Kiki Bertens tijdens het WTA Masters toernooi in Rome.

Profiel Tennisjeugd

Faalangst en een onbegrensde wil om te winnen: het project Kiki Bertens op Roland Garros

Kiki Bertens tijdens het WTA Masters toernooi in Rome. Beeld AFP

Ze is vierde van de wereld en zou het zondag beginnende grandslamtoernooi van Roland Garros kunnen winnen. Talent, fanatisme en de steun van velen brachten Kiki Bertens in die positie. Maar dat ging lang niet altijd makkelijk.

Kiki Bertens werd als aanstormend tennistalent soms misselijk van fanatisme. Haar vroegere trainer Martin van der Brugghen omschrijft haar toestand als een cocktail van puber­hormonen en een haast onbegrensde wil om te winnen. Haar faalangst werd voor de wedstrijd soms zo hevig, dat haar oom Hans en tante Leonie zich langs de baan echt zorgen maakten. Moest ze wel spelen? Of konden ze haar beter tegen zichzelf in bescherming nemen?

Een keer viel Bertens zelfs flauw tijdens een partij. Ze zal een jaar of 18 zijn geweest. Daar lag ze, knock-out op de baan. De eerste woorden die ze zei, toen ze langzaam bij zinnen kwam: ‘Ik wil doorspelen’. Ook dat is volgens haar omgeving typisch Kiki; alles moet wijken voor de winst. Soms tegen beter weten in.

Bertens (27) is stilaan uitgegroeid tot de beste Nederlandse tennisster. Na een lange periode zonder noemenswaardig Nederlands succes brak de ­Wateringse in 2016 door met een halve ­finale op Roland Garros, het grandslamtoernooi op gravel in Parijs, dat zondag begint. Ze behoort de komende twee ­weken tot de favorieten. Ze won eerder deze maand het graveltoernooi van ­Madrid, bereikte in Rome de halve finale en is op de wereldranglijst gestegen naar de vierde plek.

Ze was nooit zo succesvol geworden zonder de hulp van familie, vrienden en middenstand uit het Westland, haar ­geboortegrond, en uit Berkel en Rodenrijs. Zij allen zetten een extra stap om haar profcarrière mogelijk te maken.

Op een mooie voorjaarsdag halen ­Bertens’ oom, tante en nichtje Michelle herinneringen op in de bestuurskamer van ATV Berkenrode in Berkel en Rodenrijs, de tennisvereniging waar Kiki voor het eerst een racket in haar handen kreeg. Over de eerste keer dat Kiki meeging naar de club: ‘Ze logeerde bij ons ­tijdens de zomervakantie. Kiki was 6. Baan vier, op het groene gravel. Ik weet het nog goed’, zegt oom Hans, die vele jaren in het bestuur van de club zat. ‘Ze sloeg direct ballen over het net.’

Bertens woonde vrijwel haar gehele middelbareschooltijd bij haar oom en tante, die zich als een gastgezin ontfermden over het tennistalent. Wateringen was net te ver van de tennisclub om dagelijks op en neer te reizen. In Berkel en Rodenrijs had ze een kamer en een huissleutel.

Het tennisleven was zwaar, beamen oom en tante. Maar thuis was het ontspannen. Behalve op spelletjesavonden – dan vlogen de borden mens-erger-je-niet en monopoly door de woonkamer. Tante Bertens: ‘Maar verder was het een fijne meid om in huis te hebben. Frustratie was er alleen op de baan met Martin, haar coach. En als ze vanwege het tennis weer een verjaardag moest missen van iemand. Ze is echt een familiemeisje.’

Trainer Martin van der Brugghen kreeg de ­bijnaam ‘tennisvader’. Met reden: vanaf die ene zomerdag in 1998 ontfermde de ervaren trainer zich over ‘het grootste talent’ waarmee hij heeft gewerkt. Een haat-liefderelatie, want makkelijk was het nooit.

Kiki Bertens. Beeld AFP

Heftige emoties

‘Het was zo’n strijd elke dag’, zei ­Bertens over haar jeugdjaren op de baan in NRC Handelsblad. Dat geeft Van der Brugghen toe: ‘Nee, echt leuk is het nooit geweest. Er is ook wel met rackets ­gegooid. En de emoties konden hoog ­oplopen. Maar ruzie was het nooit. We schreeuwden niet tegen elkaar.’

Achttien jaar werkten ze samen. Drie jaar geleden scheidden de wegen van Bertens en Van der Brugghen – de twee groeiden uit elkaar na bijna twintig jaar intensieve samenwerking. Raemon ­Sluiter, die eerder was aangetrokken door Van der Brugghen, nam de taken over. De coach wil niet te veel kwijt over het conflict. ‘Als er nieuwe mensen bij het team komen, kan het zo lopen. Over die breuk kan ik kort zijn. Het is jammer dat het zo is gegaan. Maar we hebben weer voorzichtig contact.’

Van der Brugghen veert op in de kantine van Berkenrode als hij begint over ‘het proces’ waarmee Bertens de top heeft gehaald. Hij pakt een racket en houdt het handvat wat onhandig vast, zijn pols raar gedraaid onder de grip. ‘Kijk, zo hield ze haar racket aanvankelijk vast. Dat moest anders. Als ze de top wilde halen, dan moest ze haar forehand verbeteren. Dat heeft flink wat onderlinge oorlogsjaren gekost, want ze wilde het niet veranderen. Ze heeft er nog tot ver in haar profjaren aan gewerkt.’

De trainer omschrijft Bertens als ­‘extreem resultaatgericht’. Dat ze de ­eerste partijen verloor met de nieuwe ­forehandgreep werd Van der Brugghen niet in dank afgenomen. ­Nu heeft ze een van de beste ­forehands van de wereld, waarmee ze ­zeker op gravel harde spinballen kan slaan om de tegenstander kapot te spelen.

Van der Brugghen komt met een ­ander voorbeeld: ‘Ze kon geweldig ­verdedigen. Daarmee kwam ze al op jonge leeftijd aan de Nederlandse top. Maar ik wist: wil ze de wereldtop halen, dan moet ze fouten durven maken en voor winners gaan. Dat zat er van nature niet in. Dus toen ze aanvallender ging spelen, maakte ze ook meer fouten. Ze verloor wedstrijden die ze met verdedigend spel zou hebben gewonnen. Tot ze het doorkreeg. Het leverde haar uiteindelijk meer overwinningen op, ­zeker tegen betere tegenstanders.’

Altijd oefenen

Makkelijk waren die jaren dus niet, ­benadrukt Van der Brugghen nog een aantal keer tijdens het gesprek. Elke dag moest ze naar de club – oefenen, oefenen, oefenen. En telkens was daar die grote man uit Delft, streng en ambitieus. ‘Het was een intense samenwerking, ja. Maar je groeit wel naar elkaar toe. Je maakt van iets onbelangrijks iets heel belangrijks: dat is de essentie van ­topsport. Dat kan heftig zijn.’

Vooral omdat de uitkomst ongewis is. Zelden halen spelers de top-200: vanaf die positie begint tennis pas een beetje te lonen. Voor het grote geld moet je nog hoger op de ranglijst klimmen. Haar toernooizege in Madrid, half mei, leverde Bertens 1,2 miljoen euro op.

Buiten de baan stonden meer mensen klaar om Bertens te helpen. Zoals Niek Velten die nog steeds op de club komt. Hij gaf aardrijkskunde op het Segbroek College in Den Haag, waar Bertens op school zat. Als ‘taxiservice Velten’ paste hij zijn rooster aan om Bertens dagelijks van Den Haag naar Berkel en Rodenrijs te chaufferen.

Terugdenkend aan die ritjes: ‘Als we de Utrechtsebaan opreden dommelde Kiki al langzaam in. Een welkome powernap, tussen school en training. Het ritje van een half uur was precies genoeg voor haar om zich op te laden.’

Velten herinnert zich nog goed hoe ze tijdens zo’n rit een verslag hoorde van een grandslamtoernooi. ‘Daar sta jij ook, als je groot bent’, voorspelde Velten. Een verlegen glimlach verscheen op haar ­gezicht en ze schudde haar hoofd. ‘Het is een lieve meid’, zegt Velten over zijn oud-leerlinge, die van vwo naar havo overstapte om meer tijd over te hebben voor de sport.

In de omgeving van Bertens realiseerden ook anderen zich dat er een zeldzaam talent rondliep op de banen van Berkel en Rodenrijs. Vaak voor niets boden mensen hun diensten aan. Pedicure Gerarda Hulst verzorgde haar voeten, die het zwaar te verduren kregen van het sprinten en glijden op de gravelbaan. De voorzitter van de club regelde dat Bertens altijd terecht kon als ze wilde trainen.

Vanuit de lokale middenstand werd er geld bijgelegd voor rackets en reizen. ­Eijgenraam Hoogwerkers en De Milieu Express, een regionaal afvalverwerkingsbedrijf, waren in de eerste jaren dat ze zich aan de Nederlandse top meldde haar belangrijkste sponsors. Ook fysiotherapeut Ed van de Broek en conditietrainer Dammie Bolle stonden vaak ­onbezoldigd klaar.

Paul Eijgenraam, van Eijgenraam Hoogwerkers, zag het niet als een investering, maar als pure sponsoring. Dat ze inmiddels ruim 8 miljoen euro heeft verdiend als professioneel tennisster, interesseert hem niks. Hij vond het gewoon mooi. ‘Zelf kwam ik ook veel op de club, maar zelfs ‘begenadigd amateur’ kon je me niet noemen. Van der Brugghen was mijn trainer en vertelde me over Bertens.’

Lang hoefde Eijgenraam niet na te denken: ‘Ik kon die vijf-, zesduizend euro per jaar goed missen. En zij kon daar wedstrijdreizen van maken, rackets van kopen, dat soort zaken. Ik ben blij dat ik mijn steentje heb kunnen ­bijdragen.’

Tennis als last

Op de club in Berkel en Rodenrijs ­lopen opnieuw grote talenten rond met dezelfde ambities als Bertens. Zoals Anouk Koevermans, die Nederlands kampioen werd in de categorie tot 12 jaar. En Suzan Lamens, zij won drie jaar geleden het NK tot 18 jaar. Ze volgen de prestaties van hun clubgenoot op de voet. Ook de komende weken als ze in ­actie komt in Parijs. Dat podium willen ze ook bereiken. Dat ze dezelfde weg bewandelen, is een extra motivatie.

Bertens is al een tijdje niet meer op ATV Berkenrode geweest. Ze reist de wereld rond en is vele maanden per jaar van huis. Ze mist nog steeds verjaardagen. Het tennisleven blijft een soort van last, weet oom Hans. ‘Dat zal waarschijnlijk altijd zo blijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden