Espanyol verveelt snel met soms gemeen spel

In het Sarrià dondert het regenwater in woeste stromen van de steile trappen. Het is hondenweer in Barcelona als de voetballers van Feyenoord een kijkje komen nemen in het verouderde stadion van Espanyol....

Van onze verslaggever

Jaap Visser

BARCELONA

Ronald Koeman gelooft er niets van, want in Barcelona houdt het altijd een keer op met regenen en dan wordt na een uurtje ouderwets prikken de bal gewoon aan het rollen gebracht. Ze hoeven Koeman niets wijs te maken. Zes jaar Barcelona hebben de aanvoerder van Feyenoord vertrouwd gemaakt met die Spaanse gewoonte.

De terugkeer van 'sneeuwvlokje' in de stad waar hij grote successen vierde, gaat gepaard met prachtige chaos. Vrijwel vanaf het moment waarop hij met een daverende klap in Barcelona is geland, verkeert Koeman in de felle schijnwerpers van een batterij televisiecamera's. In het Sarrià, op een dieptepass van 'zijn' Camp Nou gelegen, wordt hij bijna besprongen door verslaggevers.

Met het lachje dat hem wat olijks geeft, doet Koeman zijn pr. Inderdaad, in al die jaren bij FC Barcelona heeft hij nimmer van de lokale erfvijand verloren. Maar dat garandeert natuurlijk niet dat hij ook met Feyenoord van Espanyol zal winnen. 'We hebben namelijk een jonge ploeg met nogal wat onervaren spelers.'

Tegen het decor van inktzwarte wolken en gestaag vallende regen laat de fraaie zomer van 1982 zich niet zo makkelijk in herinnering roepen. Veertien jaar geleden, tijdens het WK, straalde Barcelona toen één van de mooiste elftallen uit de voetbalhistorie in het knusse Sarrià-stadion te bewonderen viel. Het Brazilië van Zico, Socrates, Falcao, Cerezo, Eder en Junior streed met Argentinië in het stadion van Espanyol om een plaats in de halve finale.

Het waren meeslepende gevechten in het Sarrià waar de spijkerharde Italianen eerst met bruut geweld het Argentijnse gevaar Maradona neutraliseerden om vervolgens met sluwe counters de prachtige Brazilianen te elimineren. Italië won later in Madrid de finale tegen West-Duitsland.

De zomer van '82 was het sprankelende hoogtepunt in het sluimerende bestaan van een stadion dat mooi noch lelijk is, aan ruim veertigduizend toeschouwers plaats kan bieden en over niet al te lange tijd tegen de vlakte gaat. In de statige wijk Sarrià, over de brede verkeersader Diagonal, aan de voet van de heuvels, is de grond bijzonder prijzig. En omdat Espanyol om geld zit te springen, zal het stadion aan de gemeente Barcelona worden verkocht.

Tot ergernis van de meeste socios, de twintigduizend leden die de achterban van de club vormen, neemt Espanyol de wijk naar een goedkopere omgeving. Tijdens de bouw van een nieuw onderkomen zal de minder bedeelde rivaal van Barça huizen aan zee, in het Olympisch Stadion op de Montjuich.

Dit seizoen dient Espanyol uit in het Sarrià, waar sinds de UEFA Cup-finale van 1988 weinig spectaculairs is gebeurd. Toen overspeelde de blauw-witte thuisploeg Bayer Leverkusen dat echter in de return een 3-0 nederlaag goedmaakte en daarna de strafschoppen beter nam. In Spanje werd daar hard om gejuicht: geen club is beneden de Pyreneeën meer gehaat dan Espanyol.

Door te heulen met de fascist Franco kozen de clubbestuurders in de burgeroorlog openlijk partij. In de jaren dertig voetbalde Espanyol in het gitzwart en werd de club om zijn goede betrekkingen met het centrale gezag in de hoofdstad 'het donkere Madrid' genoemd.

Algemeen directeur Fernando Molinos wil liever niet aan het duistere verleden van Espanyol worden herinnerd. Wanneer Las Brigadas Blanquiazules, de straffe supporters op de staantribune achter het doel aan de zuidkant van het Sarrià, weer eens massaal de rechterarm heffen, voelt Molinos zijn bloed koken.

De man die twintig jaar geleden met Espanyol in de derde ronde van de UEFA Cup door Feyenoord werd uitgeschakeld, verzet zich tegen het extreem rechtse imago van zijn club. Vandaar ook de naamsverandering. Espaànol, op z'n Spaans met een tilde boven de n, heet tegenwoordig Espanyol, op z'n Catalaans.

Maar het verwerven van sympathie in de eigen regio wil nog niet erg vlotten. Meer nog dan met de dubieuze clubgeschiedenis heeft dat te maken met het vervelende voetbal waarmee Espanyol de liefhebbers afstoot. Het elftal dat vanavond, of misschien toch later, de strijd met Feyenoord aanbindt, is een product van Camacho, ooit een meedogenloze krijger van Real Madrid en tegenwoordig oefenmeester.

De trainer die Espanyol voor het eerst sinds de verloren UEFA Cup-finale van '88 Europees voetbal bracht, zwichtte voor een aanbieding van Sevilla. Zijn assistent, Pepe Carcelèn, werd zijn opvolger, maar op het veld veranderde vrijwel niets. Espanyol vecht in de geest van Camacho: hard, soms gemeen, en loerend op de counter. En op de staantribune zingen de blauw-witte brigades, de naamsverandering ten spijt: Viva España.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden