelse voetbal en speelt inmiddels in de zevende. Gemiddeld komen er tweeduizend fans naar thuiswedstrijden, een aantal dat mogelijk stijgt wanneer United binnenkort een eigen stadion betrekt. 'Een paar werken geleden hebben we daar 75 kilo aan narcissen geplant', zegt John Bradley, 'gele natuurlijk.' Geel en groen waren in de oertijd de kleuren van Manchester United.

Het planten van narcissen is een van de vele zaken die de gepensioneerde kastelein Bradley voor de club doet. 'Ik heb veel vrije tijd, dus ben overal voor beschikbaar, of het nu gaat om formulieren drukken of bollen planten.'

Ook hij was seizoenkaarthouder op Old Trafford, maar hij kon vanwege zijn werk alleen op zaterdagmiddag vrij nemen. Onder invloed van de televisie vonden steeds meer wedstrijden op zaterdagavond, zondag en maandag plaats. 'Dat was een van de redenen dat ik moest afhaken.'

Directeur Walsh vertelt dat hij regelmatig contact heeft met binnen- en buitenlandse clubs waar onvrede heerst over het grote geld. Dat varieert van Vitesse en ADO Den Haag in Nederland, tot Newcastle United in Engeland.

Swansea City

Het schoolvoorbeeld voor de 'supportersclubs' is Swansea City. Deze club uit Zuid-Wales was tien jaar geleden op sterven na dood. Nadat trouwe supporters begin 2002 een einde hadden gemaakt aan het schrikbewind van de Australische investeerder Tony Petty, begon een opmars naar de subtop van de Premier League. Enkele maanden geleden ging Jack to a King: the Swansea Story in première, een film over de voetbalvariant van 'van krantenjongen tot miljonair'.

Een typerend moment in de film is wanneer bij de buitenwereld verwarring ontstaat over de vraag wie de leiding heeft. De zes fans die elk een halve ton in de club hadden gestoken, onder wie de Haagse behangkoning John van Zweden, kozen toen noodgedwongen een voorzitter. Het werd de timide Huw Jenkins, dit vooral tot verrassing van zijn ouders.

Wat hem betreft is Swansea het toonbeeld van een gezonde club, eentje die niet afhankelijk is van een exotische suikeroom. 'Daarom hoop ik dat fans van andere clubs deze film zien', zei hij na de eerste vertoning.

Zelfs Swansea City is nu in beeld gekomen bij een investeerder, de Amerikaan John Morris, eigenaar van een honkbalclub. Jenkins staat welwillend tegenover Morris, wat tot vrees leidt bij de supporters. Enkele dagen eerder toonde de Amerikaanse investeerder Joshua Harris interesse in Crystal Palace, de Premier League-club met de luidruchtigste fans.

De invasie is geen toeval. Eigenaren van Amerikaanse sportclubs, met name het zieltogende honkbal, zijn verliefd geworden op de Premier League. Het spelen van Engelse voetbalwedstrijden op Amerikaanse bodem is hun doel.

Vuurwerk

De miljoenendans is een wereld verwijderd van het Bower Fold-stadion, gelegen aan de voet van de Pennine-heuvels, waar United of Manchester een beslissende 2-0 voorsprong heeft genomen tegen Buxton. Sterspeler Matthew Wolfenden maakt beide doelpunten en krijgt een publiekswissel. Hij wordt vervangen door Frank van Gils, een Nederlands talent uit de jeugdopleiding van Manchester City. Met de andere spelers bedankt hij na afloop de luidruchtige fans, die achter een gordijn van rode rook zitten. Vuurwerk is hier toegestaan, net als roken.

Een voldane Ian Broadbent peutert zijn spandoek los, terwijl hij nababbelt met zijn zoon Josh, die heeft gekeept bij FC United, maar nu een trede hoger speelt bij de naburige amateurclub Hyde. Naast een kraampje met shirts, sjaals en sokken van FC United of Manchester is vrijwilliger John Bradley druk in de weer bij een tafel vol met papieren.

Hij toont een formulier. 'Kijk, we hebben vandaag 3.250 pond (4.100 euro) aan prijzengeld verdiend. Dat is niet veel, maar het is ten minste ons geld. Anders dan op Old Trafford telt hier elke penny. Dat is de prijs van de vrijheid.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden