Reportage Voetbalopera in Veendam: Libretto in de Langeleegte

Failliete cultclub Veendam heeft zijn eigen voetbalopera, met Evert ten Napel als verteller

In de hele clubgeschiedenis komt geen vrouw voor. Daar werd een list op bedacht: ‘Een opera zonder vrouwen, dat kan natuurlijk niet.’ Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Zes jaar na het faillissement van voetbalclub SC Veendam is stadion De Langeleegte het decor van een ware voetbalopera. ‘De geschiedenis van Veendam is net de Matthäus-Passion: altijd lijden, met af en toe een hoogtepunt.’

‘Het was niks, het is niks, het wordt niks’, galmt de stem van personage Freya over het veld van De Langeleegte. De woorden zouden het refrein van het lijflied van de Veenkoloniën kunnen zijn. Op professioneel niveau gevoetbald wordt er al jaren niet meer in het stadion van voorheen Sportclub Veendam. Maar deze dagen is het veld het decor van de eerste voetbalopera op locatie: Veendammer Wind.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Het lijkt een groot contrast: opera heeft de naam elitair te zijn, terwijl er weinig meer volks is dan voetbal in de onderste regionen van de profcompetitie. Maar regisseur Harm-Ydo Hilberdink, vertelt hij een week voor de try-out op dezelfde locatie, ziet vooral parallellen: de passie, de collectieve beleving, de uiterste emoties van himmelhoch jauchzend zu tode betrübt. ‘Iedereen denkt bij opera aan Carmen en Aida, maar dit bestaat ook gewoon in Veendam.’

De opera begint waar het voor SC Veendam in 2013 eindigde: met een pijnlijk bankroet. ‘Het is over en uit’, zingt de curator op de middenlijn. Een leger figuranten met geel-zwarte sjaals om de nek vertolkt een woedende supportersmassa die door een pelotonnetje ME’ers weggehouden moet worden bij het podium waar het Veenkoloniaal Symfonieorkest de klanken speelt van wanhoop en razernij. De vertellersstem is die van voetbalcommentator Evert ten Napel. ‘Veendam failliet? Het zou toch niet?’

‘Als het faillissement ook in de voorstelling het einde zou zijn, werd het een Titanic-achtig verhaal van een onvermijdelijke ondergang’, verklaart Hilberdink. Hij kan er niet omheen: de geschiedenis van SC Veendam is een dramatisch verhaal. ‘Er zit hier in de streek nog steeds diep verdriet.’

Anekdotes

Zijn grootste uitdaging, zegt de regisseur in voetbaltrainerstaal, was om lijn aan te brengen in de bonte waaier aan anekdotes uit de markante clubhistorie van de geel-zwarten. Neem de beruchte escapades van doelman Frans de Munck in een caravan achter de tribune. Of de luidruchtige – maar jammerlijk mislukte – reddingsactie die clubicoon Henk de Haan tot bij De Wereld Draait Door aan tafel bracht. Chroniqueur van de Veenkoloniën en Dagblad van het Noorden-columnist Herman Sandman schreef mee aan de tekst. ‘Het is een verhaal geworden over veerkracht’, zegt Hilberdink.

‘De geschiedenis van Veendam is net de Matthäus-Passion: altijd lijden, met af en toe een hoogtepunt.’ Beeld Harry Cock

De tribunes staan er al, klonk het toen het plan voor de stadionopera landde. Maar uiteindelijk werd gekozen voor een stadion in het stadion, met de middenstip als middelpunt. ‘Ik wil het spel dicht bij de mensen brengen’, verklaart de regisseur. Ook figuurlijk, met een muzikale mengelmoes van aria’s en stadionhymnes, symfonie en dweilorkest. ‘Meezingen mag!’, moedigt Hilberdink aan in het programmaboekje.

En dat met hoofdzakelijk amateurs – in de geest van de club waar de meeste spelers zelden op meer dan een modaal salaris konden rekenen. De cast bestaat uit slechts vijf professionele zangers, het Veenkoloniaal Symfonieorkest onder leiding van Lubertus Leutscher, muziekkorps Voorwaarts en een ‘voetbalkoor’ vol enthousiaste liefhebbers.

Aan grote gebaren en dito vocale uithalen geen gebrek. Maar Veendam is geen Verona. Bovendien komt in de hele clubgeschiedenis geen vrouw voor. Daarop werd een list bedacht. Want, zegt regisseur Hilberdink: ‘Een opera zonder vrouwen, dat kan natuurlijk niet.’

Tragiek

Dick Heuvelman hoort het tevreden aan. De opera was een idee van de éminence grise van de Groningse sportjournalistiek. Al in 1958 kwam hij voor het eerst in De Langeleegte, met een uitje van de stadse voetbalvereniging Velocitas waar hij jeugdlid was. Later zat hij op de tribune als supporter van de sinds 1954 professionele cultclub, en daarna tijdens een lang professioneel leven als verslaggever. ‘Veendam heeft me altijd geïntrigeerd’, zegt de inmiddels 73-jarige Heuvelman. ‘Betaald voetbal in de armste streek van Nederland, dat was een voortdurende strijd om voorbestaan.’

Het zijn het drama en de contrasten waarom Heuvelman een opera in SC Veendam zag. In de club, zegt hij, komt de tragiek van de Veenkoloniën samen. ‘De geschiedenis van Veendam is net de Matthäus-Passion: altijd lijden, met af en toe een hoogtepunt.’ De promoties naar de eredivisie in de jaren tachtig noemt hij, de legendarische bekerwinst op Feyenoord in 1977 – het waren uitzonderingen in een clubhistorie vol kleurrijke figuren en smakelijke verhalen. Tijdens de laatste jaren zou Veendam in de benen zijn gehouden met zwart geld. ‘En wist je dat Veendam de eerste club van Nederland was met verwarmde tribune ? Die is later wel afgefikt.’

In de opera is er een wenkend perspectief. ‘De club gaat herleven. Het moet en het kan’, zingt het koor. Realistisch? Alleen de tribunes achter beide doelen zijn weggehaald, aan de lange zijden staan ze fier overeind. De ruimtes in de catacomben zijn nog volop in gebruik. ‘Als er een Russische miljardair langskomt’, zegt Heuvelman met een grijns, ‘dan kan hier zo weer profvoetbal gespeeld worden.’

De voetbalopera Veendammer Wind is te zien op 28, 29, 30 juni en 4 en 5 juli.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden