Evenwichtig als altijd

Hij herkent zich in Denis Mentsjov, maar Robert Gesink is de renner die in zijn voetsporen moet treden. Erik Breukink over het succes van zijn wielerploeg....

De beste Tour de France voor Rabobank? Technisch directeur Erik Breukink (46) wilde er donderdag, boven op de Tourmalet, niet aan. De ronde was nog niet afgelopen, en bovendien: hoe vergelijk je de ene met de andere?

Tellen twee klasseringen in de toptien zwaarder dan vier ritzeges? En moet een van die klasseringen vandaag in de tijdrit niet worden omgezet in een podiumplaats?

En die ene Tour de France dan? ‘Die Tour waar we het nooit meer over willen hebben’, zegt hij over de ronde van 2007, waarin Michael Rasmussen op weg leek om de bank aan de gedroomde eindzege te helpen. En waarover hij dus liever zwijgt.

Breukink is in de Tour van 2010 evenwichtig als altijd: niet te euforisch, niet te koel, niet te negatief, niet te positief, niet te complimenteus, niet te verwijtend. Als er wordt gewonnen, verkeert hij nimmer in hogere sferen, en hij kan relativeren als hij verliest. ‘Het kan altijd beter, je wilt altijd meer.’

Technisch directeur is hij tegenwoordig, een functie die tot vorig jaar niet bestond. Zelf prefereert hij de benaming ‘sportief manager’. Die titel impliceert tenminste dat hij met sport bezig is, want het laatste dat hij wilde was een kantoorbaantje.

Er werd gezegd dat hij werd weggepromoveerd na de Tour van 2009, een ronde die pas op de voorlaatste dag een positieve wending kreeg met de etappezege van Garate op de Mont Ventoux. De kritiek op de ploegleiding was hevig. Vastgeroest en ongeïnspireerd, luidde het eindoordeel in de media. Voor Breukink zou om die reden een ander baantje zijn gecreëerd.

‘Weggepromoveerd, pff, had ik wel leuk gevonden’, zegt Breukink stoïcijns. ‘Zou ik het dan hebben gedaan? Als ik er ook zo over dacht?’

In werkelijkheid, vertelt Breukink, kreeg hij de functie na de Tour van 2008 al aangeboden. Toen bedankte hij. Hij vond het ploegleidersschap nog veel te mooi. Een jaar later werd hem weer gevraagd een buffer te worden tussen algemeen directeur Harold Knebel en de ploegleiders. ‘En toen dacht ik: laat ik eens wat anders proberen.’

Twee magere jaren
Hoe anderen dat interpreteren, dondert hem niet. Hij heeft zijn waarheid. Het draait – na twee magere jaren – op rolletjes in de Tour de France, het evenement dat de marktwaarde van een elke wielerploeg bepaalt. Cruciaal in een jaar waarin de sponsor beslist of het contract na 2012 weer wordt verlengd.

Denis Mentsjov (32) heeft met een goede tijdrit nog uitzicht op een podiumplaats, Robert Gesink (24) debuteert – zijn eerste vijfdaagse Tour vergetend – waarschijnlijk met een zesde of zevende plek. Hij is de Nederlandse klassementsrenner waar de bank – en de wielerliefhebber – naar smacht. Onmiddellijk wordt er naar ploegleider Adri van Houwelingen gewezen als architect van het huidige succes, een man die zich veel makkelijker bloot geeft dan Breukink. Frisse wind, goede tactiek, scherpe analyses: het is de perceptie van Rabobank vandaag. ‘Daar moet je helemaal niet mee zitten’, zegt Breukink.

Hij weet wat wel en niet waar is. In de Tour zit hij elke dag naast Van Houwelingen in de ploegleidersauto. Twee zien meer dan een. Over hiërarchie hebben ze het niet. Ze denken alleen aan het belang van hun renners. Hij lacht erom als er wordt gezegd en geschreven dat Van Houwelingen ook al de man was die aan het roer stond toen Mentsjov zijn Vuelta’s en Giro won. ‘Volgens mij was ik daar ook bij Maar moet ik dat van de daken schreeuwen dan?

‘Intern hebben we het gevoel dat we het met z’n allen doen, dat is het belangrijkste. Dan moet je niet gepikeerd zijn als er eens iemand op een hoger voetstuk wordt geplaatst. Adri kan er daar ook niets aan doen. We hebben een groot begeleidingsteam, met veel persoonlijkheden en heel veel verschillende meningen, daar moet je het beste uit halen. We hebben vaak conflicten onderling, en dan moet je er ook tegen kunnen dat je niet altijd gelijk krijgt.’

Breukink kijkt bedenkelijk bij de suggestie dat hij zich beter moet verkopen. Hij kaatst terug dat je beter met de voeten op de grond kan blijven. Hij heeft ze allemaal zien komen de laatste jaren, al die ploegen met hun managers, die hoog van de toren bliezen en beweerden dat ze het allemaal anders deden dan de gevestigde orde.

Hij gelooft best in de toegevoegde waarde van de angelsaksen, die anders over de sport denken dan in Nederland bijvoorbeeld. ‘Maar het is wel een beetje overdreven om te zeggen dat ze het allemaal zo veel beter doen.’

Kijk naar Team Sky. ‘Daar hebben ze heel erg uitgepakt, maar het is geen garantie dat je de beste wordt.’ Ze pochen met zaken die bij ons al jaren vanzelfsprekend zijn, vindt Breukink. ‘Alles wat nieuw is wordt uitgelicht, terwijl je dan zelf wordt afgeschilderd als een ploeg die niet meegaat in ontwikkelingen. Ze verkopen het mooi, dat kunnen ze heel goed. Nee, dat heb ik nooit gedaan. Misschien moet dat wel.’

Visie bepalen
Misschien moet dat nu inderdaad, als technisch directeur. Hij moet de visie bepalen, hij is de man die op sportief gebied de knopen doorhakt. Als Mentsjov naar de Giro wil, maar de technisch directeur het parcours veel te zwaar vindt, heeft hij het laatste woord. Mentsjov ging niet.

Net zoals hij in samenspraak met het management besloot de Rus voor de Tour geen nieuw contract aan te bieden.’We hebben hem een beetje onder druk willen zetten. Het had averechts kunnen werken, maar het is goed uitgepakt. De meeste renners zoeken heel erg snel naar veiligheid en soms moet je ze die niet geven. Wij wilden heel graag een goede Tour van Denis. Hij is daar zelf altijd onzeker over. En wij ook. Ik heb ook al veel Tours met hem gedaan waarin hij op de belangrijke momenten niet thuis gaf.’

De Rus heeft hem deze keer verbaasd, vooral in de eerste week, in die rit over de kasseien. Hij heeft hem onderschat, geeft Breukink toe. Mentsjov handhaafde zich in de groep met de favorieten. ‘Ik had voor die rit meer vertrouwen in Robert dan in Denis. Ik vergelijk Denis meer met mezelf. Het zou ook niets voor mij zijn geweest, zo’n rit.’

Cruciaal was de verkenning van de etappe voor de Tour, daar groeide het vertrouwen. En niet te onderschatten was ook de aanwezigheid van Gesink. ‘In het verleden zat Denis vaak achterin, maar Robert houdt daar niet van. Die zat voorin, goed omringd, dus volgde Denis gewoon de ploeg. Het was gezonde concurrentie.’

Volgens Breukink is er geen sprake van animositeit tussen beide kopmannen. Er is weinig contact, maar ook geen afgunst. Ze gaan hun gang, hoewel de jongste het misschien graag anders zou zien. ‘Denis heeft Robert niet als een bedreiging gevoeld, zoals met Michael Rasmussen in 2007. Robert is een echte ploegman, die is niet alleen met zichzelf bezig. Die leeft mee met andere renners en vindt het mooi als iemand in een ontsnapping zit, daar krijgt hij een goed gevoel van, dat motiveert hem alleen maar.

‘Rasmussen focuste alleen maar op zichzelf. Dat vond Denis maar niets. Toen hij in 2007 zag dat Rasmussen beter was, gooide hij snel de handdoek. Dat heeft hij heel erg in zich, dat hij het laat gebeuren en er dan pas achteraf over begint, in plaats van op het moment zelf in te grijpen.’

Breukink heeft de Rus binnen de ploeg altijd verdedigd. Hij is van veel meer waarde dan de buitenwereld denkt. ‘Hij is zoals hij is, zo hebben we hem in de ploeg geaccepteerd. Hij stond er niet elk jaar, maar hij had altijd zijn goede momenten. En daarom ben ik altijd voor hem op gekomen.’

Want hoewel Gesink de man is die als klassementsrenner in Breukinks voetsporen kan treden, zijn er meer gelijkenissen met Mentsjov. Met de laatste heeft hij ook al veel meer meegemaakt. ‘Waarin ze op elkaar lijken is dat bij allebei hun plannen moeten worden uitgevoerd. Het is de kracht van de kampioen. Doordrammen. Ik was makkelijker, op dat gebied had ik er meer uit kunnen halen.

‘Ik ben een ander persoon dan Robert, die is veel explosiever en kan veel heftiger uit de hoek komen. Hij is ook onrustig. Je moet hem ook niet opjagen, dat werkt averechts. Maar je moet hem wel de dingen zeggen die hij niet goed doet, dat heeft hij graag. Robert is een open boek, hij wil ook dat binnen de ploeg alles op tafel ligt. Dat werkt lekker.

‘Ik was anders als renner, veel rustiger. Ik had soms wel eens nodig dat iemand mij achter de vodden zat. Denis heeft dat flegmatieke ook. Ik begrijp hem beter. We zijn ook hetzelfde type renner: hij kan misschien iets minder tijdrijden, maar beter klimmen. ’

Toekomstige Tourwinnaar?
Gesink is de typische klimmer die moet leren tijdrijden. Of hij deze Tour in de jonge Nederlander een Tourwinnaar heeft gezien? Met die druk wil hij zijn renner niet opzadelen. Hij weet wat dat etiket met iemand kan doen.

‘Wat het meest realistisch is, is dat hij in de Tour kan domineren in de bergen, dat hij de beste klimmer wordt. Als hij nog een beetje meer kracht krijgt, zit hij op het niveau van Contador en Schleck. Maar hij moet die stap nog wel maken. Hij zou iets meer tempowisselingen aan moeten kunnen. Als hij een tandje groter kan rijden, kan hij zelf ook een keer aanvallen. Hij kan het wel, ik heb het hem in de Vuelta zien doen.’

Het is onmiskenbaar dat Gesink de komende jaren in de Tour de kopman is van de Nederlandse wielerploeg. De toekomst van Mentsjov is nog ongewis. De Rus heeft aanbiedingen op zak van tal van andere ploegen. Breukink wil niet op de gesprekken met zijn kopman vooruitlopen.

Het heeft ook te maken met de toekomst van de ploeg. Natuurlijk is die vooral oranje gekleurd, maar Breukink weerspreekt dat ze het met alleen landgenoten af kunnen. ‘Daarvoor rijden we een te groot internationaal programma, dat gaat gewoon niet. Je moet er ook voor waken dat jongens als Gesink, Boom of Mollema te veel wedstrijden rijden. Ik heb dat als jonge renner wel gedaan. Mijn carrière als klassementsrenner is er jaren door bekort.’

Sterk blok
Afgelopen week vielen de namen van Matti Breschel en Luis Leon Sanchez als aankopen. Het verleidde Lars Boom tot openlijke kritiek. Hadden ze niet genoeg vertrouwen in hem? Breukink kan het wel hebben. Boom is de man met bravoure. ‘We hebben juist veel vertrouwen in hem, maar hij zou een sterk blok om zich heen moeten willen in de klassiekers.’

In tegenstelling tot de laatste jaren zouden de buitenlanders de knechten van de Nederlandse kopmannen moeten zijn. Zo zou hij het graag zien, zegt Breukink. Hij is niet bang dat Gesink, net als hijzelf in de jaren bij Peter Post, daardoor mogelijk te vroeg wordt opgezadeld met het leiderschap. ‘Robert kan met die druk wel omgaan. Ik zie hier elke ochtend weer een frisse kop aan het ontbijt verschijnen. Dat is geruststellend. Waar anderen met wallen onder hun ogen lopen en uitgemergeld zijn, meldt hij zich elke keer weer gretig voor de dag die komen gaat. Hij herstelt heel snel.

‘En wel of geen Mentsjov, het betekent niet dat we hem meteen met extra druk opzadelen. We moeten het niet zo vanzelfsprekend vinden dat het allemaal heel snel veel beter gaat.

‘Robert is nog jong, hij heeft misschien nog wel een Tour nodig om dat laatste stapje te maken. Dat heb je ook bij Contador gezien. We moeten niet meteen verwachten dat hij volgend jaar het podium zal halen. Het kan, maar het hoeft niet.’

Wat Gesink nog ontbeert is de rust van de ervaren renner, merkte Breukink. Het overzicht om bij moeilijke situaties als een kopman te reageren. Dinsdag raakte hij in paniek toen hij al bij de eerste beklimming achterop raakte. ‘Hij wordt ongeduldig bij onverwachte situaties. Ik weet ook wel dat hij op dat moment dacht: ik heb tweeënhalve week gewerkt om zo hoog te staan, dat ga ik nu allemaal verspelen. Ik kan me dat héél goed inbeelden. Maar ik weet ook wat paniek met je doet.

‘Hij leert zo snel. Toen hij op dezelfde dag van fiets moest wisselen en tussen de auto’s moest terugkeren, reageerde hij al kalmer. Toen nam hij nog snel een bidon en wat gelletjes voor Denis mee.

‘Robert is een knokker. Dat hij moet blijven vechten, hoef je hem niet te vertellen, in knokken is hij een meester. Het is prachtig om zijn ontwikkeling zo van dichtbij te zien. Ik vind het niet vanzelfsprekend hoor, wat hij op deze leeftijd allemaal doet. Laat anderen daar maar anders over denken.’

CV Erik Breukink
1964 geboren in Rheden

1985 begin wielercarrière bij Skala Gazelle

1986 - 1997 professional bij de ploegen Panasonic, PDM, Once en Rabobank

1988 tweede in eindklassement Ronde van Italië, alsmede 2 etappezeges

1990 derde in eindklassement Tour de France, alsmede 4 etappezeges

1993 Nederlands kampioen op de weg

1993 zevende in eindklassement Ronde van Spanje, alsmede een etappezege

1997-1998 pr-medewerker Rabobank

1998-2004 co-commentator bij NOS

2004 - heden ploegleider en inmiddels technisch directeur Rabobank

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden