WK Atletiek Estafette

Estafettemannen door naar finale op de 4x100 meter: ‘Gebrek aan individuele snelheid kun je compenseren’

Met hun nieuwe trainer uit Zwitserland focusten de estafettesprinters voor de WK op één element: doorgeven, doorgeven, doorgeven. Met succes: ‘Gebrek aan individuele snelheid kun je compenseren.’ De mannen plaatsten zich vrijdagavond met een Nederlands record voor de 4x100 meter-finale die op zaterdag wordt gelopen.

Hensley Paulina geeft door aan Churandy Martina tijdens de series op vrijdagavond. Beeld AP

Wie de afgelopen maanden op Papendal een kijkje nam op de atletiekbaan, zag Dafne Schippers regelmatig stokjes doorgeven. Een, twee, drie, vier. Zo snel mogelijk achter elkaar. Het was een van de ‘drills’ van de nieuwe estafettecoach Laurent Meuwly.

De Zwitser werd dit jaar bij de ­Nederlandse Atletiekunie aangenomen omdat hij wonderen heeft verricht bij de Zwitserse lopers. Hij kreeg het voor elkaar om met niet snelle ­atleten toch bij de wereldtop te komen op de estafette, en moet dat nu ook bij de Nederlandse ploeg doen. Meuwly is ervan overtuigd dat Nederland in staat is om op de WK en de Olympische ­Spelen een medaille te pakken. ‘Wij hebben geen sprinters zoals in ­Jamaica, Amerika of Duitsland. Maar op de estafette kun je veel gebrek aan individuele snelheid compenseren.’

Meuwly heeft, samen met bewegingswetenschapper Paul Brice die op Papendal over de statistieken gaat, ­bekeken hoe het eraan toegaat bij de Oranje estafette. Hij schrok zich rot. Er ging veel fout in de 30 meter waarin de ene atleet het stokje aan de andere ­atleet geeft.

De plek waarop het stokje werd overgegeven, wisselde nogal, ontdekte de estafettetrainer op videobeelden. ‘Ik was verbaasd over hoe niet accuraat ze waren’, aldus Meuwly. ‘Soms vond de overdracht pas 3,5 meter later plaats, of juist 2,5 meter te vroeg. Een halve meter verschil kan nog wel, maar liefst wissel je precies op de plek die je van tevoren hebt bedacht. Dat gaat het snelst.’

De beste overdracht vindt, als het ­allemaal goed gaat, op een plek plaats waar beide atleten op topsnelheid ­lopen. Als een van de twee in moet houden, betekent dat verlies van tijd.

Teams markeren van tevoren waar ze beginnen met lopen. Het wordt berekend op basis van snelheid. Een ­atleet als Dafne Schippers, de snelste sprinter uit de vrouwenploeg, laat je bijvoorbeeld zo lang mogelijk lopen. Zij neemt het stokje van de ene loper zo vroeg mogelijk over binnen die 30 meter en geeft het zo laat mogelijk aan de loper die klaarstaat voor de volgende 100 meter. Zo loopt de snelste atleet altijd net iets meer.

De Zwitser kwam er ook achter dat de oude startpositie, het hoofd ondersteboven en onder de arm kijken naar de atleet die eraan komt, niet zo goed is als ooit gedacht. Omdat het hoofd ondersteboven hangt, is het moeilijker om de aankomsttijd van de volgende loper in te schatten. En het was een minder stabiele houding. ‘Als er iets misgaat en je zit in die houding, raak je snel uit balans.’

Nieuwe startpositie

Meuwly bedacht een nieuwe startpositie. Er werd niet langer onder de arm gekeken, maar over de schouder in een meer rechte positie. Dat was wennen. ‘Iemand als Dafne Schippers en Churandy Martina doen het al jaren op de oude manier. Het is niet eenvoudig om dat aan te passen. Met veel herhalingen raakten ze er toch aan gewend.’

Hij liet de estafetteploeg ook tot in den treure oefenen met kleine bewegingen. ‘Dingen als hoe je je arm naar voren strekt. Dat kost weinig energie, dus dat kun je heel vaak oefenen.’ De stok mag ook niet meer in het midden vast worden gehouden, omdat er dan minder ruimte voor de ander is om het over te pakken.

De estafette werd een speerpunt. Aan het begin van het jaar werden veertien trainingen ingepland waarbij iedereen aanwezig moest zijn. Het grote voordeel van de Nederlandse ploeg is dat ze allemaal bij elkaar trainen op Papendal. Dat geldt voor de grote concurrenten, Jamaica en Amerika, niet. Daar zitten atleten verspreid over verschillende trainingslocaties in soms concurrerende teams.

Na die gezamenlijke trainingen is de estafettemachine volgens Meuwly goed op gang gekomen. De overgang gaat vloeiender. De Zwitser wil dat de vrouwen de wissel over 30 meter binnen 3 seconden af kunnen leggen. Dat lukt nu. ‘Toen ik begon klokten we nog 3,5 seconden voor de overgang. Nu zijn de snelste tijden die we klokten 2,94, 2,96 en 2,98.’

De mannen begonnen op 3 seconden. Hij wil ze rond de 2,70 zien wisselen. ‘Bij de laatste training van de mannen duurde de gemiddelde wissel 2,70 seconden. 2,62 is hun snelste wisseltijd.’

Tel je winst op, drie wissels per 4x100 meter, en de vrouwen zouden nu zo’n 1,5 seconde harder moeten gaan dan voorheen. De mannen kunnen 0,6 seconde tijdwinst boeken. Op de EK vorig jaar in Berlijn, toen Meuwly nog niet bij de ploeg zat, waren er al goede resultaten voor de Nederlandse estafettelopers. De vrouwen pakten ­vorig jaar zilver, de mannen brons.

Records

In juli scherpte de mannenploeg met kopman Martina in Londen het Nederlands record aan tot 37,99. Dat was wereldwijd de vierde tijd van het seizoen, al nemen andere landen de ­estafette niet zo serieus.

Het nationale record bij de vrouwen staat op 42,04, gelopen op de EK in 2016. In augustus liep de Nederlandse ploeg in Zürich 42,28, de op twee na snelste tijd ter wereld van dit jaar. Maar ook daar geldt dat de beste atleten niet altijd worden ingezet op de estafette.

Zaterdag zal in de WK-finale blijken of de theorie van Meuwly klopt. De mannen plaatsten zich gisteren als achtste voor de finale met een Nederlands record van 37,91. De vrouwen wisten zich zonder de geblesseerde Dafne Schippers niet te plaatsen voor de finale.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden