Europees kampioen dankzij een kacheltje op een Fins wc'tje

In de jaren dat schaatsen nog een buitensport was en het EK allround het één na belangrijkste toernooi van het seizoen, reed Kees Verkerk onder diepvriesomstandigheden naar zijn eerste (en enige) Europese titel. Het was in 1967 in Lahti, in het zuiden van Finland.

'Ja, het was een beetje geniepig.'

Verkerk, 24 toen, won bij temperaturen van min 30 graden drie van de vier afstanden. Op de 500 meter werd hij vierde. De vierde afstand, Verkerks favoriete 10 kilometer, werd met 7 kilometer ingekort. Een vrouwenafstand, de 3 kilometer, werd het slotnummer. Het was onverantwoord, vond schaatsbond ISU om schaatsers voor 25 ronden door de dwars op de baan staande vrieswind te sturen.

'Wij rijders hebben niet geprotesteerd. Het was de wedstrijdleiding die ertoe besloot. Er was bij hen oog voor het publiek', vertelde Verkerk onlangs bij de introductie van een schaatsaflevering uit Andere Tijden Sport.

Verkerk, al veertig jaar campingeigenaar in Noorwegen, vertelde dat hij op het natuurijsovaal in de Finse wouden best de 10 kilometer had willen schaatsen. Hij was, als zo vaak, goed voorbereid op de omstandigheden. De kou kwam met regelmaat de kleedkamers binnengewaaid, waar de schaatsers zaten te wachten. 'Toen hebben we een van de twee deuren dichtgetimmerd. Het werd daarmee een stuk beter.'

Daarna bleek zijn heil te liggen in toiletbezoek. 'Ik ontdekte op de wc een heel klein kacheltje. Aan de muur. Net voor ik moest rijden, een kwartier tevoren, ging ik met mijn schaatsen aan en bontmuts op bij het kacheltje zitten en deed ik de deur op slot. Als er geklopt werd, trok ik mijn benen omhoog. Ik bleef nogal lang zitten immers. Ze dachten: die Kees is misschien ziek. En dan gingen ze onder de deur door kijken.'

Verkerk, die in Lahti op de eerste afstand zijn grote concurrenten Ard Schenk en Fred-Anton Maier over een harde sneeuwrand zag vallen, deelde met niemand zijn grote geheim. 'Ik moest warm blijven, dat was me wel duidelijk. Dat wc-bezoek was mijn vorm van warming-up. De anderen gingen buiten warming-uppen. Wat met die temperatuur niet kon. Ik bleef zo lang mogelijk binnen. Dan kwamen ze kijken waar ik toch bleef. Zij waren koud en ik was nog een beetje warm. En dan ging ik er in de race gelijk tegenaan.'

Hij geeft nu, vijftig jaar na dato, toe dat het 'een klein beetje gemeen' was 'tegenover die anderen'. Hij was handig, gewiekst, een man van de psychologische oorlogsvoering. Want waar bleef Kees nou, dachten zijn tegenstanders. 'Ja, het was een beetje geniepig.'

Verkerks strategie werkte in elk geval beter dan die van de Zweed Jonny Nilsson, de olympisch kampioen 10 kilometer van drie jaar eerder. Hij droeg een grote koker voor de mond, om de ijskoude lucht te filteren.

Verkerk: 'Die foto's hebben we nog bekeken onlangs met de redactie van Andere Tijden Sport. Hoe dom. Hij kreeg zijn lucht er niet uit. Als je op de bromfiets zo'n toeter opzet en je ademt rustig, dan gaat het nog wel. Maar als je gaat pompen met je longen, en je gaat rondrijden en je krijgt die gebruikte lucht, zeg maar stikstof, binnen. Dat kan niet. Na drie ronden zat Nilsson binnen in de kleedkamer, kon hij niet meer.'

Het is historische overdrijving. Nilsson werd zestiende en laatste op de 3 kilometer. Zijn tijd was 5.02,6, maar liefst 21 seconden achter de winnende Verkerk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden