Sport Formule 1

F1-monteurs harde werkers in de schaduw van de jetset

Max Verstappen reist businessclass, heeft een personal trainer en slaapt in de beste hotels. Allemaal om hem zondag in Azerbeidzjan na een slopende seizoenstart met races in Australië, Bahrein en China messcherp aan de start te krijgen. De monteurs die zijn auto in topconditie houden en de pitstops verzorgen, moeten net zo fris zijn. Alleen dan zonder die luxe.

Formule 1-coureur Max Verstappen in actie op het circuit van Suzuka tijdens de Grand Prix van Japan. Beeld ANP

Monteurs opereren in de schaduw van de jetset. Net als de coureurs maken ze lange dagen, zijn ze de helft van het jaar van huis en staan ze permanent onder hoogspanning. Ze krijgen er alleen geen megasalaris of glamourleven voor terug.

‘Gepensioneerd als 30-jarige of gescheiden’, schreef de BBC eens over het bestaan van de Formule 1-monteur. Volgens Marc Priestley (42) is daar niets van overdreven. Tussen 2000 en 2009 was hij monteur bij McLaren, na Ferrari het succesvolste team in de Formule 1. In die periode ging zijn eerste huwelijk eraan.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

‘Mijn tweede vrouw ontmoette ik in de Formule 1. Dat is toch een iets makkelijker startpunt’, zegt hij lachend. ‘Geregeld sta je om 3 uur ‘s nachts nog voor een auto die in honderden stukken ligt. En het is nou eenmaal geen baan die je thuis vergeet. Na een race ben je een dagje thuis om je spullen uit te pakken en dan moet je weer naar de fabriek.’

Formule 1-monteurs zijn in de eerste plaats liefhebbers, zegt Priestley. Anders is het afmattende bestaan niet vol te houden. ‘Als ik niet in de Formule 1 had gewerkt, was ik de grootste fan van de sport.’ Zijn ogen twinkelen als hij over pitstops praat: ‘Je bent een normale gast die opeens een actieve rol speelt in de uitkomst van een van de grootste sportevenementen ter wereld. Die adrenalinekick is niet te kopiëren.’

Elke monteur heeft zijn eigen rol tijdens een raceweekeinde, legt Priestley uit. Per team mogen er maximaal zestig technici en monteurs actief aan de auto’s werken. Bovenaan de hiërarchie staat de zogenoemde chief mechanic, die alle monteurs overziet. Daaronder staan de twee ‘no. 1 mechanics’ die een auto onder hun hoede hebben.

Eigenlijk zijn er twee teams binnen een team, zegt Priestley. Meestal gaat dat goed, tot teamgenoten strijden om de wereldtitel, zoals de oud-monteur ervoer in 2007 bij McLaren met Lewis Hamilton en Fernando Alonso. ‘Dan zit je grootste rivaal plots aan de andere kant van de garage. Dat is heel raar. Je juicht ook niet echt als de ander wint.’

Monteurs werken intensief samen met de coureur. In die relatie is onderling respect belangrijk. Max Verstappen kreeg meteen na zijn overstap van de kart- naar de autosport van zijn vader Jos het advies altijd zijn monteurs te bedanken. Een gouden tip, vindt Priestley. ‘Het kost geen moeite, maar kan veel betekenen. Lewis en Fernando waren in 2007 alleen maar met elkaar bezig. Op een gegeven moment verliest je dan respect, zet je onbewust niet meer dat extra stapje. We hadden dat jaar de snelste auto, maar grepen overal naast.’

Priestley werkte met meervoudig wereldkampioenen en schreef een boek over zijn turbulente F1-leven. Hoewel hij soms de kick van een geslaagde pitstop nog mist, heeft hij nooit spijt gehad van zijn besluit om in 2009 te stoppen. Voor zijn gevoel heeft hij in de hoogtijdagen van de raceklasse gewerkt: ‘Er was nog volop geld van de tabaksbedrijven. We vlogen met privéjets de wereld over en droogden natte circuits met helikopters. Het maakte niet uit wat het koste, als het doel maar de middelen heiligde.’

Ontlading

Die tijd is voorbij. Tabaksreclame is verboden en de sport reguleert de uitgaven van de teams steeds meer. Het heeft de sfeer in de sport minder los gemaakt. Priestley: ‘Bij ons was het meer work hard, play hard. Als we op tijd in ons hotel waren, gingen we tot diep in de nacht de stad in. Die ontlading hadden we ook nodig, omdat we zo hard werkten.’

Volgens hem kan de huidige generatie monteurs zich dat niet meer permitteren. ‘Iedereen heeft tegenwoordig een smartphone, alles wordt gefilmd. Nu zoeken ze ontspanning in sport. Na een lange dag rennen ze een rondje over het circuit. Wij renden zo snel mogelijk naar de bar.’

Daarnaast is het werk veranderd. Priestley stoomde op ervaring door naar de Formule 1, na jaren te hebben gewerkt in lagere raceklassen. ‘Nu kun je als monteur zo vanaf de universiteit instromen. Neem het differentieel. Als wij dat wilden aanpassen, moesten we dat uit de auto halen. Nu verander je gewoon wat software. Dat vraagt om andere kwaliteiten.’

De werkdagen zijn alleen nog net zo lang. Priestley benijdt ze niet, vooral omdat Formule 1-seizoenen intenser zijn dan ooit. In zijn tijd stonden er nooit meer dan 19 races per seizoen op de kalender. Dit jaar zijn dat er 21. En als het aan de Amerikaanse eigenaren ligt, worden dat er in de toekomst misschien wel 25.

Priestley denkt dat zo’n uitbreiding onverantwoord is met oog op de veiligheid. In een sport waarin voortdurend op de limiet wordt gewerkt, ligt gevaar altijd op de loer. Een jaar geleden brak tijdens de GP van Azerbeidzjan een Ferrari-monteur nog zijn been tijdens een pitstop.

‘Het werk is zó veeleisend. 21 races is al op het randje’, zegt hij. ‘Als ze er meer willen, moet je misschien werken met schaduwteams. Dat kost weer geld. En wat doe je met al die mensen als je opeens toch weer teruggaat naar 20 races? Als ze iets beslissen, moet het duurzaam zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden