Interview Yvonne van Vlerken

Europees kampioen Yvonne van Vlerken houdt het na 45 hele triatlons voor gezien: ‘Ik doe niks half’

Yvonne van Vlerken (40) gaat na 45 hele triatlons met pensioen. Ze won ook haar laatste wedstrijd over de hele afstand, de Challenge in Almere, waar ze Europees kampioen werd.

Tranen bij het afscheid in Almere. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Het schemert nog als Yvonne van Vlerken over het IJmeer tuurt voor de start van haar laatste hele triatlon. Ze wordt de hele week al overmand door emoties. Als het startschot bijna klinkt, vullen haar ogen zich opnieuw met tranen.

Vijf weken geleden besloot Van Vlerken er plotseling mee te stoppen. De Challenge in Almere zou haar laatste lange afstand zijn. Nog één keer wilde ze 3,8 kilometer zwemmen, 180 kilometer fietsen en een marathon, 42.195 kilometer, lopen.

Van Vlerken maakte dit jaar al niet meer de fietskilometers die voorheen op haar programma stonden. Ze begon met coachen, waar ze veel plezier uit haalt maar wat ook tijd vreet. Ze is 40 jaar en wil graag een kind. ‘Eentje. Een meisje’, zegt ze met haar aanstekelijke lach in het huis van haar ouders in het dorpje Streefkerk bij Gouda, een paar dagen voor haar laatste race. In het leven van een triatleet blijft niets ongepland.

Van Vlerken bij aanvang van haar laatste volledige triatlon. Beeld Jiri Büller/ de Volkskrant

Van Vlerken wilde eigenlijk door tot ze niet meer mee zou kunnen met de top. Dat moment kwam niet. Ze won haar 45ste en laatste triatlon zaterdag met groot machtsvertoon. Met een tijd van 8.56.10 werd ze Europees kampioen. Het was haar 16de zege over de lange afstand. Ze dook voor de 17de keer onder de negen uur. Hoe dat voelt? Van Vlerken haalt haar schouders op. ‘Ik weet het niet. Snel?’

De triatlete weet niet beter dan dat ze in ‘de zesde versnelling’ leeft. ‘Ik ben altijd helemaal hieperdepieper, vind alles geweldig en doe niks half. Ik doe alles voor vijfhonderd procent. Dat gaat heel lang goed, tot de stekker er een keer uit wordt getrokken en ik een paar dagen helemaal aan gort ben.’

Twintig jaar geleden was er zo’n moment. Het werd de start van haar carrière. Van Vlerken, toen 21, lag met een dubbele longontsteking op de bank. Ze werkte in die tijd zestig uur per week in allerlei baantjes, variërend van sportmasseuse tot aerobicsinstructrice en gymjuf. Ze vloog van hot naar her op haar racefiets waarmee ze op de Lekdijk de wind trotseerde. Tussendoor sportte ze nog zo’n twintig uur, ze voetbalde in de Goudse selectie.

Yvonne van Vlerken tijdens het zwemonderdeel van haar laatste volledige Triathlon. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Ziek op de bank zette ze de tv aan. Tijdens het zappen stuitte ze op het programma The Ultimate Fitness Challenge. Daarin namen kandidaten op een tropische bestemming het tegen elkaar op tijdens allerlei sportproeven. Net wat voor haar. Ze schreef zich in en zat ineens op Malta. ‘Dat was zo gaaf, joh. Ik kwam tot de finale. Moesten we van een boot springen, naar de kust zwemmen, loopschoenen aan en strand en bergen over.’

Modeshow

De deelnemers moesten elke avond meedoen aan een modeshow. Vond ze verschrikkelijk. ‘Ik kreeg daar nooit punten voor. Ik ben een meisje van het dorp. Ik hoor tussen de koeien. Ik gebruik geen make-up en loop niet op hakken.’

Als triatleet geeft ze wel om haar uiterlijk. Mascara komt er niet op, maar ze hecht veel waarde aan de kleur van haar pakje. Sinds een paar jaar gaat ze volledig in het roze, inclusief fiets. ‘Dat vind ik bij mij passen. Vrolijk, gezellig, druk.’

Van Vlerken praat honderduit, alsof ze tijd tekortkomt. Ze springt van de hak op de tak. Van het ‘bakkie koffie’ dat ze van de week dronk met de meiden (‘nou ja, die zijn nu 75, hoor!’) die ze vroeger aerobics gaf, tot haar ‘vijftien kindjes’, de triatleten die ze sinds kort begeleidt.

Als ze sport, is het pas stil. Dan ‘lult ze met zichzelf’, zoals Van Vlerken het noemt. Triatleten hebben daar veel tijd voor. ‘Ik noem dat altijd het engeltje en het duiveltje op mijn schouder. Die zijn de hele tijd in gesprek. Wat ze zeggen? Mijn benen doen pijn, zou je niet wat rustiger aan doen? Kom op joh, anderen hebben nog veel meer pijn. Doorknallen. Man, ik ben helemaal kapot. Laat maar. Ik stap uit. Nee joh. Dit is hartstikke gaaf, man. Gewoon finishen. Misschien kun je nog wel winnen.’

Tijdens het tweede onderdeel, het fietsen. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Ze praten tegenwoordig Duits. Van Vlerken woont al jaren niet meer in Nederland, waar je moeilijk rond kunt komen van de triatlon. ‘Van de week draaide hier op de dijk zo’n fietsertje zonder om te kijken voor mijn neus naar links. Kom ik met weet ik veel 35 per uur aan. Dan roep ik iets van ‘scheisse’.’ In Almere bij haar laatste race maken het engeltje en het duiveltje continu ruzie. ‘Had nou maar niet zo’n grote bek gehad’, zegt de een. ‘Kom op, doorzetten. Dit kan je op ervaring’, reageert de ander. Ze twijfelt of ze Sarissa de Vries nog kan achterhalen, die een groot gat heeft geslagen met zwemmen en fietsen.

Van Vlerken zwaait op de fiets naar het publiek, maar ze zoekt eigenlijk maar één persoon. Haar oude buurmeisje Joyce van der Ham. Het is een van haar weinige vriendinnen. Van Vlerken heeft geen tijd voor een sociaal leven. Ze doet alles samen met haar man Per.

De jeugdvriendin komt net aan als Van Vlerken concurrent De Vries, die in de berm aan het overgeven is, voorbij is gerend. Als de twee elkaar zien, rent Van der Ham een stukje mee. Ze schreeuwt allerlei dingen naar haar vriendin, die dankbaar glimlacht.

Van Vlerken tijdens het derde onderdeel, de marathon. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Na de finish kan Van Vlerken alleen maar huilen. Ze stamelt dat ze veel pijn heeft gehad. Dat ze spijt had van haar grote mond. Dan ziet ze haar moeder Hetty en leunt ze in tranen tegen een hek aan. Hetty wrijft met haar handen over de gebruinde schouders van haar dochter, die haar regelmatig streng toespreekt als ze weer te veel binnen zit.

De triatlete heeft nooit iets begrepen van de levenswijze van haar ouders. ‘Laatst deed ik intervalletjes. ‘Ga jij dan lekker wandelen’, zei ik tegen mijn moeder. Ik zag haar later op een bankje bij de Lek. Het was mooi weer. Ze straalde helemaal. Dat is toch zalig? Ze kwam terug als een nieuw mens.’

Flapuit

Van Vlerken lijkt meer op haar oma, een open boek. ‘Mijn lievelingsoma was net zo’n flapuit als ik. Heel frech. Hoe noem je dat nou in het Nederlands?’ Brutaal is het woord dat ze zoekt.

‘Toen ze in de negentig was, zei ze nog tegen me: ‘Joh, Yvonne, moet je nou eens kijken. Mijn borsten zijn aan het hangen. Dat ziet er toch niet uit.’ Gaf ik haar oefeningen zodat die borsten niet meer verder gingen hangen. Deed ze elke dag. Toen opa overleed, pakte ze de draad weer op. Mijn oma was echt een opstamensje. Net als triatleten, dat zijn ook allemaal opstamensjes.’

Van Vlerken op weg naar de winst. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Van Vlerken stond ook vaak op, al was ze zelden geblesseerd. Ze denkt dat ze het te danken heeft aan haar goede nachtrust. ‘Ik slaap tien, elf uur per nacht. Ik ken bijna niemand die zoveel slaapt. En dan doe ik tussen de middag vaak nog een dutje.’

Soms deed ze vijf hele triatlons in één jaar. Ze gaat zelden op vakantie. In 2008 brak ze op haar lievelingstriatlon in het Duitse Roth het wereldrecord met 8.45.48. Olympische ambities, waar op een kortere afstand wordt gestreden om eremetaal, heeft ze nooit gehad. Daar zwemt ze niet goed genoeg voor.

2008 noemt ze haar beste jaar, ze werd in dat jaar ook tweede op de WK in Hawaii. Ze is het meest trots op het hoge niveau over de jaren heen. ‘Ik ben zó constant geweest. Sorry dat ik het zeg, maar dáár zou ik nou een prijs voor moeten krijgen.’

Bedrogen

Dalen waren er ook. Toen haar ex haar bedroog, zocht ze hulp bij een mental coach in een berghut in Oostenrijk. Tijdens wandelingen naar watervalletjes, waar ze mediteerde en met klankschalen werkte, gaf ze het verdriet een plek.

De verbroken relatie was geen reden om terug naar Nederland te verhuizen. Vonsy, zoals ze in Duitsland en Oostenrijk wordt genoemd, had daar haar naam opgebouwd en kon er goed trainen. In Nederland viel er niet te leven van de triatlon. Dat is aan het veranderen, ziet Van Vlerken, die afwisselend in Leipzig, Lanzarote en het Oostenrijkse Schwarzach woont. Triatlon groeit, ze heeft opvolgers.

Yvonne van Vlerken zoekt verkoeling tijdens het onderdeel marathon. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Toen de Duitse triatleet Per zijn oog op haar liet vallen, was haar leven compleet. Van Vlerken trouwde vorig jaar. Ze is net zo streng voor hem als voor zichzelf. ‘Ik word altijd boos op mijn man. Hij heeft wel veel goeie wedstrijden gehad, maar nog geen Ironman gewonnen. Hij wordt elke keer tweede of derde.’

Van Vlerken vindt hem slordig. Soms komt hij er een dag voor de wedstrijd achter dat hij niet genoeg sportvoeding heeft. Zou haar nooit overkomen. Dan zeg ik ‘sorry schatje, als jij je zaakjes niet voor elkaar hebt en dat niet doe zoals ik dat doe, verdien je het ook gewoon niet’. Hij leert er wel van. En ik heb altijd gelijk. Niet arrogant bedoeld, hè, maar ik weet gewoon wat werkt. De prestaties zijn er ook naar. Dus hij moet er gewoon naar luisteren.’

Van Vlerken bij de finish. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden